
‘Nooit gedacht dat jij in dit huis de stabielste zou zijn’, zei de nestblijver. Maar zo vast voelde ik me niet, ik was alleen maar aan het wachten. Wachten op het moment dat man E het telefoongesprek met zijn zus zou beëindigen. Wachten tot ik zeker wist dat eend J alle vluchten, shuttles en koffers had gehaald. Tot het pakket met de juiste oplaadkabel bij de nestverlater was bezorgd.
Wachten tot hond M klaar was met poepen zodat ik het op kon ruimen. Wachten op het groene licht. En op de koerier die Thai kwam brengen. Wachten tot de nestverlater iets leuks op Insta zou posten. De nestblijver weer z’n normale ritme ging oppakken en het gedoe op de uni achter de rug zou zijn. Tot hond M weer rustig zou worden. En man E zichzelf.
Wachten tot ik het op zou kunnen brengen niet alle zinnen met wachten of tot te beginnen. Wachten tot ik weer zou bedenken dat in het nu leven toch het beste is. Wachten tot het vrijdag was. Wachten tot de koffie klaar was. En ik met m’n sokken in het plasje water naast de afwasmachine zou stappen. Wachten tot het zou stoppen met regenen. Tot ik de tijd zou nemen naar een uitzending van NPO Start te kijken en mijn campingvrienden B en F te appen. Ik wachtte zelfs tot ik bij de allerlaatste aflevering van het allerlaatste seizoen van Better Call Saul zou zijn aanbeland.
Eén uur wachtte ik niet. Tijdens de yin-yoga, toen ging het niet. Focus, naar binnen gekeerd en alles vergeten, kwijt en weg.
Wachten op een bevestigingsmail van de Spaanse Avanza-bus over mijn reis. Wachten op het moment dat ik een van de twee boeken voor de boekenclub zou gaan lezen. Of eerst nog zou gaan lenen. Wachten op een doelpunt van Ajax. Wachten tot ik weer zou bijpraten met vriendin O. Op de supermarktmedewerker die mijn gescande boodschappen zou komen checken. Wachten in de wachtrij van de servicedesk van de bank om de reisverzekering uit te breiden. Wachten op reacties van lezers van dit stukje die zouden zeggen dat ze echt zat van dat gewacht waren. Wachten op kerst. Op de klok voor- nee achteruit. Wachten tot ik weer kon sporten. Drinken. Wachten, wachten, wachten. Tot het zover was. Tot ik had bedacht waarom dit plaatje en deze laatste regels bij dit stukje pasten.
‘Jij hebt grijs haar, wil je dat?’
‘Ik ben niet gespierd genoeg.’
‘En ik lijk op een meisje en ik wil een groen pakje.’
‘Veliz Navidad.’
‘Ik lijk niet op haar.’
‘Feliz.’
‘No importa si.’
Niet meer wachten nu op mijn reactie want daar is die:
Ademloos lees ik steeds “niet over praten” ; ook als ik geen reactie geef.
Wanneer ga je naar L, of naar de eend J? Nog even volhouden dus en blijven schrijven graag!
LikeLike