Tipi

{Brieven aan mijn broer}

Lieve broer,

Een tijdje heb ik niet aan je gedacht, maar afgelopen week was je er echt. Ik was bij mama thuis, waar iets heel geks gebeurde. Mama’s vrouw kon niet meer leven. Net als jij eigenlijk, zoveel jaar geleden. Ze zat in de stoel die nog van mama’s moeder, oma Grietje, was geweest en mama zat dicht naast haar. Al haar kinderen waren er ook, die ken je vast nog wel van toen we vroeger in de Waalstraat kwamen. En ook nog kleinkinderen, die zijn nieuw voor jou.
Langzaam stopte ze met leven, ik zag het niet, maar hoorde mama huilen en keek strak naar het plankje in de boekenkast waarop jouw foto’s staan. Je horloge, je gestipte bretels, een cassettebandje van Herman van Veen en je blauwe portemonnee. Op de ene foto vier je je 30e verjaardag, zelfs een corsage heb je op en op de andere zit je te puzzelen met de bretels aan. Hupselen zou papa zeggen. Nou, zo konden we mooi samen mama troosten. Want het was allemaal erg verdrietig.
Langzaam ging iedereen weg en bleven mama en ik achter. We wachtten een tijdje op mensen die mama’s vrouw kwamen halen om haar in orde te maken. Mama wilde graag dat ze in een roze-meisjesbaby-kleur deken in een rieten mand kwam te liggen, dat hadden ze nog samen uitgezocht, en daar zijn speciale mensen voor die dat regelen. Toen dat klaar was, ze kwamen met een zwarte-roet-kleur Mercedes bus, zuchtte mama diep. Ze pakte een sigaar uit haar leren kokertje, stak ’m midden in de kamer aan en zei: ‘Dit moet nu even.’ Ik zat meteen in de rook en we lachten allebei hard. En toen dronken we nog te veel wijn en port en was het erg gezellig.
Een paar dagen later kwam er een grote bus voorrijden, ook een Mercedes, maar een grijze-duif-kleur. Daar gingen we met echt heel veel mensen in. Wat had jij dat ook geweldig gevonden! Het was net of we met z’n allen naar de dierentuin in Emmen gingen. Je zwager E hielp ook mee de mand van de trap af en in de bus te tillen. Dat ging allemaal best lastig, een beetje net als toen ze papa over de hekjes van zijn dakterras de lift in moesten tillen.
De bus reed dwars door Amsterdam en alle kleinkinderen van mama en haar vrouw, er waren er zeven, zongen keihard mee met de Kauwgomballen-boom.
Midden in het tuintje van m’n ouwe malle oom
Staat een kauwgomballenboom
Een echte kauwgomballenboom

Je kent ze allemaal niet, maar vroeger gingen je neef E en je nicht L vaak met kleindochters R en K bij de oma’s logeren. Ze hadden elkaar al heel lang niet meer gezien, maar begonnen direct te praten over de oma-weekenden van lang geleden. Over hoe ze samen in bad hadden gezeten, gespeeld in kartonnen huisjes, stiekem lippenstift van de oma’s hadden opgedaan…
Nou ja, toen waren we in een soort van kerk. Mama was heel moe en ging in een hoekje een kop thee drinken met een koekje. Er kwamen heel veel mensen met bloemen en alle kleinkinderen knipten de stelen van de bloemen af en legden ze netjes in de mand op de roze deken. Heel mooi was dat. Ze staken ook allemaal een kaars aan voor hun oma. Er gingen telefoons af, de muziek was eerst te zacht en duurde langer dan dat mama had afgesproken, die was daar kwaad over, maar gelukkig ging het later goed.
Mama hield een heel verhaal over haar liefde, en dat was mooi. Ik stond achter haar en voelde me goed in mijn nieuwe lichtblauwe-lucht-kleur pak. De hapjes waren heerlijk, er was zalm en eiersalade en heel veel bitterballen met mosterd. Er was ook cola, maar die hadden ze niet op tafel gezet. Dat was voor jou dan wel jammer, maar oké. Weet je wie er ook waren? Onze kippenoom, en papa’s man natuurlijk en onze lieve nichtjes H en M, met hun hele fijne mannen. En ook nog de vrouw van de dominee van vroeger, die was echt heel lief, en begon direct te praten over oma Barbertje.
De borrel was afgelopen en we gingen weer de bus in, vlak langs mama’s oude huis reden we. Toen ging de mand op een kar en liepen we naar een soort van tent, in Amsterdam noemen ze dat de tipi, en daar lieten we de mand met mama’s vrouw erin achter. Mama huilde toen echt heel erg, net als toen met jou. Maar ze was weer blij toen ze in onze achtertuin zat te roken en heel veel eten van je zwager E kreeg.
Vandaag ging ik even kijken hoe het met haar was. Af en toe huilde ze, maar ze had ook zin om vanmiddag naar de kapper te gaan en cashewnootjes te kopen.
Zo, nou weet je hoe het gegaan is. Dag lieve broer. Kus van je zus.

