CQ 2020, dag 3 gaat over werkelijkheid en waarheid

Ik heb voor 4 weken een abonnement op de Volkskrant genomen voor 4 euro. Al was het alleen maar om te lachen om de column van Sylvia Witteman en ja hoor, nauwelijks ingelogd, daar ging ik al: ‘Tip voor tieners: als je een hasjcake in de ijskast zet, plak er dan een briefje met ‘HASJCAKE’ op, in levensgrote letters, want je ouders zetten geen leesbril op als ze iets te eten pakken.’ Ik denk altijd als schrijvers in hun columns flink aan het citeren slaan, dat ze dan zelf geen idee hebben waar ze het over willen hebben.
Tijdens de persconferentie van Rutte en De Jonge liepen man E en ik een laatste rondje met de hond. Op vier handhavers na, die op een kluitje rondom een telefoon naar de nieuwe maatregelen van het kabinet luisterden, kwamen we niemand tegen. Bij thuiskomst was puberzoon na de nodige potjes Brawl Stars, Assassin’s Creed en Rocket League vertrokken. Was ik kwaad omdat hij niet naar mij luisterde? Omdat zijn geweten niet opspeelde? Omdat hij de regels in zijn eigen voordeel uitlegt? Omdat ik dat zelf ook de hele tijd probeer? Of was ik gewoon jaloers?
Iemand berichtte me geen schakel te willen zijn tussen wel of geen corona. Weer iemand postte een filmpje over ‘Nee tegen de maatregelen, ja tegen de gezondheid’, Maar de vraag is hoeveel invloed je als individu hebt en wat voor de ene persoon van levensbelang is, vindt de ander flauwekul. Hier ligt precies de moeilijkheid. Je hebt regels en je hebt interpretatie. En dan heb je ook meningen. En, god verhoede, karaktereigenschappen. Vooral bij man E loop ik tegen zijn muur van 1+1=2 aan. Hoe vaak moet ik het nog zeggen: één plus één is geen twee! Nou ja vooruit, het kan, maar je kunt ook een blauwe één hebben en daarvan de helft vergeten en niet optellen maar delen.
Ik geloof in ‘Never let reality get in the way of truth’, een quote van Pat Pattison, Amerikaans schrijver van boeken over onder andere songwriting. Ik snap niet goed wat het betekent, maar het voelt waar.
Ontspannen met ‘Four weddings and a funeral’ (hoogtepunt blijft Rowan Atkinson als huwelijksvoltrekker) samen met puberdochter die zienderogen opknapt. En weer aan de WF, zeven potjes tegelijk. Mooiste woord van de dag: wegroepend, maar dat was niet van mij.

CQ 2020, dag 2 gaat over leefregels

De ochtend begon goed, met aan de deur een vriendin van puberdochter die een overlevingspakket kwam brengen. Nadat ze had aangebeld, deinsde ze naar achteren en kon puberdochter de deur opendoen. De aerosolen vlogen onze straat in. Op de stoep lagen een knuffeldeken, koekjes en een crèmepje. Even later ging de bel weer en stonden er twee bordjes met cup cakes voor de deur. Puberdochter, nog in pyjama, ging zonder jas en op blote voeten op de betonnen drempel staan. Terwijl zij gierde van het lachen met haar schoolvriendinnen, kon ik het niet nalaten te zeuren over kouvatten.
Verder was er in de ochtend veel contact, digitaal welteverstaan. De tandarts waar puberdochter heen zou, belde om vragen te stellen over haar gezondheid. Afspraak afgezegd. De notaris antwoordde op mijn mail dat ik vrijdag niet bij de ondertekening van mijn vaders nalatenschap kon zijn, dat ik een volmacht moest sturen. De conrector van puberdochters school belde om te vragen of hij haar naam in een mail naar de gehele vierde jaarlaag mocht sturen. De hockeyouders leefden in de groepsapp van harte mee. En ook de collega’s van man E toonden in kleine vierkantjes op het beeldscherm hun medeleven.
In zijn lunchpauze reed man E de teststraat bij de RAI in en weer uit en vond het reuze meevallen allemaal. Al binnen 20 uur had hij de uitslag: negatief. Dat verbaasde mij nogal, gezien de enorme besmettelijkheid van het virus. Nog even dacht ik dat deze goede uitslag niet voor stress en gedoe zou zorgen, maar in minder dan geen tijd was ik in een discussie met puberdochter verwikkeld over hoelang we dan nog in CQ moesten blijven en hoe daarin te sjoemelen viel. Toen ze mij ervan beschuldigde dat ik net Famke Louise was – hoezo schrijf je trouwens Famke en zeg je Femke -, wist ik niks meer te zeggen. Gelijk had ze wel. Volgens de regels moeten wij, de huisgenoten die geen klachten hebben of negatief getest zijn, ‘thuisblijven tot 10 dagen na het laatste contact met de patiënt met COVID-19. Als u geen 1,5 meter afstand houdt, moet u dus thuisblijven tot 10 dagen nadat de bevestigde patiënt/huisgenoot weer uit isolatie mag.’
Dat is zo uitzichtloos lang dat ik niet weet of ik dat wel ga doen. Hieronder nog een paar leefregels van het RIVM die wij NIET opvolgen:

  • Maak veelgebruikte oppervlakken elke dag schoon, zoals nachtkastjes, deurklinken en lichtknopjes.
  • Maak eerst schoon met gewoon schoonmaakmiddel. 
  • Reinig daarna de handcontactpunten zoals toiletbediening, deurklinken en lichtknopjes met huishoudbleek.
  • Pak hiervoor een emmer met 5 liter water. Doe hier een koffie kopje bleekwater in (125 milliliter). Bleekwater kunt u in de supermarkt kopen.

