Hebbedingstress

M’n nieuwe iPhone lag al een paar dagen donkergroen te shinen op het aanrecht. Ik mocht ‘m van mezelf pas installeren als ik eerst alle foto’s vanaf 2020 netjes had gearchiveerd op de computer. En ik vond dat ik daarna ook nog alle foto’s op m’n oude telefoon één voor één langs moest, met als vraag: Prullenbak of niet? Zodat ik alleen de echt mooie foto’s en herinneringen op de nieuwe zou hebben. En zou kunnen bekijken als, ja wanneer doe je dat eigenlijk?
Zoals dat gaat met foto’s kijken, zak je onmiddellijk weg in het verleden. In plaats van te beginnen bij 1 januari 2020 klikte ik op de map kerst 2010, toen man E echt nog lang geen 50 was, de zoon zeven en de dochter vijf. We waren op La Palma, dat hadden we een jaar eerder moeten annuleren vanwege dat we toen wel andere dingen aan ons hoofd (in mijn geval kaal) hadden. Deze kerst gaan we weer, man E wilde graag eenzelfde wandeling van toen opnieuw doen, maar dan nu zonder mist met uitzicht en ik verheugde mij op lunches met vis en wijn aan de kust. De kinderen hadden er ook zin in en niet alleen omdat het een gratis vakantie ver weg was.
Het vliegen zat ons qua bewustzijn niet in de weg en dat gold ook voor Black Friday. Vandaar mijn iPhone, een groter beeldscherm met tig pixels voor man E en de zoon had een Whoop besteld. Wat? Een Whoop ja. Een fitness tracker die je 24/7 draagt en je dagelijkse activiteit en herstel meet door honderd keer per seconde informatie te verzamelen. Ik kreeg het er helemaal benauwd van. ‘Hij kent me nog niet helemaal’, zei de zoon, ‘maar hij zegt dat ik vannacht negen-en-een-half uur moet slapen.’ Ik bedoel maar.
De dochter was als enige niet echt bezig met Black Friday. Zij focuste zich op sociale psychologie en gala’s. Wat misschien wel hetzelfde is.
Eindelijk had ik me door ikweetniethoeveel foto’s geworsteld en kon ik met de iPhone aan de gang, maar weer stelde ik het uit. De echte aap kwam uit de mouw: mijn angst voor nieuwe dingen. In het algemeen, maar technologische in het bijzonder. Wat als je iets verkeerd instelt? De synchronisatie mislukt? Ik al mijn app geschiedenissen verlies (wat altijd zo is)? Tja, wat als? Wat is daar een goed antwoord op?

Broer, zus, kaarsje, hartje

Dat heerlijke gevoel als je ’s ochtends wakker wordt en denkt wat is er ook weer voor fijns gebeurd, hield na de Klassieker nog een tijdje aan. En langer dan ik had gehoopt, tot lang na de ook nog overwinning op het tot dan toe ongeslagen clubje uit de lichtstad. De branie en de grote bek waren weer terug. Hoera. Maar genoeg daarover.
Ik schreef al eerder over hoe de relatie met de zoon en de dochter opnieuw vorm te geven, maar wat ook gaande is: de relatie tussen de zoon en de dochter zien veranderen nu ze allebei het huis uit zijn. Zo ging de dochter gisteren bij de zoon eten. Hij heeft de pannen, zij de skills. Dus terwijl man E en ik samen aan een heerlijke pasta met spinazie, dat moet gezegd, zaten, had ik toch liever 100 meter verderop in een studio op de derde verdieping gezeten. Oh, wat had ik er veel voor over gehad om doodstil in een hoekje te zitten en alles af te luisteren. Zien hoefde niet eens.
Waar hadden ze het over? Verliefd, drugs, drank, vrienden, over man E, over mij, en alles wat ik verder niet begreep? Maar ja, het ging mij natuurlijk allemaal weer eens helemaal niks aan. Hoe kon ik ervoor zorgen dat het mij wel aanging? Ik zou de zieligheidskaart kunnen spelen, dat ik nooit zo’n relatie met m’n eigen broer had gehad. Of dat ik ineens een werkstuk moest schrijven voor een studie die ik plotseling was begonnen over de verhouding broer-zus in de eerste maanden nadat ze het huis uit waren. Of dat ik info nodig had voor een stukje…
Toen de dochter terugkwam omdat ze hier nog een nachtje bleef slapen zei ze: ‘Ja, was leuk.’ Toen de zoon even langskwam om iets klusserigs op te halen zei hij: ‘Ja, was leuk.’
Gelukkig was daar Instagram. De dochter had een foto van het etentje bij haar broer gepost en de zoon repostte het verhaal van z’n zus. Ik zag kaarsjes, hartjes en het servies wat man E en ik in een ver verleden samen hadden gekocht.

