Broer, zus, kaarsje, hartje

Dat heerlijke gevoel als je ’s ochtends wakker wordt en denkt wat is er ook weer voor fijns gebeurd, hield na de Klassieker nog een tijdje aan. En langer dan ik had gehoopt, tot lang na de ook nog overwinning op het tot dan toe ongeslagen clubje uit de lichtstad. De branie en de grote bek waren weer terug. Hoera. Maar genoeg daarover.
Ik schreef al eerder over hoe de relatie met de zoon en de dochter opnieuw vorm te geven, maar wat ook gaande is: de relatie tussen de zoon en de dochter zien veranderen nu ze allebei het huis uit zijn. Zo ging de dochter gisteren bij de zoon eten. Hij heeft de pannen, zij de skills. Dus terwijl man E en ik samen aan een heerlijke pasta met spinazie, dat moet gezegd, zaten, had ik toch liever 100 meter verderop in een studio op de derde verdieping gezeten. Oh, wat had ik er veel voor over gehad om doodstil in een hoekje te zitten en alles af te luisteren. Zien hoefde niet eens.
Waar hadden ze het over? Verliefd, drugs, drank, vrienden, over man E, over mij, en alles wat ik verder niet begreep? Maar ja, het ging mij natuurlijk allemaal weer eens helemaal niks aan. Hoe kon ik ervoor zorgen dat het mij wel aanging? Ik zou de zieligheidskaart kunnen spelen, dat ik nooit zo’n relatie met m’n eigen broer had gehad. Of dat ik ineens een werkstuk moest schrijven voor een studie die ik plotseling was begonnen over de verhouding broer-zus in de eerste maanden nadat ze het huis uit waren. Of dat ik info nodig had voor een stukje…
Toen de dochter terugkwam omdat ze hier nog een nachtje bleef slapen zei ze: ‘Ja, was leuk.’ Toen de zoon even langskwam om iets klusserigs op te halen zei hij: ‘Ja, was leuk.’
Gelukkig was daar Instagram. De dochter had een foto van het etentje bij haar broer gepost en de zoon repostte het verhaal van z’n zus. Ik zag kaarsjes, hartjes en het servies wat man E en ik in een ver verleden samen hadden gekocht.

Buik vol

Oké. Dus er moest een nieuwe manier worden gevonden om de relatie met twee uit huis wonende kinderen vorm te geven. Dat kon natuurlijk van alles zijn, maar ik hou niet van koken, man E en ik hadden net de financiën doorgenomen (niks mis mee), hij was zelf ook uit eten met een vriend en waarom moest ik me sowieso verantwoorden?
De dochter had er al eens afgesproken om haar baas te vertellen dat ze ontslag wilde nemen. De zoon was er geweest toen hij voor het eerst z’n dispuut ontmoette. Ik vond Hesp gewoon een fijn bruin café.
Dus daar zaten we met z’n drieën in de iets van 120 jaar oude uitspanning aan de Amstel. Hond M was ook mee, omdat ik vond dat ze wel wat meer horeca-ervaring kon gebruiken. In mijn fantasie lag ze lekker onder de tafel. In het echt stond ze in de loop.
Er was saté en brood en gnocchi en parelgort en gesprekken over ADE, Halloween huisfeesten, Rijk Hofman die iets had met Love of Temptation Island of The Bachelor (ik ben hier echt te oud voor helaas). Het ging over compo-, club-, topc4- en wedstrijdroeien (nog steeds te oud, maar niet te beroerd om de betekenis van compo en topc4 op te zoeken op de sites van Orca en Skøll, de gezelligste roeiverenigingen van Utrecht en Amsterdam: competitie en beste competitie in een boot voor vier personen). Maar belangrijker, legden de zoon en de dochter uit, het ging om de verhouding roeien-bier. Van compo – veel bier niet roeien – tot wedstrijd – geen bier altijd roeien.
Ineens zei de dochter tegen haar broer: ‘Kijk, we krabben op hetzelfde moment op dezelfde manier aan onze pols.’
Ik zag het niet, maar zat ineens vol van de gedachte: die twee hebben allebei in m’n buik gezeten.
Toen we weer naar huis liepen en de zoon rechtdoor ging omdat dat zijn kortste weg was en de dochter en ik rechtsaf sloegen, vond ik dat niet eens vreemd. Hond M had er wel problemen mee dat de roedel niet meer compleet was. Ze piepte een paar minuten en keek om en om en om. Ondertussen luisterde ik naar de dochter die vertelde hoe leuk het wel niet was om in een studentenhuis te wonen.

