Er stond een artikel in het Parool over een klasgenoot van de tienerdochter. Zij was zes jaar geleden uitgeloot voor alle gymnasia van Amsterdam, terwijl ze toen al wist dat ze ‘iets’ met klassieke talen wilde gaan doen. Het meisje kon trouwens wel gewoon naar het vwo of naar een gymnasium in Velsen, maar dat was anderhalf uur fietsen.
De vader vertelde: ‘Ik zeg altijd tegen mijn kinderen dat ze hun best moeten doen. Als je dat doet, wordt dat beloond.’ En nu moest hij dat verhaal veranderen, omdat in Amsterdam het lot van kinderen met een dobbelsteen wordt bepaald. Andere ouders zeiden destijds tegen hem dat de taak van een ouder toch ook is om je kind met teleurstellingen te leren omgaan en dat uitloting dus een levensles is. Maar de vader vond het minstens zo belangrijk om aan je kind te laten zien dat je in een rechtsstaat woont en als je onrecht is aangedaan dat je dan je gelijk kunt gaan halen. ‘Entitlement’, zei de tienerdochter, die zelf, dat moet ook gezegd, mazzel met de loting had gehad.
En dus gingen ze naar de rechter waar ze verloren, maar toen was er ineens toch plek op een gymnasium. De directeur die verantwoordelijk was voor de centrale loting en matching liet ze wel beloven er niet mee naar de pers te stappen, anders zou het aanbod worden ingetrokken. De vader had hem een jaar later een foto van de cijferlijst (alleen maar achten en negens) van zijn dochter gemaild, met de tekst: ‘Zie je wel.’ En nee, ik verzin dit niet.
Ondertussen joeg in de plaats waar ik mijn diploma had gehaald de McDonald’s hangjongeren weg met klassieke muziek.
In de Volkskrant een tip van tienerdochters docent klassieke talen – ja ja het Amsterdamse categorale gymnasium liet ook landelijk van zich horen – over het eindexamen Latijn. Bij de proefvertaling was het verstandig een zin eerst tot het volgende leesteken te vertalen en dan het volgende stuk tot het volgende leesteken, tot je de hele zin had. Dat vertaalde makkelijker.
‘Suffe tips die je in de derde al krijgt.’
Alle teksten in het examen kwamen uit Metamorphosen, een dichtwerk van ongeveer 12.000 regels van de Romeinse dichter Ovidius. Niets blijft en niets vergaat is de grondgedachte van dit gedicht. Tekst 4 van het examen moest helemaal vertaald worden. Ik bleef hangen bij de vertaling van ‘Res ait arcana est’: het onderwerp is geheim. Morgen biologie.
Categorie: Gezin
Stukjes over hoe je niet en wel weet hoe je wel en niet met je kinderen moet omgaan.
Plopper
De tienerdochter had de grafische rekenmachine vergeten! Maar gelukkig lag ie in haar tas op de gang en mocht ze ’m nog snel voor het examen begon ophalen. De scheikundedocent had van tevoren nog een tip: als er bij een vraag twee formules en een oplossing werden gevraagd en je kon drie punten verdienen, kon je toch één punt verdienen ook al wist je maar één formule. Een advies waar je duidelijk wat mee kon. Ik klikte het examenblad open. Vier onderwerpen, 25 vragen. Ik deed mijn best.
Geef een reactievergelijking van stoffen die uiteindelijk biodiesel uit algen kunnen halen. Bereken de structuurformule van glyfosaat (onkruidverdelgingsmiddel). Ook was er nog iets met een lithium-luchtbatterij en moest je dingen bewijzen over lewisstructuren en redoxreacties. Ik baalde dat ik geen grafische rekenmachine had.
Redoxreactie, mooi woord, ik zocht de betekenis op: het zijn reacties tussen atomen, moleculen en/of ionen, waarbij een elektron uit zijn schil springt en terecht komt in… Op het bijbehorende plaatje waren een paar roestige batterijen afgebeeld. Dat was duidelijk.