In onze koffiekopjes past 200 milliliter, ik heb het net gemeten, maar dat zal ik econometrisch gezien wel weer niet goed gedaan hebben. Ik ben wel blij dat ik nu weet waar ik bleekmiddel kan aanschaffen.
Nog 3 leefregels, omdat ik er zelf niet genoeg van krijg:

  • Verzamel het wasgoed van de zieke huisgenoot in een aparte wasmand en was dit op minimaal 40 graden met een volledig wasprogramma en normaal wasmiddel.
  • Doe de afwas van de zieke gescheiden met standaard afwasmiddel en heet water.
  • Laat de zieke persoon het eigen afval in een aparte afvalzak in de eigen kamer gooien. De zak mag gewoon in de (grijze) afvalbak voor het restafval.

Godzijdank dat die zak gewoon in de tussen haakjes grijze afvalbak mag. Samengevat, ondanks alle regels die wij niet naleven, is man E tóch negatief getest en moeten wij nog minstens 11 dagen thuisblijven.
Om van dit alles bij te komen ging ik ’s middags met hond M rennen langs de Bosbaan, waarbij ik bijna struikelde over de hondjes van Candy Dulfer. ‘Ze lopen altijd in de weg’, lachte ze. Maar dat vond ik niet erg. Wel erg was mijn angst iemand in te halen of tegen te komen. Voor de zekerheid de berm en de adem in.
Aan het eind van de dag legde ik in 4 potjes (dank vriend M, vriendin Y, neef J en ex R) lukraak wat Wordfeud woorden: kleun, beven, pech, weeën, builen, lauwige… Elke keer als WF het woord juist gespeld vond, kreeg ik als beloning een advertentie.
Nog even dubben om voor €5,49 de reclameloze versie aan te schaffen en dag 2 zat erop.

Dagboek CQ 2020, dag 1 gaat over contact

Puberdochter heeft COVID. Vanaf maart noemde ik het corona, maar nu het ineens in ons huis rondwaart, heeft het virus een upgrade gekregen. Als ik heel eerlijk ben, heb ik het ook liever over gymnasium dan over vwo, sauvignon blanc in plaats van droge witte wijn. Maar dit snobisme terzijde.
Vanochtend belde de GGD haar met de uitslag. Met haar hand voor de speaker van de telefoon kwam ze vragen hoe onze huisarts heet, ik dacht nog naïef, zal wel voor een vriendin zijn die in de problemen zit of zo. Maar toen ze even later beneden kwam, bleek ze positief getest.
Puberzoon werd direct uit zijn afwasbaantje gebeld en toen begon het grote gestress: Wat nu? Hond M? Boodschappen? En de woede: thuisblijven?! Het is gvd herfstvakantie! En de angst: hoe groot is de kans dat we op de IC belanden? En het zelfmedelijden: het is al zo’n waardeloos jaar, ik heb al kanker gehad, nu ook dit nog.
Feiten hadden wij nodig om orde in de gezinschaos te scheppen, vooral man E en de puberzoon hadden daar behoefte aan. Beide gingen ze de regels van het RIVM fileren. Het ging zover dat ze zich afvroegen wat er precies bedoeld wordt met ‘contact’. Puberzoon mailde met de GGD. Hij was vanaf dinsdag niet in ‘contact’ geweest met zijn zus, dus dan golden de regels misschien niet voor hem. De GGD antwoordde verbazingwekkend snel dat contact betekent, langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand van de besmette persoon. Deze vorm van contact had hij met zijn zus niet gehad. Ze hadden al een dag of vier, vijf, niet meer samen aan tafel gezeten vanwege voetbal- en hockeytrainingen.
Opkomende vragen waren: Kunnen we het hem verbieden, ook al is hij bijna 18? Willen we dat überhaupt? Ook al begrijpen we heel goed dat zijn vakantie totaal verknald is? En wat heeft het voor zin? Man E begon ook al klachten te vertonen, en daarmee had hij wel ‘contact’ gehad.
Ik ging de regels zelf ook maar eens bekijken en vooral ook interpreteren. Ik las dat je toch boodschappen mag doen als je een huisgenoot bent zonder klachten. Snel de auto in, op met mondkap naar de supermarkt. Tussen de zuivel en bolletjes voelde ik me een paria. En een hamster. Gelukkig komt vanaf nu de kruidenier uit Oostzaan twee keer per week voorrijden.
Ondertussen reageerden mensen uit onze omgeving lief – ‘Kunnen we boodschappen voor jullie doen? Zullen we hond M uitlaten?’ en verontrust – ‘Quarantaine?! Oh jee, wat erg, wat zijn de klachten?’
Moest ik zelf niet ook wat banger zijn? Ik ging de kans om terecht te komen op de IC maar eens berekenen. Dat viel mee, volgens mijn berekeningen was die maar 0,03%. Man E, waarbij de E hier lineair voor de E van econometrist staat, rekende het wat beter uit en kwam op een percentage van 4, een stuk meer. Maar wat koop je daarvoor?
Na de nodige ruzie met diezelfde E over het snijden van een komkommer, het op juiste wijze aanmaken van de dressing en wie er recht had op het laatste glas wijn, liet ik samen met puberzoon hond M uit en installeerde de Wordfeud app weer op mijn telefoon.
Oh ja, bijna vergeten, de klachten van puberdochter vallen mee. Beetje keelpijn en wat snotterig. Man E laat zich morgen testen. Als die uitslag positief is, kan het gestress, zelfmedelijden, woede en angst op dag 2 weer opnieuw beginnen.

