Zorgen om de dochter. Zorgen om de zoon. Zorgen om de man. Zorgen om mezelf. In de nacht is het moeilijk relativeren. De airco zoemt. De nachtverpleging komt binnen met een zaklamp, ik heb per ongeluk op de alarmknop gedrukt. Bed 3 en 4 snurken niet. De Friese vogels zingen vroeg. Daar komt het ontbijt, de bloeddruk wordt gemeten, hoe gaat het vandaag met uw ontlasting mevrouw Haan? Gelukkig zeggen ze niet meer mevrouw de Haan. Ja, Ingrid deze houding is al beter. Drie koolhydraatarme boterhammen met een vierkante plak kaas. Mag ik uw temperatuur nog even meten? Zo komt de fysiotherapeut, de rijdende apotheek, de oedeemtherapeut, de gastvrouw, de schoonmaakster, de gewone verpleegkundige en de gespecialiseerde. Die laatste zwachtelt mijn arm van onder tot boven in. De oedeemtherapeut leert me zelf de dikte van mijn arm te meten. Want, meten is weten. Bah. Morgen voor het douchen, dat moet om 8.00 uur volgens mijn schema, WTF! moet ik het zelf doen. Het woord pitting valt. Die valt mee. Dat is goed want minder kans op wondroos. Maar slecht omdat het lymfevocht niet weg kan. Mevrouw Haan, u moet niet spreken van goed en slecht. Kom we gaan fietsen. In de oefenruimte. Ja, fietsen dat kan ik! Mijn conditie is beter dan vrouwen van mijn leeftijd – lekker belangrijk, echt wel – maar ik zat net niet in de categorie uitstekend. Niet zo streng zijn voor jezelf Ingrid, wat heeft vriendin M je nou net geappt waar je nog tranen van in je ogen kreeg? Met beide armen in een bak water, om iets te meten. Volume? Iets met overloop. Voor de zoveelste keer, waar woon je wat doe je heb je kinderen hoe gaat het. Oh dat eeuwige je verhouden tot mensen…
Ik kan mijn draai nog steeds niet genoeg vinden. Wat zei ik nou net, over mild zijn voor jezelf? Ook niet als ik van de gastvrouw een vlaggetje in de kaart van Nederland mag prikken op de plek waar ik woon. In Amsterdam staan al heel veel vlaggetjes, in Bellingwolde niet één. Ik prik het uiteinde van het vlaggetje in mijn vinger en dan in de hoofdstad. Liever had ik Rotterdam kapot geprikt. Of Eindhoven… Ja, ja, ja, ik weet wel dat ik zo niet moet praten. Dan vul ik drie eetlijsten in: gekookte aardappels boontjes sla vegetarische hamburger custard croissant kersenjam (geen frambozen?) Doe nou niet zo kieskeurig cracker varkensrollade (staat onder het kopje kaas) Betweter dubbele portie gewone portie kleine…
Klokslag kwart over twaalf staat het warm eten klaar. Net als vroeger op de boerderij. Voor bed 3, 4 en 1 dat inmiddels ook gearriveerd is en uit Groningen (hoera) komt, en voor nog drie bedden die op een andere kamer liggen is een speciale eetkamer gereserveerd. Op mijn tray geen fruit geen bietjes geen drinken. Wel ingevuld. Hou nou toch eens op met al die kritiek. Ik heb wel gelachen want een van de bedden uit een andere kamer steekt continu de draak met onze aandoening. Goed zo Ingrid.
Buiten even pauze. Een helikopterplatform, het woord AMBU op een speciale rijstrook, rokende mensen met infusen, blije mensen met roze ballonnen, een kievit zonder ei.