Man E was thuis proefjes aan het doen. Hij tapete het overloopgat (ook dit moest ik opzoeken) van de spoelbak af en probeerde met de plopper de gootsteen te ontstoppen. Toen dat niet lukte, haalde hij de tien meter lange trekveer tevoorschijn en begon daarmee te raggen. Toen ook dat niet lukte, kwamen er twee mannetjes van de riool-reinigings-service langs. Met een nog langere, nog dikkere veer. Een paar minuten later was het gefixt.
Ondertussen liep mijn hoofd over van zoveel bèta-gedoe. Confuus keek ik in de agenda: morgen Chinees, oh nee Latijn.
Asfaltverzakking
Engels was het vijfde examen. De tienerdochter checkte de antwoorden die een half uur na het examen al online stonden en had drie fout. Met een N-term van 0,5 zou dat een 8,7 worden. Ik wist niet dat de N-term ook onder de 1 kon, maar het schijnt dat het niveau van de examens Engels gelijk blijft, terwijl de leerlingen wel steeds beter in de taal worden. Zo wordt het examen te makkelijk en gaat de N-term onder de 1. Het duizelde mij en het werd er niet beter op toen ik het tekstboekje virtueel doorbladerde. Twaalf teksten over onder andere ethiek, diversiteit, het hipster-effect, over beroemdheden die veel zijn afgevallen en een artikel over of Amerikaanse kinderen juist wel of geen grit nodig hebben. Waarbij ‘grit’ betekent: the ability to overcome any obstacle in pursuit of a long-term project.
Veel multiple choice en een paar open vragen die je in het Nederlands moest beantwoorden. Hoe kon ik een kind hebben dat hier maar drie vragen fout had?!
Om bij te komen liet ik hond M uit. De straat die de slagader van onze wijk vormt was bijna klaar. Hekken blokkeerden het kruispunt, maar de stoplichten werkten al wel. Hier ging mijn geest op pad. Ergens niet langs kunnen, maar wel moeten stoppen of doorrijden.
Vijf mannen in oranje pakken waren aan het boren in het pas geasfalteerde fietspad. ‘Putsteltechnieken’ stond er op hun machines. Dat ging ik opzoeken. Het bedrijf gebruikte een gecentreerd boorsysteem waardoor asfaltverzakkingen bij ronde putafdekkingen tot het verleden behoorden. Een ander voordeel van het systeem was dat hierdoor de putranden op dezelfde hoogte als het asfalt kwamen te liggen en bewoners zo geen last hadden van het bandengeluid wanneer auto’s over de put heen reden.
’s Avonds op de bank bij Kopen zonder Kijken verhuisde een stel van De Pijp naar een nieuwbouwwoning in Vught en bij Selling Sunset zag ik handtassen in de vorm van een poedeltje, een zeemeermin en een vagina. En zo eindigde de dag nog onbegrijpelijker. Morgen scheikunde.
Nederlands
(1) We hadden allebei het examen Nederlands gemaakt, tienerdochter en ik. Zij in de gymzaal met 127 anderen, drie uur achter elkaar. Ik aan het bureau in de kamer, in twee dagen en met drie gezinsleden om me heen te koken, te praten en zonder oortjes in naar een scherm te kijken.
(2) Er waren vier teksten waarvan er drie met reizen te maken hadden (milieu, ecotoerisme en internationale banen) en eentje over de selfie-rage. Naar mijn smaak waren de meeste vragen nogal zakelijk en wiskundig. ‘Verklaar het gebruik van de woorden ‘helaas’ en ‘alleen maar’ in bovenstaand citaat.’ Of: ‘Maak de volgende impliciete redenering duidelijk en gebruik daarbij standpunt, hoofdargument en sub-argument.’ En: ‘Wat voegt alinea (6) toe aan alinea (5)?’ Deze laatste had ik fout, maar met een beetje geluk zou ik een 6,9 hebben gehaald.
(3) De tienerdochter kwam tierend thuis, hoe makkelijk het allemaal was en dat ze overal, ja echt overal, de aanhalingstekens was vergeten en hoe streng ze dat zouden berekenen. Ze gokte op een 6, maar wie weet zou de N-term ook nog naar beneden worden bijgesteld.