Buik vol

Oké. Dus er moest een nieuwe manier worden gevonden om de relatie met twee uit huis wonende kinderen vorm te geven. Dat kon natuurlijk van alles zijn, maar ik hou niet van koken, man E en ik hadden net de financiën doorgenomen (niks mis mee), hij was zelf ook uit eten met een vriend en waarom moest ik me sowieso verantwoorden?
De dochter had er al eens afgesproken om haar baas te vertellen dat ze ontslag wilde nemen. De zoon was er geweest toen hij voor het eerst z’n dispuut ontmoette. Ik vond Hesp gewoon een fijn bruin café.
Dus daar zaten we met z’n drieën in de iets van 120 jaar oude uitspanning aan de Amstel. Hond M was ook mee, omdat ik vond dat ze wel wat meer horeca-ervaring kon gebruiken. In mijn fantasie lag ze lekker onder de tafel. In het echt stond ze in de loop.
Er was saté en brood en gnocchi en parelgort en gesprekken over ADE, Halloween huisfeesten, Rijk Hofman die iets had met Love of Temptation Island of The Bachelor (ik ben hier echt te oud voor helaas). Het ging over compo-, club-, topc4- en wedstrijdroeien (nog steeds te oud, maar niet te beroerd om de betekenis van compo en topc4 op te zoeken op de sites van Orca en Skøll, de gezelligste roeiverenigingen van Utrecht en Amsterdam: competitie en beste competitie in een boot voor vier personen). Maar belangrijker, legden de zoon en de dochter uit, het ging om de verhouding roeien-bier. Van compo – veel bier niet roeien – tot wedstrijd – geen bier altijd roeien.
Ineens zei de dochter tegen haar broer: ‘Kijk, we krabben op hetzelfde moment op dezelfde manier aan onze pols.’
Ik zag het niet, maar zat ineens vol van de gedachte: die twee hebben allebei in m’n buik gezeten.
Toen we weer naar huis liepen en de zoon rechtdoor ging omdat dat zijn kortste weg was en de dochter en ik rechtsaf sloegen, vond ik dat niet eens vreemd. Hond M had er wel problemen mee dat de roedel niet meer compleet was. Ze piepte een paar minuten en keek om en om en om. Ondertussen luisterde ik naar de dochter die vertelde hoe leuk het wel niet was om in een studentenhuis te wonen.