Liefde in tijden van wortels

undefined

Ha broer,
Je weet toch nog die ring die papa altijd om heeft, een brede gouden met zijn initialen erin? Letters? Vormen? Ach, je begrijpt het ook wel. Toen ik laatst bij hem was en we samen macaroni zaten te eten, vertelde hij dat hij die ring in 1966 van mama heeft gekregen, ik denk voor hun huwelijk of hun verloving misschien. Hij legde zijn hand op tafel, wees ernaar en zei dat die ring voor je neef is, straks als hij… Nou allemaal gehuil natuurlijk.
Weer met tranen vertelde ik het later aan je neef die vooral benieuwd was waar de letters voor stonden, de H is onze achternaam natuurlijk en de K papa’s voornaam. Maar de M van Marten, wie was dat ook alweer? Ja, jij bent ook naar hem vernoemd, net als papa. Marten was de opa van papa, oftewel de vader van oma Barbertje. Hij ligt begraven in Zoutkamp. Papa en ik zijn daar eens op de begraafplaats geweest toen we op zoek waren naar onze wortels. Overopa Marten is maar 46 jaar geworden. Hij was getrouwd met overoma Janna die achterbleef met negen kinderen, waarvan oma Barbertje de jongste was, net een half jaar oud. Heel triest allemaal. Maar wat wel weer mooi is, is de tekst die op de grafsteen staat: ‘Daar is maar als ééne schreede tusschen mij en tusschen den dood!’ Dat is een regel uit de Bijbel en betekent dat je maar één stap bij de dood vandaan bent. Of heel vrij vertaald, een ongeluk zit in een klein hoekje. Dat is iets waar ik heel lang over na kan denken, ook over dat uitroepteken trouwens, maar ik denk niet dat het jou wat boeit. Je neef ook niet, die maakt alweer grappen over het omsmelten van gouden ringen.
Nou, tot gauw hè?

Liefde in tijden van buiksnorren

Ha broer,
Wekenlang zittenhangenliggen je neef en nicht al in hun slaapkamers, komen er af en toe even uit om de koelkast open te doen en vooral de la eronder, die vol ligt met snoep en koek. En chips die je zwager opeet als ik allang in bed lig.
Je nicht heeft een opdracht gemaakt over de oorlog, toen papa nog een kleuter was. Hij heeft wel eens verteld dat hij de Duitsers voor Poepen uitschold. Vind jij vast ook heel erg grappig. Haar verslag ging over de verschillen tussen stad en platteland. Voorop stond een afbeelding van een schilderij met een heidelandschap, dat schilderij had iemand uit het westen destijds met opa nog geruild voor een zak graan. Vroeger hing ie bij opa en oma in de wc, weet je dat nog? Jee, wat was het daar koud, vooral als je moest poepen. Ja, alweer poepen ja.
Je neef moest een verslag schrijven over Kees de jongen, een boek over een Amsterdamse jongen van heel lang geleden, opa en oma waren toen nog niet eens geboren. Hij had hier en daar wat bladzijden gelezen en ik het hele boek. De vader van Kees gaat steeds meer en harder hoesten net zo lang tot ie dood is. Daar werd ik verdrietig van, maar je neef fleurde me weer op toen ie me zijn buiksnor liet zien. Ik had trouwens een 8 voor het verslag.
Je zwager zit nog steeds de hele dag te bellen over supercircles en expert leads en vandaag zei hij dat dat misschien het hele jaar nog wel gaat duren.
En ondertussen ben ik weer bij pap geweest. Het was echt gezellig, alsof we weer op cruise waren en samen door de Noorse fjorden voeren. Alleen was ik nu de enige die aan de borrel was. Er waren nootjes uit een soort kerstpakket wat nu coronapakket heet. Ik vond ze heerlijk en pap zei: ‘Kinst die de koezen wel kapot haauwen.’
Nou, tot gauw hè?