Een sportsessie van drie kwartier, je doet er elke dag twee, en dat is fijn voor mijn comfortzone. Minder prettig is poepen in een badkamer waar zo meteen weer iemand moet douchen. De hele dag zit te vol met indrukken, info en prikkels, maar zodra de vaart eruit is, voel ik me verdrietig. Ik wil hier niet zijn. Nog meer slecht nieuws: volgende week donderdag op zijn vroegst is de nieuwe armkous pas klaar dus ik mag zeker niet eerder naar huis. Goed nieuws is er ook: met fysiotherapeut B is het fijn, heldere blauwe ogen, sprietig wit haar en handen vol begrip. Na de anderhalf uur durende groepsbijeenkomst over belasting/belastbaarheid is het echt genoeg geweest vind ik. Ik heb goed opgelet, nieuwe woorden geleerd en alles van belang opschreven, Goed zo Ingrid! Afvoer en aanvoer, zwaartekracht en eiwitrijk vocht. Houding, kleding en ademhaling. Afvloed en spierpompeffect. Tijdens de infosessie leer ik de bedden beter kennen, in goede zin. Behalve het bed dat te veel praat en te weinig luistert. Ja hoor, je glas is alweer half leeg.
Er moet nog worden gegeten, gebeld met thuis, gezeten in de zon, gewandeld over het ziekenhuisterrein (ik mag er verzekeringstechnisch niet af), gelezen en genetflixed. En hopelijk een beetje geslapen.
Categorie: Geest & lichaam
Stukjes over the classical dilemma’s between the head and the heart.
Zondag – Kamer 112, bed 2
Een vierpersoonskamer. Drie bedden bezet. Op bed 4 een vriendelijke dame, ook met een armkous. Op nummer 3 een jonge vrouw uit Roemenië, met een dik been. Bed 1, daar komt morgen iemand. En op bed 2 lig ik. Veertien dagen lang, met uitzondering van het weekend, wanneer ik met verlof mag, zal ik hier bezig zijn met lymfoedeem. De meest stomme en onbegrijpelijke aandoening die ik maar kan bedenken. Niet oordelen Ingrid, dat is nou juist een van je doelen hier. Steunkousen, diëten, drainage, zwachtelen, oefentherapie en nog veel meer vieze woorden. Wat zei ik nou? Ik heb een eigen map, die staat er helemaal vol mee. Het is net een meerdaagse cursus.
Toen man E me voor de deur afzette, bij het bord Tút en derút (halen en brengen), kreeg ik een klap voor mijn kop, een stomp in mijn maag en werd ik ook nog pootje gelicht en toch. Toch ging ik naar binnen. Fryslân Boppe… Ingrid, geen haat, Friezen zijn ook mensen, net als Groningers en zelfs Rotterdammers. Rotterdammers ben ik trouwens best wel even blij mee, vanmiddag in de 96e minuut scoorden ze tegen PSV zodat de kans dat Ajax terecht kampioen wordt gewoon 100% blijft. Maar oké, ik zit hier niet om voetbal te kijken. Ik kijk naar mensen met infusen, mensen met witte pakken op klompen, ziekenhuisbedden met gekke dekens en een bed vol knoppen. Ik luister naar verpleegkundige stemmen: Er staat al eten voor u klaar mevrouw de Haan! Mag ik uw bloeddruk meten? Slikt u medicijnen, uw temperatuur is in orde, hoe gaat het met de ontlasting… ik ben godverdomme toch niet ziek?!
Patiënt ben ik wel, dat kun je zien aan mijn polsbandje. Bijna twee weken all inclusive in het immer pittoreske Drachten. Stop met die negativiteit Ingrid! Dat is ook een doel van je!
Bed 4 is hier al een week. En vertelt mij dat je gewoon naar buiten kunt wanneer je wilt, dat de mensen heel aardig zijn, dat ze in de week die zij er al is geweest heel positieve ervaringen heeft gehad en dat ze blij is dat ze nu niet meer de enige met een arm in het oedeemgroepje is, de andere lotgenoten zijn allemaal benen. Ik voel me gelijk fijn in mijn kleine armclubje met haar. Ook al weet ik niet zeker of ik het wel geloof.
Met een best redelijke kop koffie naar buiten, man E bellen die meldt dat hond M het goed heeft op haar vaste oppasadres en dat de schoonvader van zijn zus is overleden. Nou, dat is pas erg. Ingrid, wat zei ik nou, vergelijk je eigen situatie niet met die van anderen.
