Recyclen

Mijn eigen nest mocht dan wel leeg zijn, dat hoefde natuurlijk niet te betekenen dat anderen er geen konden bouwen. Dus haalde ik het grote stenen ei met gaten dat ik ooit bij de Welkoop in Dronten had gekocht tevoorschijn. Ik dacht nog even dat ik me had vergist en het een waterbakje voor vogels was, maar daarvoor zaten er te veel gaten in. Op verkeerde plekken ook, bleek toen ik ’m toch even onder de kraan probeerde te vullen.
De gebruiksaanwijzing drukte mijn eigenwijsheid de kop in, het ging hier om een Fiësta Nester, ‘de ideale plek voor vogels om materiaal voor hun nestje te vergaren.’ Het enige wat ik hoefde te doen was er nestmateriaal in stoppen. Ik ging op zoek naar het perfecte spul. Niks geen puntige takjes en prikkende blaadjes, lekker warm en pluizig moest het zijn. Dons? Wol?
Ha, de zachte vacht van hond M natuurlijk. Ik kamde en borstelde haar, trok de plukken haar uit de hondenverzorgingsbenodigheden en propte het in het ei. Het duurde maar even of daar kwam de eerste koolmees al aangefladderd. Hij of zij pikte in de gaten in het ei en vloog met een bekje vol vacht naar het nest in aanbouw. Af en aan ging het, met z’n tweeën nu. Allebei vlogen ze met een wolk van vacht, zowat nog groter dan hun lijfje, heen en neer.
Zeer met mezelf ingenomen zat ik ernaar te kijken. Dat was pas natuur! Dat was pas recyclen! Kon ik mooi weer een vlucht boeken.
Maar eerst dit stukje schrijven. Daarvoor kamde ik het internet nog even af op zoek naar meer info over mezennestmateriaal. Al gauw kwam ik op de site van de vogelbescherming terecht waar ik van alles las over dingen die je in zo’n ei kunt stoppen. En ook dingen die je er vooral niet moet instoppen zoals ‘haren van huisdieren die zijn behandeld met anti-vlooien- of -tekenmiddel.’ Oeps. Onderzoek naar doodsoorzaken van koolmezen had uitgewezen dat restanten van onder andere hondenharen ‘veelvuldig gevonden waren in de onderzochte mezen’. Bespoten haren kwamen met regelmaat in nesten terecht en drongen door de huid van de jonge meesjes.
Was ik zo-even nog de barmhartige Samaritaan, nu was ik de bruut verantwoordelijk voor het lege nest syndroom van twee koolmezen.

