Op-slot-boek 2020-5 Nieuwe armen

Ik heb warme chocolademelk voor personal trainer D meegenomen. De wereld op zijn kop, ja. Maar dat staat ie al langer. Tergend langzaam vaart er in de mist die boven de Amstel hangt een vrachtschip voorbij, alsof de schipper het tempo heeft aangepast aan de duur van een van de ergste oefeningen: in een squat staan, rechte rug, ontspannen schouders, tenen omhoog, beetje op de zijkant van de voeten, in elke hand een gewicht van 2,5 kilo (denk ik, het kan minder zijn, maar zo voelt het niet) en dan de armen zijwaarts heffen.
Toch blijf ik lachen. Ik lach als ik de battle rope (trainingstouw) op en neer zwaai en denk aan mijn middelbare leeftijd. Ik lach als ik mij met een suspension trainer (koord met handvaten dat aan een boom hangt) opdruk en denk aan borstkanker. Ik lach als ik drie sets van 15 deadlifts (stang met gewichten vanaf de grond optillen) doe en mijn vader hoor zeggen, ‘t kost een poar centen, moar din hest ook wat. En ik lach wat besmuikt als hij in mijn andere oor zegt: ‘Peerdje het veul stro neudeg.’ Mijn vader heeft al dat stro ook nog betaald… en als je het zo bekijkt, mij die nieuwe armen gegeven. Voor de kerst.
Al dat gesport kan natuurlijk niet alleen maar goed zijn. En inderdaad. Om dat uit te leggen, eerst wat voorkennis. Lelijke woorden, goede afloop. Bij mijn borstamputatie dik tien jaar geleden zijn ook okselklieren weggenomen. Dit heeft mij een arm die gevoelig is voor oedeemophoping bezorgd. Regelmatig naar fysio A en zo vaak mogelijk armkousen aan. Huidkleurig. Ik heb een aparte voor ’s nachts, ook huidkleurig, maar nog dikker en strakker. Zo’n nachtkous, daarvan heb ik net een nieuwe op maat ontvangen, na veel gezeur vergoed door de verzekering. Guess what? Door al dat getrain zijn mijn armen geslonken en is de kous veel te wijd.
Ondertussen thuis gaat het over Quincy Promes met z’n losse handjes en Thomas Acda met z’n sterrenstof. Vage vrienden van tienerzoon roepen op Insta op om te stemmen op Van Haga van het Forum. Een vriend van tienerdochter wordt preventief getest in verband met de aanstaande kerstvakantie naar familie in het buitenland en op FB staan een paar duimen omhoog voor het fluitconcert naast het torentje van Rutte. Gelukkig hebben we Michael Bublé nog. De hele dag. Op repeat. Mis deseos/Feliz Navidad is mijn lievelings.
I wanna wish you a Merry Christmas
Celebremos juntos la vida
I wanna wish you a Merry Christmas
Y que viva la alegría

Man E is er helemaal klaar mee.
Nog even wat filosofie om de komende dagen op te kauwen. Cabaretier en filosoof Tim Fransen schrijft in het artikel ‘De stoïcijn als medicijn’ in de Volkskant: ‘Een gedachte die alle stoïcijnen met elkaar gemeen hadden: wijsheid gaat over de verhouding tot jezelf. De wereld om ons heen ligt grotendeels buiten onze macht; het is dus zaak in elk geval heerser over onszelf te worden.’
Ben ik toch goed bezig met mijn nieuwe armen, maar eerst gaan ze even plat. Op de bank. Netflix. The Prom.