Weer terug op kamer 112 probeer ik me vast te houden aan de routine die ik thuis ook zou uitvoeren, dus douchen, pyjama aan, Boer zoekt Vrouw, Wordfeud en het gebruikelijke rondje langs de apps. Nu nog een paar glazen rosé. Blij zijn met wat je hebt, niet met wat je mist.
Ik lig in bed 2. Als het niet donker zou zijn en ik naar links zou kijken zou ik containers zien, een lantaarnpaal en twee Friese paarden. Maar ik kijk niet naar links, mijn ogen zijn dicht. Maar slapen, ho maar.
Geweten
Nog één dag en het zou zover zijn. Acht dagen Lapland, met het hele gezin, inclusief husky’s, rendieren, sneeuwscooters… en hopelijk het noorderlicht. Een paar dagen geleden had ik al een test gedaan, vanwege licht snotteren, beetje hoesten, kriebelende keel. Negatief. Maar nu dé reis binnen 24 uur zou beginnen, begon mijn geweten op te spelen. Keelpijn was er nog, hoestje ook, mijn neus liep nog… Weer een zelftest doen? En het risico lopen op een positieve uitslag of de gok nemen en gewoon het vliegtuig instappen, meer dan een griepje was het niet. Nee, de IC- bezetting zou echt niet toenemen als ik lekker met vakantie zou gaan. We waren ook al ingecheckt, rij 4.
Vorige week, op Gran Canaria, terwijl ik op uitzending gemist naar ‘Sander en de kloof’ keek, hadden mijn geweten en ik het ook al zo druk. In één maand twee keer met vakantie, mag dat eigenlijk wel? Je weet toch niet hoe lang je nog met moeder A op vakantie kunt, geniet er gewoon van. Je hebt dat geld van je vader toch, doe er toch lekker leuke dingen mee. We zouden het ‘ik heb al tien jaar geen kanker jubileum’ toch nog vieren? Vorige keer ging het weekje Napels door corona ook al niet door. Dit is toch een van de laatste keren om met het hele gezin op vakantie te gaan, dan moet je ook wel met iets goeds komen, anders krijg je de kinderen niet mee… Ja, nee, echt er waren genoeg goede argumenten te bedenken dat twee luxe vakanties in één maand gewoon prima is. Ondertussen vroeg Sander Schimmelpenninck zich af hoe Nederland een land van gelijke kansen blijft.
Saami noemen de Noorse, Zweedse en Finse Lappen hun eigen regio. Het betekent zoiets als samen. Samen naar Lapland.
Man E zei dat ik niet moest testen, straks weet je het en dan? Tienerdochter zei: ‘Niet testen mam?! Dat kun je gewoon niet maken.’ Tienerzoon vond dat de omikron variant niet veel voorstelt, dus we konden gewoon met vakantie gaan. Ik dacht, ik weet het niet, en ik dacht ook dat we geen zelftests meer hadden, en wist mijn geweten daar even mee te sussen. Tot ik in de slaapkamer van tienerdochter toch nog één zag liggen. Toen dacht ik aan zorgmedewerkers, recht in de spiegel kijken, rendiervlees en een huskyslee en oh ja, springen in een ijswak, daar dacht ik ook nog even aan. En aan man E die in de auto op weg naar het oosten zat om hond M naar het logeeradres te brengen, ook lullig als ie om zou moeten keren.
PostNL belde aan, een pakket vol thermokleding, precies op tijd. En toen begon het geweten te hard te roepen. Doos open, staafje in de neusgaten, druppelen en binnen paar seconden zag ik de tweede streep al tevoorschijn komen. Zelf kon ik geen woord uitbrengen, het ene kind tierde, het andere zei niks en man E op de speaker zei dat ik moest handelen. PCR test, annuleringsverzekering, reisorganisatie. Vanaf dat moment ging er heel veel fout. Ik deed een verkeerde test, ging troost zoeken bij mensen op FB, ruziemaken met diverse gezinsleden, feiten met emoties verwarren en andersom. En daar kwam het geweten nog bij: Dit is toch zeker niet het einde van de wereld? Het is maar een vakantie. Je krijgt toch al je geld terug? Dan ga je toch met kerst? Je bent toch net met vakantie geweest? Hoef je in het holst van de nacht ook niet naar Schiphol. Wees blij dat je milde klachten hebt en de andere drie negatief zijn… Het geweten wist van geen ophouden, totdat ik haar met een paar glazen wijn murw had geslagen.