Beter af

‘Je hebt al een tijd geen stukje meer geschreven’, zei de zoon. Dat hakte erin.
‘Waarom niet?’, hakte hij vrolijk verder.
Omdat ik niet weet waarover, de onderwerpen zijn te groot: kinderen het huis uit, nieuw leven opbouwen met man E, niet meer naar Groningen willen verhuizen, een zo veel makkelijker leven met moeder A nu ze alleen is, mijn arm die mijn tempo niet kan bijbenen… Op papier zou ik het daar allemaal over kunnen hebben, maar het ontbreekt me aan grip op de gebeurtenissen.
Ik schrijf ook weinig omdat het zo moeilijk is je ergens toe te zetten waarvan je weet dat dat het beste voor je is. Terwijl als je het wel doet… tja dan ben je beter af. ‘Beter af’, dat suist al een paar dagen door mijn hoofd.
Als je in een nieuwe situatie belandt, zoals het hebben van een leeg nest, ga je jezelf vertellen dat je beter af bent: Nou, het is ook wel fijn dat we nu een logeerkamer hebben. Dat het aanrecht niet meer overvol staat. Dat ik minder boodschappen hoef sjouwen, was op te hangen. Dat ik mij kan verheugen op Oogappels terugkijken of een dagje Utrecht met de dochter. Dat de zoon nog vaak komt koffiedrinken.
In plaats van slechter af zijn: wat is het huis stil en saai. Hoezo geen broodtrommels meer vullen? Geen paasdozen meer maken? Heen en weer fietsen van en naar hockeyvoetbalturnenzwemles. Waar zijn die afgelopen twintig jaar ineens gebleven?
Het is maar hoe je naar de situatie kijkt. Welk verhaal je vertelt.
Je omgeving verandert, je past je aan en praat het goed. Zal wel menselijk zijn. Maar ook goedkoop. Eerst met heug en meug naar Groningen willen verhuizen, erachter komen dat niemand mee wil, dat niet begrijpen, dat wel begrijpen om vervolgens te zeggen dat het huisje van moeder A in Frankrijk een prima alternatief is. Al helemaal omdat het huisje ondertussen van jezelf is.
Het is moeilijk te begrijpen vind ik, beter af zijn met iets. Liever is iets beter. Of af.

Het schilderij heet Green emptyness en is van Wassily Kandinsky, heeft verder niks met het stukje te maken, maar ja, er moest toch een plaatje bij.

Afgewezen

Het was een woelige zomer geweest. De eend was weggevlogen, de dochter was nu echt het huis uit, de zoon ging over een maand verhuizen, man E werd 50 en gaf een feest waar te veel tegen zat, maar wat mij nog het meest verbijsterde was de afwijzing door de supportersvereniging van Ajax. Ik had daar gesolliciteerd als schrijver. In het bericht op Instagram stond dat ze mensen zochten die pakkende en foutloze stukjes tekst konden schrijven. Ik was ervan overtuigd dat ik de gedroomde kandidaat was, maar daar dacht de AFCA Supportersclub anders over. Ik mailde bestuurslid L, of ie misschien de afwijzing wat kon toelichten. En, ik moet zeggen, het was de beste afwijzing die ik ooit heb gehad. (Wij zijn Ajax, wij zijn de beste afwijzers.) Hij schreef dat het niets met mijn schrijfvaardigheid te maken had, maar dat ik de binding met de Supportersclub en zijn achterban meer miste dan andere kandidaten. Dat behoeft enige uitleg:
Ik had een link meegestuurd van dit blog, het stukje over Clubliefde, en daar was het misgegaan. Specifiek bij de passage: ‘En er zijn heel veel andere mensen die ook van mijn club houden. Mannen bijvoorbeeld die willen dat Marc Overmars terugkomt.’
Mijn ideeën over Overmars bleken in schril contrast te staan met die van de supportersvereniging. L had er een link bij gedaan waarin werd gepleit voor de terugkeer van Overmars. ‘Marc, wij hebben je nooit laten vallen en dat zullen we ook niet gaan doen. (…) En als mensen het veld moeten ruimen om tot een terugkeer van jou te komen, dan is dat maar zo.’
Jammer dat ik het veld al moest ruimen, nog voordat ik erop had gestaan. Maar goed, ik bedankte L voor de moeite die hij in de afwijzing had gestoken, dacht er nog even over om een dickpic mee te sturen, maar vond dat toch te flauw.
De hele toestand deed mij denken aan mijn baan als eindredacteur van het personeelsblad van Joop van den Ende, nog voor de tijd met Endemol en zonder de musicals, ook daar was geen plek voor eventuele kritische geluiden. Ex R wist het treffend te verbeelden met bovenstaande foto.
‘Eenheidsworst, die supportersclub’, schreef hij erbij.
Ik blijf bij mijn principes, maar ik blijf ook lid van de AFCASC, anders krijg ik geen kaarten voor de Europese wedstrijden.