Tegenwoordig

Facebook had uitgeknobbeld dat ik deze week, vijftien jaar geleden, geopereerd was in het Antoni van Leeuwenhoek. Moest dat gevierd? Bleek hieruit dat ik al zolang mijn tijd verdeed op social media? Watwatwat moest ik met deze reminder?
Op de foto waarmee het platform mij terugbracht naar 2010 zat ik op de grond in de slaapkamer van de kinderen. De zoon (7 jaar) op schoot, z’n beentjes aan weerszijden van mijn heupen, z’n hoofd wat afgedraaid naar links, z’n blik wat afwezig. De dochter (van 4) met haar buikje tegen haar broertje aan, haar armpjes om ons beide heen en haar lippen op mijn wang. Zelf had ik een kaal hoofd en terneergeslagen ogen. Besefte ik toen al dat kinderen hun ouders niet behoren te troosten maar andersom? Eh, nee. Ik was alleen met mezelf bezig. Zie hier de kiem van allerlei ellende.
De bedoeling is dat je als kind bezig bent met jezelf. En als ouder met je kind. Dat heet dan opvoeding denk ik, en als ze het huis uit zijn is dat klaar denk je. Maar dat blijft zo!
Maar soms ook niet. Blijken ze ineens gelijkwaardig te zijn, met rijbewijzen, vergevorderde kookkunsten, piercings, bachelorsminorsmasters en compleet eigen levens op de koop toe.
Tijdens het etentje afgelopen weekend, ter meerdere eer en glorie van ons 12,5-jarige huwelijk, zaten we met z’n vieren bij een sjieke Italiaan in de Jordaan. Iedereen nam het wijnarrangement en man E legde de boel beter uit dan de sommelier. We aten echt lekker, maar wel wat ingewikkeld, de wijn was, ja wat was de wijn, de gesprekken waren waarachtig. De zoon nodigde de dochter uit om een keer mee te gaan naar z’n roeivereniging, de dochter vroeg wanneer hij bij haar in Utrecht kwam, man E dronk de wijn op die de kinderen niet lekker vonden en ik was jaloers op de broer-zus-band.
We fietsten naar het ouderlijk huis en ik keek tegen de leren ruggen van de zoon en de dochter aan. Het leer van de zoon was van z’n vader geweest. Voor de kenners: gekocht bij Zaal, Oude Ebbinge, Groningen. Leuk detail: ze hadden toen een actie als je één leren jas kocht, kon je er nog één voor vijfentwintig gulden of zo bij kopen, dat deed ik en die heeft de dochter nu ’s zomers aan.
Eenmaal thuis werd ik overvrouwd door emoties van waar is de tijd toch gebleven en wat vliegt ie en hij heelt ook nog alle wonden en kwamen beide kinderen bij me zitten. De zoon op m’n schoot, de dochter met haar lippen op m’n wang. Dit laatste is helemaal niet waar, veel te dik aangezet en ook nog geforceerd lollig. Maar dat kan tegenwoordig allemaal prima.

Kidnapper

Nog een paar dagen en dan ben ik tweeëntwintig jaar moeder. Als de zoon of de dochter jarig is, koop ik altijd een te dure bos bloemen voor mezelf en pak het blauwe (de zoon) of het oranje (de dochter) geboortealbum erbij. In no time is het dan januari 2003 of juni 2005 en zit ik op de wc in de Lekstraat weeën op te vangen en man E uit te schelden omdat hij een stinkende boterham met pindakaas eet, (de zoon) of het bed nú nog op klossen moet zetten (de dochter).
Na dit tripje naar vroeger zette ik de kweepeertakken op een vaas en stelde de gang naar Aurora, sinds 1909 dé lampenwinkel van Amsterdam, nog langer uit. Die ellendige Merry Christmas lichtbak fixen, kon altijd nog. Liever keek ik naar aflevering 10 van het laatste seizoen van Parenthood (dank nog vriendin M voor de tip). 103 Afleveringen van 40 minuten lang gaat het over opvoeden. Maar dan op z’n Amerikaans, altijd maar doorzetten, presteren en te veel samendoen.
Wat had ik de zoon en de dochter eigenlijk bijgebracht? Nu ze beide het huis uit waren, was het niet zo gek m’n opvoeding te beoordelen.
Ze hebben geleerd met een brede blik naar de wereld te kijken. Ze hebben op voetbal, tennis, turnen, karate, roeien, hockey, zwem-, piano- programmeer- en debatles gezeten. Ze zijn naar Nemo, Artis, de Krakeling, het Concertgebouw, Tuschinski, Paradiso, Carré en het Rijksmuseum geweest. Ze zijn altijd goed verzorgd met koffie, geknipte nagels, nieuwe kleren en een overvolle snackla. Maar de confrontatie met ze aangaan? Duidelijk grenzen aangeven? Daar ben ik te vaak voor weggelopen. Ik heb te snel geoordeeld, me te weinig ingeleefd, was er soms niet terwijl ze me wel nodig hadden. En nog een dieptepunt, te weinig geluisterd. Terwijl ik me dat tweeëntwintig jaar geleden met m’n dikke buik nog zo had voorgenomen wél te doen. Net als mijn allerliefste oma Bab dat altijd en altijd en altijd maar deed.
Maar mijn grootste tekortkoming kwam van de week aan het licht toen de zoon vertelde dat ie de samenvatting van de koploper van de Duitse Bundesliga tegen 010 had gekeken. Op deze manier ging mijn opvoeding steeds meer lijken op de wanprestatie van Ajax in Riga.
Ik had op een fundamenteler niveau toch wel meer goed gedaan? Het was moeilijk om daar woorden voor te vinden, eerst maar eens met hond M de regen in. Misschien kreeg ik in die troosteloze grijze lucht nog wel een goede inval. Dat was zo: ik ging het ChatGPT vragen. De bot antwoordde van alles waar ik me niet in kon vinden, behalve: ‘Ik vond het belangrijk om zowel structuur als ruimte voor eigenheid te bieden.’ En ook ‘Mijn kinderen hebben geleerd door te kijken naar mijn eigen gedrag en keuzes.’ Daar wil ik nog wel even aan toevoegen dat ze door naar mij te kijken ook geleerd hebben hoe het niet moet. Minstens net zo belangrijk.
Ondertussen had ik genoeg moed verzameld om naar Aurora te gaan. Ik haalde net mijn fiets van het slot toen een meisje van een jaar of 11 de weg vroeg. De straat waar haar vriendin woonde kende ik niet en ze kon het ook niet checken op haar telefoon, want leeg. Wel had ze een oplader bij zich.
‘Nou’, zei ik, ‘kom maar even binnen, dan laad je je telefoon op en met een paar procent batterij kun je me het adres laten zien.’
Ze twijfelde een tijdje en vroeg toen: ‘Bent u een kidnapper?’
Ik dacht dat ik het niet goed had verstaan.
‘Bent u een kidnapper?’ vroeg ze nog een keer.
‘Nee’, zei ik, ‘ik ben een moeder.’