(4) ’s Avonds vertrok ik naar de boekenclub in de buurt, waar ‘mijn’ boek zou worden besproken. Elke bijeenkomst mag een van ons een boek aandragen voor de volgende keer en deze keer was het mijn voorstel, ‘Luister’ van Sacha Bronwasser. Ik was bij een lezing van haar geweest in de buurtboekhandel. Daar werd ze geïnterviewd door een fan die ook journalist bleek te zijn, wat het gesprek beslist niet ten goede kwam. Daar kwam nog bij dat bijna niemand van de aanwezige dames van middelbare leeftijd het boek had gelezen (ik wel, ik wel), dus mocht er niet worden gespoild. Terzijde: Waarom niet gewoon vergald of verpest? Omdat daar geen zelfstandige naamwoorden van zijn? Vergaller, verpester?
(5) Ook al had ik het boek in één ruk uitgelezen, het nietszeggende gesprek met de schrijfster drukte de pret wel wat. Een beetje zoals naar een film kijken waarvan je het boek al hebt gelezen. Het haalt het vaak niet. Je zou ook kunnen zeggen dat ik gewoon jaloers was, want Bronwasser is ook 54 jaar en heeft al twee boeken uitgegeven, maar dat zeg ik niet.
(6)De mening van de boekenclubleden was positief, ‘Luister’ kreeg de hoogste waardering van alle boeken die we tot nu toe hadden gelezen. Dat maakte mijn gevoelens van afgunst weer wat goed. Volgende week nog Engels, scheikunde, latijn en biologie.
(7) Oh ja, het juiste antwoord op de vraag wat alinea (6) toevoegde aan alinea (5) was antwoord C: een eerherstel van de emotie in alinea (5).
Techniek
Het was 209 kilometer heen. Zelfs voor een Groninger ver weg. Na Stad kwamen Winsum en Baflo, de afslag naar Pieterburen en toen was ik er nog niet. Toch reed ik door tot de laatste dijk voor de Waddenzee, want ik moest en zou het huis zien wat daar te koop stond. Samengevat: te ver, te alleen en te vakantie-achtig.
Op de terugweg – iets meer dan 209 kilometer want in de buurt van het Julianaplein (wanneer is het daar nou eindelijk eens klaar?!?!) nam ik een verkeerde afslag – luisterde ik naar een aflevering van Nooit meer Slapen. Femke van der Laan interviewde schrijfster Anjet Daanje. Ik zal nooit weten wat Daanje allemaal te vertellen had, omdat ik me zat te ergeren aan het gebrek aan interviewtechniek van de weduwe van Eberhard. Ze stelde nagenoeg alleen maar gesloten vragen. Gelukkig had ik ook Theo Maassen gedownload, in gesprek met Jacob Derwig. Of je je, om een rol als Marius Milner in de serie Klem te kunnen spelen, van tevoren ook moest gedragen als een crimineel. Overigens had ik Theo niet alleen gedownload, maar die avond daarvoor ook nog samen met man E gezien. Vlijmscherp en grofgebekt sprak hij in Carré over het loutere toeval van geboren worden en ik parafraseer: Als mijn moeder het wilde zwijn waarin mijn vader net was klaargekomen destijds nooit had gebeft, was ik er nooit geweest.
Ondertussen deed de tienerdochter twee examens: muziek en Nederlands. Het plezier van en in muziek werd je bij de eerste opgave al ontnomen, zag ik toen ik het examen opzocht: ‘Noem de maatnummers van de vier maten waarin het ritme van de baspartij afwijkt van de connotatie’ (Concert van Sammartini, u weet wel die Italiaanse componist uit circa 1700). Ik scrolde verder naar beneden en stuitte op vragen over begrippen als majeur, mineur, sleutels, staccato, legato, om uiteindelijk te belanden bij een stuk dodecafonische muziek van de Oostenrijkse componist Berg getiteld ‘Schliesse mir die Augen beide’. Daar stond een kleine uitleg over dodecafonie bij: bij deze soort muziek is het voor de toonreeks niet van belang in welk octaaf een noot genoteerd staat. De titel klonk me ineens als muziek in de oren. Morgen meer over Nederlands.