Liefde in tijden van aardappelpuree

Ha broer,

Laatst was ik alweer bij papa op bezoek. Ja, alweer ja. Zo vaak als de laatste tijd ben ik er nog nooit geweest. Ik ging appeltaart brengen en soep. Je nicht had die taart speciaal voor papa gebakken. Hij vond ’m lekker. Zijn vriend, onze stiefvader haha, deed er nog een dikke klont slagroom op. Weet je nog dat papa vroeger de slagroom zo vanuit de bus in onze mond spoot? Zoveel dat het over je kin droop.
En je zwager had allemaal bakjes bouillon gemaakt met lekker veel zout. Had ie ook zo op. Maar nu hoor ik dat hij de laatste paar dagen niet zoveel meer eet en drinkt. Eerst vond ik het erg, toen vond ik een mooie zin: ‘Zieke mensen gaan niet dood omdat ze niet meer eten en drinken, maar ze eten en drinken niet meer omdat ze doodgaan.’ En toen vond ik het minder erg.
Er zijn ook best veel dingen die niet verdrietig zijn. Je ex-zwager die appt dat hij van papa heeft geleerd hoe hij een man moet zijn. Onze oude buurvrouw van toen we nog op de boerderij woonden die een foto stuurde van een poesiealbum-versje dat papa had geschreven in 1964: ‘Al zal ik er dwars door hene gaan, mijn naam zal in je album staan.’ 1964, toen waren wij nog niet eens geboren. En ik word ook blij van de aardappelpuree die je zwager heeft gemaakt. Het klinkt vies, maar het smaakt naar troostende zalf. Wat zeg je? Heb jij liever kipsaté? Met broekpoep zeker, haha.
Nou, ik ga weer, de hond uitlaten. Had ik je dat wel verteld dat we een hond hebben? Ze heet Mokum en loopt de godganse dag achter je zwager aan. Tot snel!

Liefde in tijden van wasmachinematten

Ha broer,
Ben ik alweer. Papa is weer thuis gelukkig. Ik heb hem nog niet gezien, maar kreeg een foto waarop hij achter een rollator loopt. Moest ik van huilen. Je haalt je schouders op zie ik. Nou ja, misschien is het ook niet zo erg. Zolang hij maar van ons houdt. En dat doe ie, want hij stond op het antwoordapparaat en zei dat het prima was dat ik dit weekend niet kwam en dat ik goed voor mezelf moest zorgen. Moest ik weer huilen. Je haalt weer je schouders op zie ik. Saai zeker, dit?
Nou, iets grappigs dan? Van de week is de telefoon van je neef gestolen. Bankpas, OV-kaart en gloednieuwe ID, alles zat erin. Hij ging hardlopen in het Oosterpark, in z’n mooie Ajax-shirt, en had de telefoon in z’n jas bij de fiets gelaten. Heel stom ja, maar goed, dat snapt ie nu zelf ook wel. We konden op de computer zien waar de telefoon was: op een druk kruispunt, Ceintuurbaan-Ferdinand Bolstraat. Daar reden we vroeger samen met mama met de tram ook wel eens langs, op weg naar het terras van l’Opera op het Rembrandtplein, weet je nog?
In ieder geval, je neef en ik, we gingen samen zoeken, op de stoep, in de tramrails en zo. Hij ging zelfs met een zaklantaarn in de prullenbakken schijnen. Net een zwerver, haha. Maar niks gevonden helaas, hij heeft een nieuwe besteld op internet.
Nu we steeds niet in de winkels mogen komen, bestellen we daar van alles. Weet je wat je zwager heeft gekocht? Een wasmachinemat. Ik wist niet eens dat dat bestond. Als je wasmachine hard trilt, kun je die mat eronder liggen en dan maakt het minder herrie. Maar daarvoor heeft je zwager hem niet gekocht. Hij heeft een koelkast vol wijn. Hele dure wijn. Dúúúúr, ja. En elke keer als die koelkast aanslaat, schudt ie een piepklein minibeetje en dat is niet goed voor die hele dúúúúre wijn. Wordt ie zúúúúr van, denk ik. Dus nu ligt die mat eronder.
Het is fijn om het even met je te hebben over zulke onzinnige dingen. Dikke smok!