PrePolarsteps

De vintage Merry Christmas lichtbak was stuk. Toen ik ’m aansloot viel me al op dat de groene en blauwe lampjes niet meer flikkerden. Alleen de rode en gele deden het nog. Een paar dagen later deed de espressomachine tot twee keer toe de stoppen doorslaan en toen was het gedaan met m’n allermooiste kerstdecoratie. Donker en doods lag ie op het aanrecht te wachten tot man E er een project van zou maken.
Ik verbeet mijn teleurstelling en stortte me op de kerstvakantie. Dat duurde nog even, maar het voorpretten moest en zou nu beginnen. Foto’s van onze vorige vakantie op La Palma had ik in het GezinsGroepje gezet. Op eentje ervan stonden de kou kleumende zoon en dochter – want wist ik veel dat je een winterjas nodig had op zo’n zonnig eiland – te blauwbekken bovenop de Roque de los Muchachos, 2426 m. De dochter vond het een topfoto. Dat waren de overige 314 ook en de bijbehorende filmpjes van kinderlijfjes die in een zwembad sprongen en piepstemmetjes die vroegen hoelang de wandeling nog duurde al helemaal. Ik verzoop bijkans in een poel van nostalgie.
Daarna was het tijd me onder te dompelen in Spotify. Ik maakte de playlist Meezingers, voor al die uren dat we in de auto van en naar vliegveld Düsseldorf zouden moeten zitten. ‘Als ik terug kon in de tijd, dan wel met jouououou’ en mijn persoonlijke favoriet ‘Vroeger op de markt in Italia, heb ik m’n hart verloren aan die mooie Amalia’ die voordat Ajax aftrapt vaak wordt gedraaid. Voor de studentenzoon en -dochter voegde ik nog ‘Atje voor de sfeer’ en ‘Huisfeestje’ toe. Alles gedownload, klaar.
Tijd voor de vakantielijst. Daar waren er ondertussen een stuk of twintig van, variërend van kampeerlijst Frankrijk tot cruise Miami via Schotland en de USA. De lijst van La Palma 2010 stond er ook nog tussen. Ik kon ’m voor een groot deel overnemen, alleen oestermes, cd’s/dvd’s/iPod, sigaren, bedlampje, knutsel/knuffel deletete (ja dit is echt de correcte spelling) ik, bij petjes en slofjes haalde ik jes weg en voorlees bij boeken. Ik twijfelde nog even of ik winterjasjes zou toevoegen.
Met mijn gedachten nog bij de items uit de jaren 10, trok ik de doos met wegenkaarten open. En ja hoor, er zat een plattegrond van La Palma tussen. Man E en ik hadden er veertien jaar geleden allerlei tips en opmerkingen op gekrast. Toen al wetende dat we er nog een keer heen wilden. ‘Jammer was dicht vanwege de regen’ stond er bij een route naar nationaal park Caldera de Taburiente en ‘Hier vis eten!’ bij Playa del Remo. De zoon die op de koffie kwam, vroeg: ‘En gaan jullie er dit keer weer van alles bijkrassen zodat we er over twintig jaar met ónze kinderen weer naartoe gaan?’
Ik keek nog één aflevering van de miniserie La Palma op Netflix over een dreigende vulkaanuitbarsting en toen was het uit met de voorpret.
Man E zou het vintage Merry Christmas lichtbak project voor de kerst vast niet afkrijgen, maar dat gaf niks. Dit jaar zouden we met de kerstdagen baden in het zonlicht.