’s Avonds aan tafel hadden we het er met ons vieren over, ik kan niet echt zeggen dat we er saami uitkwamen, daarvoor hadden we nog te veel de smoor in. Behalve hond M die kwispelend op de eendenpootbotjes afkwam. Maar ja, zij heeft geen geweten.
Pilletjes

In mei 2010 begon ik jullie te slikken. Dat was verstandig, zeiden de artsen en ze vertelden me over statistieken, percentages en overlevingskansen. Maar ook over opvliegers, pijn in de botten, depressie en gewichtstoename, allemaal waar overigens.
Jullie zijn met me mee geweest naar de Rocky Mountains, Las Vegas, de Noorse fjorden, Schotland en Schiermonnikoog. Mijn belangrijkste bagage, tien jaar lang.
Het grootste avontuur dat we samen hebben meegemaakt was op een camping in het snoeihete Blythe, California, aan de Colorado River. Het was zondag, aan het eind van de middag en de toiletdeur van onze camper viel dicht en sprong daarbij in het slot, terwijl er niemand binnen was. Dikke paniek, omdat jullie in je stripjes nu achter slot en grendel lagen. Niemand kreeg de deur open, ik niet, man E niet, de campingeigenaar niet… Gelukkig kwam onze Amerikaanse – ‘I’m an airco kinda guy’ – buurman met de tip een slotenmaker te bellen. Na een uurtje kwam de locksmith langs, vrouw achter het stuur van de pick-up, hij ernaast, sixpack op schoot. In één seconde had hij de deur open, met een Ikea inbussleutel. Opgelucht zag ik jullie in het badkamerkastje liggen.
Nu zijn de tien jaar om. De doosjes op, de strips leeg, ongeveer 3650 pillen ingeslikt. Soms met te weinig water en dan proefde ik jullie bittere smaak, soms met te veel wijn en dan wist ik het niet zeker, soms in tranen om wat was of waar ik bang voor blijf. Maar de meeste gewoon gedachteloos. Vanavond nog eentje.
Herfstvakantiemaandag
Op herfstvakantiemaandag tien jaar geleden zat ik in de wachtkamer en probeerde de gezichtsuitdrukking van de arts met wie we een afspraak hadden te peilen. Iedere keer dat ze uit de gang kwam, de wachtkamer instapte en een andere achternaam dan de mijne riep, keek ze heel erg niet mijn kant op. Ik was als laatste aan de beurt. Dat had ze expres gedaan bleek later, dan kon het gesprek mooi uitlopen en hoefden alle vrouwen die wel goed nieuws kregen daar tenminste niet op te wachten. ‘Mevrouw Haan’, zei ze – er zat een miniem kuchje tussen die twee woorden – en ontweek zo professioneel mogelijk mijn blik. Wat verder volgde geen idee, ik had net zo goed niet naar binnen hoeven gaan.
Ik wilde naar huis. Naar de kleuterdochter en de middenbouw-zoon die met een bibber-oma met de knikkerbaan aan het spelen waren. Ik wilde sinaasappels voor ze persen. Alvast de tafel dekken voor het avondeten. En morgen met ze naar de Krakeling.
Op herfstvakantiemaandag ren ik in het Amsterdamse Bos. Na twee kilometer stap ik in een modderpoel en schiet de kramp in mijn rechterkuit. Precies op de plek waar ik dacht dat het net over was. Het begint te miezeren en mijn hardloopjack blijkt niet waterdicht. Mokum springt met haar blubberpoten op de achterbank en ik rij de stoep op, tegen een Amsterdammertje aan.
Ik wil naar huis. Naar puberzoon die op de bank About a Boy van Nick Hornby voor zijn Engelse lijst leest en naar puberdochter die haar kledingkast uitmest omdat ze in de vakantie met vriendin en kleedgeld gaat winkelen. Ik wil de afwasmachine uitruimen. Knakworsten opwarmen voor de lunch. En morgen naar Jochem Myjer.