Tête-à-tête

In de fluisterboot die wij ter ere van onze achtentwintigjarige verkering hadden gehuurd, verraste man E mij weer eens met zijn kennis van de Oudhollandse woordenschat. Hij dacht terug aan het publiek dat aan de kant zat tijdens het districtskampioenschap Tête-à-tête waar hij de dag ervoor bij de Bouledozers (ik verzin dit niet) in Hoorn had gespeeld. Volgens hem waren het mensen van verschillend allooi en divers pluimage. Toen we uitgelachen waren, hoorde ik hem ook nog plompverloren zeggen ‘Zijn dat geen lisdodden?’. Refererend aan een soort van gele irissen langs de oever. Man E en flora? Na al die jaren kon hij nog steeds verrassend uit de hoek komen. Thuis zocht ik het op en inderdaad, de oevers van de slootjes rondom Broek in Waterland waren bezaaid met lisdodden.
Een paar dagen ervoor was ik druk met mijn allereerste verkering uit 1984 die drie weken duurde, ook met een E. Over hem heb ik eerder een stukje geschreven, Amandelring:

Hij kwam terug met twee pilsjes in één hand. Ze nam een slok en bleef lachen, ondanks de bittere smaak in haar mond. Hij keek opzij, met ogen vol bravoure, tenminste dat hoopte ze. Zo bleven ze een tijdje staan. Aan de zijkant van de drukke dansvloer. In een paar teugen had hij z’n glas leeg, toen keek hij haar echt heel lang en veelbelovend aan. Ze wilde haar glas wegzetten, maar durfde niet te bewegen. Alles gewoon over je heen laten komen, was het laatste wat ze dacht. Zijn hoofd met het prachtige rode haar kwam dichterbij.

Samen met vriendin M, die vroeger E’s échte grote liefde was, bezocht ik de première, of beter veurstellen, van ‘Peter en Erik’. Een docu over het bijzondere verhaal van een eeneiige tweeling. Hun ongehuwde moeder staat hen na de geboorte in 1967 onder dwang af en de tweelingbroers worden tegen haar wens in gescheiden en geplaatst in twee verschillende adoptiegezinnen. De broers weten niets af van elkaars bestaan, tot hun levens bij toeval na zeventien jaar bij elkaar komen. Centraal staat de grote vraag: Waarom? Waarom zijn ze destijds uit elkaar gehaald? Op 23 en 24 mei wordt de docu uitgezonden op NPO2. Gaat dat zien! Gaat dat zien!
Naast het bizarre verhaal over de scheiding van de tweeling, bleven mij vooral de combinatie van Groningse en Amsterdamse beelden bij. De prachtige boerderij in Middelstum van Peter en de trams die langs de Amsterdamse archieven reden waar de broers een antwoord hoopten te vinden op de grote vraag. Ook opvallend was de thee. In nagenoeg alle scenes dronk de tweeling thee. Bij iedere kop keken vriendin M en ik elkaar lachend aan. Thee. Twee thee. Na afloop kon ik het niet laten een selfie met de eerste E te maken om naar de interrailende dochter te sturen. ‘Cute’, antwoordde ze.