Op-slot-boek 2020-4 Een maat groter

Vorige week ging ik met moeder A per tram naar de Bijenkorf om een verlaat verjaardagscadeau uit te zoeken. Met zijn tweeën hingen we boven de sieradenvitrines te wijzen. Het glas werd gleersk, zou mijn vader zeggen. Van hem leerde ik overigens ook dat een iPad een gleerbret is. De jonge man die ons hielp, begon een praatje over zo-gezellig-ondanks-alles-moeder-en-dochter-lekker-dagje-stadten. Moeder A en ik keken elkaar aan. Dwars door de mondkapjes heen, zagen we elkaars grote grijns. Dit verdient uitleg: als wij samen zijn, wordt ons Gronings accent steeds zwaarder, logisch dat de mensen dan denken dat we n dag oet zijn. Terwijl, we wonen beide al tientallen jaren in de hoofdstad. Ze gaf mij mooie oorbellen en de jonge man achter de vitrine deed er nog twee tegoedbonnen voor een kop thee bij. Die leverden wij in, in de Warmoesstraat waar de patisserie-afdeling van de Bijenkorf nu blijkbaar zit. Moeder A wilde graag even uitrusten, maar mocht beslist niet op het rode bankje zitten. Ook niet een paar minuten terwijl we wachtten op de thee. In de miezer vertrokken we naar de vochtige stoep van een gesloten café tegenover het Nationaal Monument, gelukkig had moeder A haar opblaaskussen mee. We maakten er wat van. Echt. Maar de stad deed niet mee.
Weer moet ik terugkomen op die middelbare leeftijd. Na lang weigeren en kop diep-dieper-diepst in het zand, heb ik nieuwe spijkerbroek besteld. Een maat groter. Hij paste. Toen kwam ik aan de oever van de Amstel een personal trainer tegen. We maakten een praatje, de haren in zijn baard waren een tikje grijs en hij had pretogen. Ik dacht aan de erfenis van mijn vader en aan al die mogelijkheden die daar schuilen. Ik ben bang voor mogelijkheden. Toch belde ik voor een proefles.
Tienerzoon heeft weer de hele week online les, ik heb er net eentje bijgewoond. Spaans. Docent V is een digitale kluns, niet alle leerlingen komen opdagen en zoon liet me zien hoe eenvoudig het is ondertussen een spelletje Brawl Stars te spelen. Van schrik ging ik zelf het eindexamen Spaans van 2019 maken. Toen werd ik nog banger. Om gerustgesteld te worden liep ik weer naar boven. Scheikunde. Het scherm stond vol met vakjes met leerlingen erin, docent B, OMG wat was ze jong, had het over colorimetrie. Dat moest ik even opzoeken, hielp niks, maar ik voelde me wel beter.
Tot slot, nog even over de bladspiegel van de roman Mijn lieve gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld. Geen witregels, geen dialogen, nauwelijks punten. Geen lucht, geen adem. Middels de lay-out bepaalt de schrijfster hoe ik dit boek moet ervaren. En toch doorlezen.

Op-slot-boek 2020-3 Schoorsteen

Onderweg met hond M kwam ik vandaag het tafereel hierboven tegen, onder een van de viaducten van de Gooiseweg in de Watergraafsmeer. Wie het weet mag het zeggen. Alhoewel, iets weten, daar gaat het helemaal niet om. Misschien is het van Streetart Frankey, van wie op de raarste plekken in de stad de vrolijkste kunst opduikt.
Er kwamen twee pakjes uit Groningen. De LP van Benjamin B, waar ik abusievelijk de B-sticker van heb weggegooid, maar fijne kennis M was gelukkig zo vriendelijk de sticker alsnog op te sturen. En eindelijk het groen-witte nummer 10 shirt van de FC. Ik ging er gelijk in hardlopen. Ook al ging het een stukje sneller op de 5 km, met lopen bezig was ik niet. Te druk met tegelijk de triomf van ‘Zie mij nou eens’ en de angst datzelfde statement te maken, vooral toen ik in de verte de JC ArenA zag opdoemen. Alsof je als hardcore F-Sider een vrouw van middelbare leeftijd die in een T-shirt van een boerenclubje langs de Amstel draaft in elkaar gaat beuken. Ik kwam een racefietser tegen. Hij stak zijn duim op en riep ‘Groningeuh!’
Qua corona: geen vuurwerk dit jaar. De ‘hockeytraining over hockeytraining’-avond van tienerdochter ging niet door. Ik mag toch weer fitnessen in de gymzaal. Bij gebrek aan horeca-inkomen is tienerzoon een handel in de Jordan-collectie van Nike begonnen. Man E mag buiten wel en binnen niet jeu de boulen.
Het moeilijkst om te schrijven vind ik dit. In het weekend werd er hard met de brievenbus geklepperd. ‘Zwarte Piet’, lachte man E, nooit te beroerd een foute grap te maken. Ik liep naar de voordeur. De bel bleek het niet te doen, iets met een kapotte afwasmachine, stoppengroep er voor de zekerheid uit, deurbel ook op die groep, al twee weken afwassen, maar daar gaat het nu even niet om. Het was een bezorger van de kruidenier uit Oostzaan. Hij had een donkere huid en een afrokapsel. Mijn mond ging open, nog net kon ik de zin ‘Het is echt Zwarte Piet’ inslikken. Ja, niet alleen Piet, ook nog Zwart. Wat maakt mij dit? Een racist? Een Oost-Groningse boerendochter van middelbare leeftijd die gewoon niet beter weet? Iemand die niet los kan komen van de kaders waarin ze is opgegroeid ook al doet ze echt haar best? Wat ik nu wel beter snap is waar het begrip politiek correct vandaan komt. Als je instinct zo duidelijk opspeelt, dan is je verstand verplicht om zich correct te gedragen. Beetje kromme zin, maar het zegt veel over mijn gehaspel met dit onderwerp.
Oh ja en over die middelbare leeftijd van mij, daar heb ik ook veel moeite mee. Het enige wat nog ontbreekt is een kort pittig kapsel zou ex R zeggen. Maandag maar naar de kapper.