Hebbedingstress

M’n nieuwe iPhone lag al een paar dagen donkergroen te shinen op het aanrecht. Ik mocht ‘m van mezelf pas installeren als ik eerst alle foto’s vanaf 2020 netjes had gearchiveerd op de computer. En ik vond dat ik daarna ook nog alle foto’s op m’n oude telefoon één voor één langs moest, met als vraag: Prullenbak of niet? Zodat ik alleen de echt mooie foto’s en herinneringen op de nieuwe zou hebben. En zou kunnen bekijken als, ja wanneer doe je dat eigenlijk?
Zoals dat gaat met foto’s kijken, zak je onmiddellijk weg in het verleden. In plaats van te beginnen bij 1 januari 2020 klikte ik op de map kerst 2010, toen man E echt nog lang geen 50 was, de zoon zeven en de dochter vijf. We waren op La Palma, dat hadden we een jaar eerder moeten annuleren vanwege dat we toen wel andere dingen aan ons hoofd (in mijn geval kaal) hadden. Deze kerst gaan we weer, man E wilde graag eenzelfde wandeling van toen opnieuw doen, maar dan nu zonder mist met uitzicht en ik verheugde mij op lunches met vis en wijn aan de kust. De kinderen hadden er ook zin in en niet alleen omdat het een gratis vakantie ver weg was.
Het vliegen zat ons qua bewustzijn niet in de weg en dat gold ook voor Black Friday. Vandaar mijn iPhone, een groter beeldscherm met tig pixels voor man E en de zoon had een Whoop besteld. Wat? Een Whoop ja. Een fitness tracker die je 24/7 draagt en je dagelijkse activiteit en herstel meet door honderd keer per seconde informatie te verzamelen. Ik kreeg het er helemaal benauwd van. ‘Hij kent me nog niet helemaal’, zei de zoon, ‘maar hij zegt dat ik vannacht negen-en-een-half uur moet slapen.’ Ik bedoel maar.
De dochter was als enige niet echt bezig met Black Friday. Zij focuste zich op sociale psychologie en gala’s. Wat misschien wel hetzelfde is.
Eindelijk had ik me door ikweetniethoeveel foto’s geworsteld en kon ik met de iPhone aan de gang, maar weer stelde ik het uit. De echte aap kwam uit de mouw: mijn angst voor nieuwe dingen. In het algemeen, maar technologische in het bijzonder. Wat als je iets verkeerd instelt? De synchronisatie mislukt? Ik al mijn app geschiedenissen verlies (wat altijd zo is)? Tja, wat als? Wat is daar een goed antwoord op?