Geboren

‘Daar gaan we weer,’ reageren de zoon en de dochter elk jaar rond eind januari en half juni als ik ze voor de tigste keer het verhaal van hun geboorte ga vertellen. Maar het kan niet anders. Hoe kun je op de verjaardag van je kind nu niet terugdenken aan zijn of haar geboorte? Moeder A doet het na 57 jaar ook nog steeds. Elk jaar hetzelfde lied. Over dat de gordijnen aan de Hoofdweg in Bellingwolde dicht waren. En dat haar ouders langs waren gereden en dat hadden gezien en haar moeder had gedacht dat het nu wel eens zover zou kunnen zijn. Dat ze 14 dagen over tijd was, nog één dag en we hadden naar kraamkliniek Huize Tavenier in Groningen gemoeten en dan was dat mijn geboorteplaats geweest.
Dus, ook ik, elk jaar opnieuw, hetzelfde lied. Dat eind januari de bami van de dag ervoor eruit kwam, dat het vruchtwater op de vloerbedekking stroomde en man E me gauw op het keukenzeil trok, dat hij een boterham met pindakaas ging eten en ik die geur niet kon verdragen. Dat ik dacht aan de golven bij Maspalomas en oma Barbertje en dat zij me er wel doorheen zou slepen. Maar voor- en bovenal aan het jongetje dat helemaal gezond was. En meteen begon te plassen toen ie z’n vader zag.
En half juni gaat hetzelfde lied over de snelheid waarmee alles ging. Aan man E die de klossen nog onder het bed moest schuiven en allerlei kraamverzorgtaken moest uitvoeren, dat ik verkeerd om in bed moest liggen omdat de verloskundige er anders niet goed bij kon, dat ik net de tijd had om aan oma Barbertje te denken en aan het navelstrengetje dat niet goed zat. Maar voor- en bovenal aan het meisje dat helemaal gezond was. Maar niet meteen gekust kon worden door haar vader omdat ie een koortslip had.
Ja, hoe kun je daar nu niet elk jaar opnieuw bij stilstaan? Vanavond als we met z’n vieren uit eten gaan, ga ik het er voor de 23e keer over hebben. Dan kijk ik vol verwondering naar de zoon. Een jonge man. Berekenend en vol vertrouwen.
En half juni als we met z’n vieren in een restaurant zitten, doe ik het voor de 21e keer. Dan kijk ik vol verwondering naar de dochter. Een jonge vrouw. Eigenzinnig en vol overtuiging.
Mocht mijn ideale toekomstbeeld uitkomen, dan weet ik zeker wat de kleinkinderen zullen zeggen als hun vader of moeder het verhaal van ‘toen ze werden geboren’ vertellen: ‘Daar gaan we weer.’

Laatste stralen

{Brieven aan mijn broer}

Hé broer,

Ja, dat werd wel weer eens tijd dat je wat van me hoort. Ik wilde het even met je hebben over tante A. Want ze is nu bij jou. Ja dat is verdrietig, maar voor jou misschien wel niet.
Weet je nog dat je vroeger toen we in Bellingwolde woonden bij papa en mama, dat je dan zelf naar haar en oom M liep? Zij waren de enige mensen waar je helemaal alleen naartoe mocht. Ze woonden drie huizen verderop, aan dezelfde kant van de straat en als je netjes naast de weg bleef lopen, was het veilig. Eerst langs de wei waarin de schapen graasden, dan langs het huis van bakker A, dan nog een huis en dan was je er al.
‘Op het zand blijven’, riep papa je altijd na.
Ik denk, je kreeg daar vast wat lekkers elke keer als je langs ging. Want tante A was altijd superlief. Misschien kreeg je bojo of kokostaart of anijskoekjes. Vast iets Surinaams, want daar kwam ze vandaan. Bij ons in het dorp was dat toen nieuw, mensen die een andere kleur hadden dan wij. Ik weet nog dat toen je voor het eerst nicht S zag, je haar zachtjes over haar wang wreef om te voelen aan haar kleur. Dat kan je natuurlijk niet doen, maar dat kon jij niet weten.
Toen we ouder waren praatte ik vaak op familieverjaardagen met tante A. Dan luisterde ze vooral en door niks te zeggen begreep ze alles. Ook toen papa net was overleden en ik begon te huilen toen oom M binnenkwam. Met net zo’n motoriek en net zulke armen als papa. Toen zag ze dat. Oh, je weet natuurlijk niet wat motoriek betekent, het is iets met bewegen.
Vandaag appte R een foto waarop ze met neef D en oom M op een bankje in Griekenland zat. Oh, je weet natuurlijk ook niet wat appen is, nou ja laat maar, dat is nu echt even te lastig om uit te leggen. Die foto was kortgeleden gemaakt, ze waren op bezoek bij neef D en z’n vrouw die daar nu wonen. De zon ging net onder en de laatste stralen schenen nog uitbundig op de achterkant van haar hoofd. Het leek wel of ze licht gaf.
Nou broer, ik hoop dat je haar snel ziet. Je kunt gewoon alleen naar haar toe lopen, ze maakt zeker weten een kop koffie voor je. Wel op het zand blijven hè?

