Grietje Ajaciedje

Gepubliceerd in fanzine De Meersche Helden, uitgave 76
Zeker als het leven tegen zit, biedt Ajax troost. Ben je in het stadion, dan vergeet je alles en telt er maar één ding: wij moeten winnen. Ook daarom is onze club zo belangrijk.
Afgelopen zomer heeft mijn moeder het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld. Zoals dat voor iedereen geldt die een dierbare verliest: je mist, je huilt, je bent kwaad, je begrijpt het niet… en kan er haast niet níet aan denken. Maar in het stadion, of het nou:
– tegen Heerenveen is met de prachtige 2-0 van Ouazane, zet die man toch in de basis Míchel;
– tegen PSV, ondanks het verlies en de vechtpartijtjes, een hoopvolle eerste helft;
– tegen Willem II met een eindelijk weer eens scorende Dolberg, wat een gemis dat ie nou weer is uitgeschakeld;
– tegen Excelsior waarin we GVD weer een 2-0 voorsprong weggaven;
– tegen NEC, met als een van de weinige hoogtepunten het weerzien met once our captain, always one of us Tadić;
– of vandaag tegen AZ;
denk ik níet aan m’n moeder. Als de bal rolt, lijkt al het leed van de wereld verdwenen. En maak je je alleen nog druk over wat er op het veld gebeurt.
Thank God, dat we dit jaar een seizoenkaart hebben kunnen bemachtigen. Ga ik lekker elke veertien dagen met m’n man of m’n zoon – die interland break duurde echt veels te lang – naar ons vak en kan ik alles vergeten. Zitten we ons op stoel 300 en 301 anderhalf uur heerlijk op te winden over gemiste kansen, overtredingen, de VAR, tijdrekken, het uitfluiten na de wedstrijd van onze eigen jongens…
En na afloop, als het gewone leven ineens weer opduikt, ook dan biedt Ajax afleiding. Als je bladert in het trouwalbum van je ouders uit 1966, of twijfelt wat je met je moeders kleding moet doen en helemaal als je haar huis moet binnenstappen terwijl je weet dat ze er niet meer woont. Zelfs dan dwalen je gedachten af. Ja, de selectie is veel beter dan vorig jaar en de trainer al helemaal, maar een vloeiend geheel is het nog steeds niet. Gaat Leonardo alsjeblieft nog doen wat ie kan? Hoe kan het dat het zo lang duurt voordat spelers als Amrabat en Tolu echt fit zijn? Is de Spaanse invloed in de staf niet te groot? Heerst Cruijff junior niet te veel alleen? Is er wel lange termijn beleid binnen de club? Worden we op deze manier kampioen?
Mijn moeder zou zeggen: ‘Ach kind, je weet nooit hoe het loopt. Daarom moet je ook niet voor het einde naar huis gaan.’