Op-slot-boek 2020-2 Pachtboerderij

Elke dag kijk ik op Funda, op zoek naar, ja naar wat eigenlijk? Gisteren zag ik de pachtboerderij van mijn opa langskomen. Het huis in Blijham waar mijn vader van zijn 7e tot zijn 16e jaar heeft gewoond en waar mijn liefste tante is geboren. Behalve een hoop vergane glorie met nog meer grond eromheen, zag ik mijn vaders jeugd op de foto’s en hoorde ik hem weer vertellen: ‘Uit school rotzooide ik vaak wat aan op de boerderij. Ik had een paardenstal helemaal afgegaasd en daarin hield ik hele mooie sier- en postduiven. Daar besteedde ik veel tijd aan, maar op een nacht is er een kat naar binnen gegaan… aal koppen er oaf. Alle duiven lagen dood in het hok en de kat zat er nog in. Wat was ik kwaad. Ik de buurjongen van Dijkema roepen. Hij was een paar jaar ouder dan ik en had een windbuks… Nee, ik hoefde ook geen nieuwe duiven. Het was in één keer klaar.’
In klas 4E van tienerdochter zijn 9 covid-besmettingen, dus ze had een hele week thuisonderwijs om nog meer besmettingen te voorkomen. Ik dacht nog, maar zij heeft het toch al gehad? Hoe groot is de kans dat ze het weer krijgt en dus anderen kan besmetten? Maar à la. Weer een hele week binnen zitten, niet goed voor haar en ook niet voor mij. Gelukkig kon ze gisteravond weer naar het hockeyveld, gestoken in haar nieuwe uitshirt met achternaam en een grote 10. Huppelend, voor zover vijftienjarigen dat nog doen, kwam ze terug van de training en stortte zich op de bloemkool. Zij blij, ik blij.
Carré meldde per email dat het ingewikkelde theaterstuk met installaties waar man E en ik heen zouden, over twee weken alsnog doorgaat. Tijdens een fijne boswandeling wees moeder A mij op een goede recensie over het stuk. In de laatste regel staat dat Don’t loose yourself de boodschap is die je meekrijgt. Vierenhalve ster. Dikke 25 euro.
Tot slot, een Groningse mop die ik gisteren van de man van nicht M kreeg:
Hai: Wel denkst dat gait winnen, Trump of dei ander?
Zai: Ik denk Biden.
Hai: Baidn? Dat kin toch nait?

Op-slot-boek 2020-1 Vijftig kerstlampjes

Tegen beter weten in had ik toch maar kaartjes gekocht voor de voorstelling Blindness, een theaterstuk waarbij je iets ingewikkelds met beeld, geluid en effecten kunt beleven. Dat je daarbij met zijn dertigen op het podium van Carré mocht zitten, sprak mij wel aan. Maar helaas, Rutte kwam met een tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown.
Vanochtend, ik net uitgeborsteld, tienerzoon met de borstel op ‘Klaar? Af!’, hadden we het over de Amerikaanse verkiezingen, waarover beide tieners zich overigens opwinden. Wat op zich weer het enige positieve van heel die verkiezingen is. Maar goed. Tienerzoon vertelde dat vriend R die half Amerikaans is, dit jaar was tegengewerkt om te gaan stemmen. Zijn vader en hij, nu hij 18 is, hadden lang voor 3 november een email moeten krijgen met daarin de mogelijkheid om per post te stemmen en hoe dat dan moet als je als American citizen abroad woont. Deze email kwam elke vier jaar ruim op tijd, maar dit jaar niks geen post. Ik maakte gelijk het bruggetje naar Trump die, zo had ik gelezen, een nieuwe baas voor de US Postal Services had voorgedragen. Het bleek een Republikeinse topdonateur te zijn (ruim 2 miljoen dollar sinds 2016). Ook brievenbussen waren sinds deze zomer op miraculeuze wijze verdwenen. Maar ja, dat gebeurt hier ook. Komt bij dat ik geprogrammeerd ben om Democraten nieuws te verwelkomen en me aan Trump nieuws te ergeren. Bovendien, papieren post is natuurlijk geen email.
De zon scheen, maar ik trok toch mijn peperdure stevels aan die ik met erfenisgeld had gekocht om hond M uit te laten. Ze liepen heerlijk en ik dacht veel aan mijn vader.
Aan het einde van de dag versierde ik het boompje in ons geveltuintje met 50 kerstlampjes. De timer laat ze branden van half vijf tot half elf. Ik vroeg me af of dit een teken van optimistisch doorzetten of van zielig aandacht vragen was.
Tot slot voor vandaag, het lettertype dat ik gebruik heet Georgia, op dit moment nog een staat in twijfel. Zelf ben ik in een staat van twijfel of ik aan een ander lettertype kan wennen.