Dikke kus van je zus

*afbeelding is een uitsnede uit een schilderij van David Hockney

White Lies Party

In het Oeverbos naast de Amstel waar ik met hond M liep, lag een nat wit T-shirt op een boomstam. ‘Ik heb niet de broer-zus band verbroken (2x)’ stond erop. Vooral dat (2x) intrigeerde me. Was het een regel uit een lied, dat twee keer gezongen moest worden? Hoorde de zin in een gedicht thuis en werd het herhaald? Of was de zin gewoon te lang om twee keer op een shirt te schrijven? En wat bedoelde de schrijver er mee?
Thuis vroeg ik het aan Chat, die me vertelde dat het een regel was uit het gedicht ‘Aan mijn zus’ van ene Guus Houttuin. Het gedicht zou gaan over de bijzondere band tussen broers en zussen en hoe die band onverwoestbaar is, zelfs als ze elkaar lange tijd niet spreken. Chat, wars van emoties, vroeg ook nog of ik kon verduidelijken wat ik precies bedoelde met nat, wit shirt en broer-zus band. Maar dat kon ik niet. Wel was duidelijk dat ik hier iets mee moest. Maar wat?
Op internet zocht ik verder naar het gedicht en de schrijver, maar vond niks.
Misschien moest ik het meer op mezelf projecteren? Had ik de band met m’n broer niet verbroken of had hij dat niet gedaan? Nou, hij had ‘m wel verbroken, ook al was het niet expres. Eerst toen ie gehandicapt bleek en we dus geen normale broer-zus band konden ontwikkelen en later nog een keer toen ie dood ging en er helemaal geen relatie meer was. Of was dit te cru en had ik die band verbroken, door daar niet mee om te kunnen gaan? Twee keer.
Nee, dit sloeg allemaal nergens op, ik moest het eenvoudiger houden. Het shirt lag vlakbij roeivereniging Skøll, waarvan de zoon lid is. Misschien had een student het aan gehad tijdens een borrel waar ook broers en zussen van leden welkom waren? Het was een optie, maar wat een vreemde tekst voor een gezellig feestje.
Daar kwam de zoon al aan voor koffie. En ja hoor, hij wist meteen wat ik bedoelde. Het ging hier over een White Lies Party. Iedereen draagt tijdens zo’n feest een wit shirt waarop een leugen is geschreven. De tekst is vaak sarcastisch, je bedoelt het tegenovergestelde van de white lie die je draagt. Voorbeelden zijn ‘Ik ben niet dronken’, ‘Mijn telefoon is dood’, ‘Ik was het niet’ en dus ook ‘Ik heb de broer-zus band niet verbroken’. Wat dus gewoon betekent dat een jongen en een meid die vrienden waren toch seks met elkaar hebben gehad.
Wat een onderstreping van de generatiekloof was deze opheldering. En wat een deceptie. Het bleek maar weer dat de feiten een stuk saaier waren dan m’n fantasie. Gelukkig bleef er nog wel een mysterie over. Waarom had de drager het shirt uit gedaan? Had hij of zij de daad bij het woord gevoegd en meteen nog maar een derde keer de broer-zus band verbroken?
Wat er allemaal ’s avonds in dat Oeverbos gebeurde… ik kon er van alles over fantaseren, maar weten hoefde ik het niet.