Beter af

‘Je hebt al een tijd geen stukje meer geschreven’, zei de zoon. Dat hakte erin.
‘Waarom niet?’, hakte hij vrolijk verder.
Omdat ik niet weet waarover, de onderwerpen zijn te groot: kinderen het huis uit, nieuw leven opbouwen met man E, niet meer naar Groningen willen verhuizen, een zo veel makkelijker leven met moeder A nu ze alleen is, mijn arm die mijn tempo niet kan bijbenen… Op papier zou ik het daar allemaal over kunnen hebben, maar het ontbreekt me aan grip op de gebeurtenissen.
Ik schrijf ook weinig omdat het zo moeilijk is je ergens toe te zetten waarvan je weet dat dat het beste voor je is. Terwijl als je het wel doet… tja dan ben je beter af. ‘Beter af’, dat suist al een paar dagen door mijn hoofd.
Als je in een nieuwe situatie belandt, zoals het hebben van een leeg nest, ga je jezelf vertellen dat je beter af bent: Nou, het is ook wel fijn dat we nu een logeerkamer hebben. Dat het aanrecht niet meer overvol staat. Dat ik minder boodschappen hoef sjouwen, was op te hangen. Dat ik mij kan verheugen op Oogappels terugkijken of een dagje Utrecht met de dochter. Dat de zoon nog vaak komt koffiedrinken.
In plaats van slechter af zijn: wat is het huis stil en saai. Hoezo geen broodtrommels meer vullen? Geen paasdozen meer maken? Heen en weer fietsen van en naar hockeyvoetbalturnenzwemles. Waar zijn die afgelopen twintig jaar ineens gebleven?
Het is maar hoe je naar de situatie kijkt. Welk verhaal je vertelt.
Je omgeving verandert, je past je aan en praat het goed. Zal wel menselijk zijn. Maar ook goedkoop. Eerst met heug en meug naar Groningen willen verhuizen, erachter komen dat niemand mee wil, dat niet begrijpen, dat wel begrijpen om vervolgens te zeggen dat het huisje van moeder A in Frankrijk een prima alternatief is. Al helemaal omdat het huisje ondertussen van jezelf is.
Het is moeilijk te begrijpen vind ik, beter af zijn met iets. Liever is iets beter. Of af.

Het schilderij heet Green emptyness en is van Wassily Kandinsky, heeft verder niks met het stukje te maken, maar ja, er moest toch een plaatje bij.

Afgewezen

Het was een woelige zomer geweest. De eend was weggevlogen, de dochter was nu echt het huis uit, de zoon ging over een maand verhuizen, man E werd 50 en gaf een feest waar te veel tegen zat, maar wat mij nog het meest verbijsterde was de afwijzing door de supportersvereniging van Ajax. Ik had daar gesolliciteerd als schrijver. In het bericht op Instagram stond dat ze mensen zochten die pakkende en foutloze stukjes tekst konden schrijven. Ik was ervan overtuigd dat ik de gedroomde kandidaat was, maar daar dacht de AFCA Supportersclub anders over. Ik mailde bestuurslid L, of ie misschien de afwijzing wat kon toelichten. En, ik moet zeggen, het was de beste afwijzing die ik ooit heb gehad. (Wij zijn Ajax, wij zijn de beste afwijzers.) Hij schreef dat het niets met mijn schrijfvaardigheid te maken had, maar dat ik de binding met de Supportersclub en zijn achterban meer miste dan andere kandidaten. Dat behoeft enige uitleg:
Ik had een link meegestuurd van dit blog, het stukje over Clubliefde, en daar was het misgegaan. Specifiek bij de passage: ‘En er zijn heel veel andere mensen die ook van mijn club houden. Mannen bijvoorbeeld die willen dat Marc Overmars terugkomt.’
Mijn ideeën over Overmars bleken in schril contrast te staan met die van de supportersvereniging. L had er een link bij gedaan waarin werd gepleit voor de terugkeer van Overmars. ‘Marc, wij hebben je nooit laten vallen en dat zullen we ook niet gaan doen. (…) En als mensen het veld moeten ruimen om tot een terugkeer van jou te komen, dan is dat maar zo.’
Jammer dat ik het veld al moest ruimen, nog voordat ik erop had gestaan. Maar goed, ik bedankte L voor de moeite die hij in de afwijzing had gestoken, dacht er nog even over om een dickpic mee te sturen, maar vond dat toch te flauw.
De hele toestand deed mij denken aan mijn baan als eindredacteur van het personeelsblad van Joop van den Ende, nog voor de tijd met Endemol en zonder de musicals, ook daar was geen plek voor eventuele kritische geluiden. Ex R wist het treffend te verbeelden met bovenstaande foto.
‘Eenheidsworst, die supportersclub’, schreef hij erbij.
Ik blijf bij mijn principes, maar ik blijf ook lid van de AFCASC, anders krijg ik geen kaarten voor de Europese wedstrijden.