Weggooien moeke

{Brieven aan mijn broer}

Moet je ’ns zien, broer, zoveel lege flessen port van mama moest ik nog naar de glasbak brengen. Ik had ze best nog lang in haar huis laten staan want in jouw woorden: weggooien moeke (moeilijk). Maar nu volgende week de Funda fotograaf komt wil ik mie nait schoamen, om papa er ook maar even bij te halen.
Mama had ook nog een stuk of 12 doosjes sigaren over, die waren nog helemaal dicht. Daar ben ik mee naar de sigarenboer geweest, misschien dat ie ze terug wou of iemand anders er blij of doodziek van kon maken. Eerst wilde hij ze niet, maar toen ik zei dat ik ze dan in de container ging gooien, deed ie de kassa open en haalde er een blauweluchtkleur en een rozevarkenkleur briefje uit. 30 euro! Ben ik gelijk mee naar de kaaswijnboer ernaast gegaan. Maar goed, wat boeit jou dat.
Weet je nog dat je vroeger zelf ook altijd geld op zak had? Om mee te trakteren? Het liefst met munten. Zaten we met papa en R aan de bar in El Rubio in Groningen, vroeg papa om de rekening. Meestal stond er twee port, twee bier, twee wijn, een cola en een cassis op en legde jij stralend een rijksdaalder en een gulden neer. Dat was pas veel geld.
Nou, nou is dat helemaal niks meer waard. Mama had ook nog ergens een portemonnee vol munten liggen, zaten guldens, kwartjes en centen en zo in. Volgens de muntenhandelaar kreeg je daar 2 euro per kilo voor en het was niet eens één kilo. Maar er zaten ook nog echte zilveren munten tussen en daar kreeg ik vier blauweluchtkleur briefjes voor. Ik denk dat jij veel liever die grote glimmende munten had gehad, maar de wereld is niet meer zoals ie was. Mijn wereld is zo veranderd, ik kan me het niet voorstellen. Misschien is jouw wereld wel mooier geworden, met mama en papa allebei erbij. Maar die van mij? Ik begrijp m’n wereld even niet meer. Jullie zijn er alle drie uit.
Wat denk ik dat ik je nu hoor zeggen? Dat jullie het mooi hebben? Dat maak ik mezelf dan maar lekker wijs.

Dikke kus van je zus

Samenalleen

{Gesprekken met mijn moeder}

Ik ben jarig vandaag, mam. En je hebt me nog niet gebeld, geappt, gefeliciteerd. En vooral niet, het verhaal verteld van hoe het 58 jaar geleden ging.
…
Moet ik het dit jaar dan maar aan mezelf vertellen?
…
Nou goed, als jij het niet doet. Je was al bijna veertien dagen over tijd en als ik zondag 8 september 1968 niet geboren zou worden, moest je de volgende dag naar Groningen, naar kraamkliniek Huize Tavenier. Maar gelukkig in de avond van de 8e begon het toch te rommelen en rond 5.00 uur ’s morgens was ik er. Ja, jij deed er veel uitgebreider en veel langer over om me mijn geboorteverhaal te vertellen, maar zo ging het toch?
…
Het begint me te irriteren mam, die puntjes. Dat niet over praten moet je niet zo letterlijk nemen. En wat zit je nou te wijzen naar je telefoon? Als je niet meer praat, hoe kun je dan nog wijzen? Oh, je bedoelt je notities? Welke?
Ah, een overzicht van ideeën voor cadeaus voor mij. Een high tea in het Amstel hotel, samen iets moois uitzoeken in de winkel van het Stedelijk, bijzettafel don’t leave me van 155 euro… Bedoel je dat?
…
Blijkbaar niet, ik scrol ff verder, is het de notitie van Psalm 141 : 3? Ja, ik denk dat je dat bedoelt.
Zet, Heer, een wacht voor mijne lippen;
Behoed de deuren van mijn mond,
Opdat ik mij, tot genen stond,
Iets onbedachtzaams laat’ ontglippen.

Hahaha, dat is die opmerking die jouw moeder altijd tegen je maakte. Dat je eerst na moet denken voor je wat zegt, niet alles eruit flappen. Heb je me toch aan het lachen gemaakt.
Ondertussen heb ik die bijzettafel ff opgezocht, omdat ik de titel mooi vond, ook al heb je je er niet aan gehouden. Maar hij is inmiddels 221 euro. Beetje prijzig. Ik denk dat ik toch ga voor de high tea. Samenalleen met jou.