jadeanna

‘Hoezo volg jij haar?!’, vroegen de twee twintigers zich af.
‘Ik volg allerlei voetbalvrouwen, omdat ik er zo achter kan komen of hun partner misschien een transfer van Ajax naar een buitenlandse club of andersom gaat maken.’
Die jadeanna bijvoorbeeld was mij iets te enthousiast over Portugal en specifieker Porto geweest. Oh FC Porto, met onze oude coach, wat gun ik het die man, maar wat doet het pijn. Acht wedstrijden gespeeld nu, 22 punten. 19 doelpunten voor, 1 tegen… en wij maar doorploeteren met die Heitinga. En nee, nu even niet lollig doen met die laatste twee letters van z’n naam in kapitalen.
Hé 57-jarige vrouw, dwaal nou niet teveel af.
De voetbalvrouwen. laura.benschop, is druk met haar nieuwe baby en haar haar. Die baby trouwens is een meisje en ik vraag me af of die voetbalvaders daar niet van balen, hadden ze echt niet liever een jongen gehad? Mijn favoriete plaatjes van haar zijn die van Davy met z’n Franse Buldog.
Dan heb je nog carocalvagni, ook met honden, zij post exotische oorden, talrijke billen, en af en toe man Nicolás die de wereldbeker vast heeft. Ze hebben nog steeds een appartement in Amsterdam, maar het ziet er op insta nog niet naar uit dat Nicóóó hier weer komt voetballen.
Mijn favo vrouwvan is jadeanna.
Hé 57-jarige vrouw, doe eens niet zo ouderwets, ze is heus wel meer dan voetbalvrouw.
Zij laat veel gezond voedsel zien en ingewikkelde matcha’s, beauty producten, workouts en outfits. Heb ik niet veel mee.
Hé 57-jarige vrouw, je mag dan wel een helix hebben, je bent niet haar doelgroep. Wel heel interessant aan haar is dat ze vaak foto’s van zichzelf in de lift post. Ik begrijp alleen niet waarom? Hoezo fotografeer je jezelf in zo’n lelijk hokje met een telefoon voor je hoofd? De twintigers boden uitkomst. De zoon legde uit: ‘Met al die spiegels om je heen kun je precies zien hoe je eruit ziet.’
De dochter die de lift emoji vrouwonvriendelijk vond (eens, eens, eens) vulde aan: ‘Je staat vaak alleen in de lift, dus je kunt zonder voor schut te staan allerlei selfies nemen en dan de mooiste uitkiezen.’
Dat beschouwde ik als een tip, want ik wil ook beter worden in selfies maken. Oefenen in de lift dus. Maar ja, ik leid een leven zonder liften. En die enkele keer dat ik erin sta, is het een hele grote, zonder spiegels. Bovendien ben ik dan altijd samen met moeder A en vaak moeten we er ook nog uit, omdat patiënten in bedden voorrang hebben.
Hé 57-jarige vrouw, als je nou slim bezig wilt zijn, gebruik je hashtag jadeanna als je dit stukje deelt.

Popelen

Afgelopen weekend sprak ik op een feestje een ontwikkelingspsycholoog die geïnteresseerd was in nietoverpraten. Ik hoorde mezelf vertellen dat het volgende stukje over popelen zou gaan. Iemand had dat woord genoemd en het was blijven hangen. Dat moet je dus nooit doen, zeggen waar een volgend stukje over gaat. Dan zit je ermee en heb je geen idee.
Stond de dochter, net als de zoon nu ook een twintiger, te popelen om weer in Utrecht te gaan wonen? Stond ik te popelen dat ze nu echt – want geen onderhuur maar een eigen vaste kamer – het huis uit ging?
De eerste vraag kon ik niet eenduidig beantwoorden, ik denk dat het antwoord ja en nee was. De tweede was zeker een nee. Het was fijn geweest de afgelopen twee maanden dat ze weer in het nest woonde.
Als ik even ergens over mag schrijven – en ja dat mag – ik had ook een keer geroepen dat er een stukje over vangnest zou gaan. Het vangnest zou de opvolger zijn van het nest dat de kinderen hadden verlaten. Dat nest hadden ze niet meer nodig, maar man E en ik hadden nog wel een vangnet in de aanbieding. Was misschien best een mooi stukje geworden, maar helaas.
Terug naar toen de dochter nog in het nest woonde. Met heel veel koffie, schoteltjes met lekkers en verhalen, gedoe, geklets over the Dallas Cowboys Cheerleaders, de Stuurboord Bokaal, Down the Rabbit Hole, crispy chili olie, het Louis Hartlooper Complex (ik dacht nog even dat dat een zeldzame psychische afwijking was) en nog veel meer woorden waar ik zonder haar nooit van gehoord zou hebben.
Tuurlijk, man E en de zoon brachten ook de nodige reuring met zich mee. Maar met haar was het anders. Anders hoe? Ik wist het niet. Ik wist het wel. Het had alles te maken met mijn verlangen om ook moeder van een dochter te worden.
En nu was ze weg, haar eigen wereld weer in en keek ik naar het koffiekopje van DeLaMar dat ze me had gegeven toen ze daar nog werkte omdat ze wist wat een sucker ik voor de zogeheten betere kringen ben. Het kopje staat op het bureau van voorheen opa B en papa. Man E heeft het gedemonteerd, geschuurd, geolied, gelakt, ge-elektraad, geplakt, geschroefd en gerepareerd en nu schrijf ik er m’n eerste stukje aan. Het volgende gaat denk ik over ontmantelen: of je als mantelzorger ook kunt stoppen met zorgen voor en over. Ik kan niet wachten.