Curry comb

undefined

Daar reed ze, de fietskrat met een tie-wrap vast aan de voordrager. Flesje water, telefoon, ID en twee pennen in een linnen tasje erin. Ze suisde langs de Amstel, over het Rokin, het Spui op en sloeg een weg te laat rechtsaf. Snel wilde ze de eerste de beste steeg induiken, ze zag nog net hoe ie heette – Roskamsteeg – en vroeg zich ook nog een split second af wat het Engelse woord voor roskam was, maar haar voorband raakte de stoeprand. Terwijl haar fiets onderuit schoof, sprong ze zelf met een atletische boog de stoep op. De krat zat nog vast. Niets aan het handje.
Haar moeder, die een stukje achter haar fietste, zag het razendsnel en in slow motion gebeuren. Het deed haar denken aan haar geboorte, net iets meer dan 15 jaar geleden. Ook toen was het net alsof ze met een krachtige boog de aarde op sprong. Oogjes dicht, vuistjes geklemd.
Net zo zou ze nu het examen maken, daar vertrouwde de moeder op.  ‘You are ready’, had de docent gezegd en de moeder herhaalde het nog maar eens: ‘Je hoeft maar drie woorden onthouden.’ De dochter rolde met haar ogen en verdween het gebouw in waar het Cambridge English examen op haar lag te wachten.
Ik ben er helemaal niet klaar voor, dacht de moeder terwijl ze door de stille stad naar huis fietste. Grip krijgen, weer iets om los te laten.

Glunderen

Hemelvaartsdag ben je alweer jarig, broer, 49 zou je deze keer worden. Weet je nog je laatste verjaardag, toen je dertig werd? Wat een feest was dat. Omdat jij nooit zou afstuderen, trouwen of een kind krijgen, had mama bedacht om ter ere van je dertigste verjaardag een heuse receptie te geven. En natuurlijk ook omdat je zo gek was op gezelligheid.
Met de leiding van het tehuis waar je woonde, was je van tevoren naar de kapper geweest, je wangen waren glad, papa had je lekkerroek opgedaan, je had je horloge om en natuurlijk droeg je je mooiste kleren. Een hip vest en een bruine broek met een groen shirt. Groen & broen of gruin & bruin, dat verhaspelde Gronings-Nederlands, daar lachen we thuis nog altijd om.
Op mijn werk had ik een officiële uitnodiging gemaakt. JARIG! stond er boven een afbeelding van koe die een taart uitscheet. ‘Mag niet’, zei je grijnzend toen je de kaart zag en je sloeg je handen voor je mond.
Boshotel Ruyghe Venne in Westerbork had een speciale zaal met een terras voor je gereserveerd. Bij de ingang stond een bord met je naam erop, daar poseerde je trots voor, ook al had je geen idee wat er stond. Mama had een corsage met een witte roos voor je gekocht, die papa je voorzichtig opspeldde, met het steeltje omlaag, zoals het hoort bij mannen.
Als een koning zat je op het terras, met uitzicht op de parkeerplaats en wie er ook uit de auto stapte, bij iedere gast glunderde je van onder tot boven.
Op de tafel naast je groeide de stapel cadeaus: niet alleen koeienpuzzels met heel veel stukjes, maar ook koeienkussens, koeienschilderijen, koeienmokken en een zwart-wit gevlekte pet die nu in de kamer van je neef hangt. Je nicht bewaart haar sieraden trouwens in het koeienladekastje dat je kreeg. Maar het mooiste cadeau was een mok met een man in een zwembroek erop. Als je een warme drank in de mok goot, ging z’n broek naar beneden en zag je z’n… Ja, ik weet het. Mag niet.
Je mocht op de stoel staan, papa hield je goed vast, en al je favorieten zongen ‘Lang zal je leven’. De cola en de cassis werden aangesleept, er was taart en chips en bitterballen, het hield niet op. Je werd gefilmd, gefotografeerd, voor eeuwig vastgelegd.
Wat een feest was het hè? Volgend jaar als je 50 wordt, moeten we het nog maar een keertje overdoen.