Allesniks

{Gesprekken met mijn moeder}

In je agenda staat dat je vrijdag naar het OLVG moet. Voor een ijzerinfuus. Weet je nog dat ik die afspraak voor de poorten van de hel heb weggesleept?
Vreselijk. Al die afdelingen binnen dat ziekenhuis die niet met elkaar communiceren.
Maar die maag-lever-darm arts, dokter Amoroso noemden we ’m, die was oké.
Haha, Amoroso ja en Rijpaardlaars van het AvL.
Hij belde mij zelfs nog toen je in juni niet kwam opdagen voor je infuus. Ik weet nog dat ie zei dat ie het een hele verstandige beslissing vond, jouw keuze om ( ). Ook al vond ie het zelf niet gepast om daarover te oordelen.
Och wat heerlijk, dat ik nu nooit meer naar een ziekenhuis hoef.
Oh god, moet ik dat hele AvL nog informeren dat je ( )?!
Dat moet je zelf maar weten. Ze merken het vanzelf als ik nooit meer kom.
Genoeg ziekenhuispraat nu, bah. Ik ben ook blij dat ik daarvan af ben.
Hoe was het hardlopen vanochtend?
Huh?! Hoe weet jij dat nou?
Ik weet allesniks.
Het ging best lekker. Maar in de polder naast de Amstel kwam jij weer binnen. Gewoon toen ik naar wuivend riet en een blauwe lucht keek. En daar ging de maalstroom weer: Hoe kan het dat je er niet meer bent? Wat is er gebeurd? Is het wel echt? Alsof ik elke keer keihard tegen dezelfde muur op loop.
Nou ja gewoon, de huisarts kwam langs met spuitjes en toen raakte ik in coma en toen stopte m’n hart ermee. Precies zoals we hadden afgesproken.
Geloof je het zelf?
Ja, ik geloof het wel. Ik vind het goed zo. Ik hoef niks meer. Er wordt niks meer van me verwacht.
Tja, dan zitten we niet op één lijn nu.
Is er sinds 10 juni ook nog wat leuks gebeurd?
Zeker! We hebben twee seizoenkaarten voor Ajax bemachtigd. Ik had eerst nog wat moeite met hoeveel dat allemaal moest kosten – ja ja hou jij je maar stil mam, ik zeg het zelf wel even: “’t peerdje het weer eens veul stro neudeg.” Maar nu vind ik het geweldig. Ga je ook een keer mee?

Praatschrijf

{Gesprekken met mijn moeder}

Ik heb net al je puzzel apps van je telefoon verwijderd. Behalve die ene met die reageerbuisjes waarin je gekleurd water moet sorteren. Die kan nog niet. Die heb ik te vaak, al telefoon afpakkend, samen met je gespeeld.
Heb je ook ff een spelletje nog gedaan?
Nee, want ik voel me opgejaagd, de hond staat te hijgen. Ze wil uit en ze heeft klitten en het haar hangt voor haar ogen. Dus ik moet dat eigenlijk doen.
Ach die lieve hond M. Ze sprong altijd zo heerlijk naast me op de bank als ik bij jullie kwam porten en eten.
Even wat anders, mam. De makelaar komt volgende week langs. En ik heb het in de agenda gezet, heel koel en zakelijk staat er Jekerstraat in plaat van je naam. Dat zal wel bij verwerken horen?
Ja dat kan best.
Ik vind verwerken een vreselijk woord. Alsof er een einde aan komt. Op een gegeven moment heb je het verlies verwerkt en dan ben je klaar. Maar je bent nooit klaar. Ik spreek mensen die hun vader of moeder al 40 jaar kwijt zijn en nog soms verdrietig.
Nou dan bedenk je toch een ander woord.
Ja! Dat heb ik gedaan. Verderwerken. Want je werkt gewoon steeds verder, qua rouw. Tot je zelf dood bent.
Mooi woord, I. En daarover gesproken, je blog heet nietoverpraten. Terwijl je doet nu niet anders met mij, hoe zit dat?
Het is niet echt praten, mam. Ik doe het wel, maar het kan niet. Tenminste dat schijnt de werkelijkheid te zijn. Ook al kan ik niks met die werkelijkheid. Daarom praatschrijf ik maar met je. Je hebt het zelf gezegd, je moet alles opschrijven.
Ja, dat helpt, kind. Het helpt echt. Ook als je ogen steeds maar volstromen als je langs m’n bakker, m’n AH, m’n apotheek, m’n sigarenboer, m’n drankwinkel, m’n Loetje fietst. Dan helpt het nog.
We moeten wel even luchtig afsluiten, mam. Weet je dat We zijn er bijna weer op tv is? Met een nieuwe presentatrice, maar ze doet het gelukkig net zo truttig en stijf als die vorige. Gisteren vierden de kampeerders moederdag. En de reisleidster ging bij alle moeders langs met een doosje chocola en ze bleef maar roepen: ‘Fijne Moedertjesdag. Fijne Moedertjesdag.’
Ik was bijna blij dat ik er zelf geen meer heb.

Jouwmijn

{Gesprekken met mijn moeder}

Het valt me niet mee, mam, weer thuis. Maar ja, op de camping viel het me ook niet mee. Het is alsof het nu na twee maanden pas begint. Ik zie je overal. Bah. In je bedlampje bijvoorbeeld die nu aan ons logeerbed zit vastgeklemd.
Oh, heb je die daar neergehangen, wat een goed idee. Da’s mooi voor R als hij komt logeren.
En je kandelaar staat op het dressoir nu.
Oh, dat vind ik ook mooi, van travertin is ie, hebben we ooit in Italië gekocht.
Je afgestompte kaarsjes staan er nog in.
Nou, ga je toch gewoon even naar de Hema en koop je nieuwe?
Ik kan het niet opbrengen, mam, ik kan niks opbrengen. Ik zit nu al een halve ochtend jouw nawerk te regelen. Checken of je uitvaartrekening wel klopt. Dat kan toch nooit dat 65 mensen meer dan 4 drankjes per persoon in anderhalf uur hebben gedronken? En waarom doet die bank zo moeilijk over dat m’n ene handtekening niet op de andere lijkt?
Tja lieverd, ik maakte me daar voordat ik ( ) al druk over, dat dat zoveel werk zou zijn. En jij zei dat valt wel mee en dat zien we dan wel. Tja, nu moet je het doen. Maar al m’n wachtwoorden kun je toch vinden? En belangrijke papieren? Die liggen in de…
Ja ik weet het, die heeft man E al opgehaald.
Gewoon elke dag een uur hiervoor inplannen en op zaterdag en zondag lekker vrij nemen. Probeer er wat van te maken, I. Gelukkig heb je hond M weer opgehaald uit Friesland. Lekker lopen met haar. En het is toch dinsdag vandaag? Nou, dan ga je vanavond gewoon sporten.
Zucht. Oké. Vooruit. Alleen nog even de makelaar bellen om een eerste afspraak te maken om jouwmijn huis te verkopen.
En meer ook niet hè?! Het uur is allang voorbij.