Ha broer,
Vandaag zou je jarig zijn geweest. 48 Kaarsjes op een heule grote slagroomtaart. E en ik, misschien hadden we je opgehaald en had je je verjaardag bij ons thuis gevierd. In de grote stad, in ons huis waar je nooit geweest bent, maar altijd zult wonen. Puberzoon en puberdochter hadden voor je gerend en gedraafd met chips en cola, dat weet ik zeker. Want ook al hebben ze je niet gekend, ze weten als geen ander wie je was. Ze lachen met ons als we telkens weer dezelfde anekdotes over je vertellen. Dat je nooit naar bed wilde, ‘Gister al gedaan’. Of dat je steevast eerst cola en dan cassis wilde drinken en als we je dan vroegen: ‘Hoe noemen wij dit gedrag?’ dat je dan grijnzend zei: ‘Dwangmatig!’
Ja, die grijnslach, die mis ik nog het meest. En het ongecompliceerde in het nu zijn. Ik zou er een standbeeld voor willen oprichten, voor mensen die anders zijn en hoeveel je daarvan kunt leren. Ik zou willen dat ik daar veel vaker bij stilstond, maar de dagen overspoelen mij met pubergesodemieter en relatiesores.
Kijk je daar nu zitten broer, onder de slingers, naast de ballonnen. Je hebt een stoer spijkerjack aan, bent geschoren en hebt voor de feestelijke gelegenheid lekkerroek op gedaan. Samen met je neef en nicht blaas je de 48 kaarsjes uit. Papa geeft je je zoveelste puzzel cadeau en mama heeft een nieuwe pet voor je gekocht. Als een kind zo blij pak je je cadeaus uit, neemt af en toe een slok cola en propt je mond vol taart. Ik ga even heel dicht naast je zitten, veeg wat slagroom van je kin en vraag om een knuffel. Vooruit dan maar, zeggen je ogen. Heel even sla je je armen om me heen en ik voel dat het zo moet zijn. Als ik weer eens opgesloten zit in mijn eigen hoofd, in mijn eigen leven, zal ik met een grijns op m’n gezicht aan je denken.
Dikke smok, broer!
Categorie: Brieven aan mijn broer
Stukjes over dingen die ik mijn broer alsnog wil vertellen.