Stekje

{Brieven aan mijn vader}

Ha pap,

Je ring lag op het bureau van je kleinzoon. Daar ligt ie veel vaker – altijd als hij aan het sporten is, maar nu zag ik ’m ineens. De binnenkant spiegelglad omdat jij ’m jarenlang – wat is het ook alweer, iets van 50 jaar? – hebt gedragen. De ring is zelfs zo glad geworden, dat ie een tijdje terug is gebroken en je kleinzoon naar de juwelier is geweest om ’m weer dicht te laten smelten.
Ja pap, ik heb je te lang niet gesproken. Die kleinzoon is allang een jonge man met een brede rug, die nog veel te leren heeft en een hart vol liefde te geven heeft.
Op de dag dat ik je ring zag, zag ik ook de kamperfoelie achter in onze postzegeltuin. Toen we hier net kwamen wonen, kreeg ik ’m van jou als stekje. Meer dan twee meter hoog is ie, royaal over de pergola hangend. Zelfs zonder blaadjes en kletsnat is ie prachtig.
Ondertussen spreekt je kleindochter ook Spaans. Weet je nog dat jij ook een cursus deed omdat jullie altijd naar de Canarische Eilanden op vakantie gingen? Op zich kun je je daar in het Duits prima redden, maar toch. Ook zij is gegroeid. Steeds meer zichzelf en aan het kiezen om te studeren in Utrecht of Groningen. Drie keer raden wat jouw voorkeur heeft.
En ik? Ik schrijf door. Al best een tijdje. Vandaag typ ik alleen met rechts. Mijn linkerarm is dikker vanwege het lymfoedeem. Ik heb ’m ingezwachteld en dan wordt het wel weer wat beter, maar toch. Het maakt me verdrietig, eenzaam ook. Wat zou jij zeggen? Niet zo veel denk ik. Je kunt ook moeilijk zeggen dat het wel goed komt, want dat komt het niet. Of dat het gaat wennen, want doet het alsmaar niet. Soms als ik voor de spiegel sta zie ik een vrouw van middelbare leeftijd met best iets leuks aan, maar alles wordt verpest door een olifantenarm. Ja, ik zal het wel onnodig erger maken dan het is. Maar ik ben blij dat je even naar me wilt luisteren. Dat is genoeg.
Ik was nog naar een toneelstuk over de slavernij. Een blanke en een zwarte vrouw gaan op zoek naar hun voorouders. De zwarte blijkt een nazaat van tot slaaf gemaakten die op een plantage in Suriname moesten werken en de witte bleek een nazaat van een van de eigenaren. Ik dacht aan onze familie. Je broer die getrouwd is met een vrouw die lang geleden met haar dochtertje vanuit Suriname naar Nederland kwam. Je zoon wilde de kleur van de wang van het nichtje vegen. Dat werd ’m vergeven omdat ie verstandelijk gehandicapt was, wat je tegenwoordig denk ik niet meer zo mag noemen. En ik, die er nooit bij stil heeft gestaan hoe anders hun achtergrond, hun wortels wel niet zijn.
En weer wordt het een serieus en verdrietig stukje. Terwijl vanavond pap, ga ik met vriendin I naar de Grote Bingo Diner Show in Paradiso. Met Amsterdamse meezingers, zuur van Kesbeke, Hazes én Kerst én Guilty Pleasure Bingo, patat van de FEBO en biefstuk van Loetje. Ik doe m’n Ajax vest aan, het shirt met de drie rode Andreas kruizen van je schoonzoon en m’n Ajax samba’s. Zin om mee te gaan? Smok!

Eén gedachte over “Stekje”

Geef een reactie op Marianne Reactie annuleren