Niet nodeloos rekken

Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd.

’s Morgens gaan E en ik naar de IKEA om fotolijstjes te kopen. Idioot, maar ik wil nu dingen doen die ik leuk vind en dat is blijkbaar foto’s inlijsten. Daarna vertrekken we naar Den Haag waar we vriendin I ophalen en gaan wandelen in Meijendel. Lekker de natuur in, de duinen, het bos, de zee. Het is erg warm voor de tijd van het jaar. I praat veel over haar werk en ik luister nauwelijks, ben in mezelf gekeerd. Toch is de wandeling heerlijk en verdwijnt m’n hoofdpijn. I voelt dichtbij.
Weer thuis bel ik De Groeve. M’n ouders blijken allebei nog in het ziekenhuis te zijn omdat m’n broer hersenvliesontsteking heeft. Weg rust, weg energie, weg alles. We zullen gegeten hebben, we zullen zijn gaan slapen…
Volgens E die dit stukje leest, is dit allemaal al gisteren gebeurd en hebben we na Den Haag helemaal niks meer gedaan, alleen wat tv gekeken en redelijk op tijd naar bed. Vreemd dat ik de dagen door elkaar haal. Ik weet wel hoe ik me voel, maar ik weet niet welk gevoel bij welke dag hoort.

Een dag later gaat in het begin van de middag de telefoon. M’n vader zegt dat het slechter gaat en dat het verstandig is om vanavond wel op het bezoekuur te komen. Hij kan mama niet bereiken. Ik probeer het op haar vaste nummer en mobiel, maar ook geen gehoor. Tien minuten later belt m’n vader alweer, we moeten direct komen.
Ik laat m’n broodje kaas vallen en ga als een gek de meest vreemde dingen inpakken. Ook ruim ik de fotolijstjes die overal verspreid op de vloer liggen op. En denk maar één ding: m’n moeder moet het weten voor we naar het ziekenhuis in Emmen vertrekken.
Gisteren heeft ze laten vallen dat ze naar het Concertgebouw zou met A. Op hun koelkast hangt een overzicht met culturele uitjes, dus E en ik rijden naar hun huis en zien dat ze inderdaad vanmiddag in het Concertgebouw zijn. E belt daarnaartoe, krijgt een bedrijfsleider aan de telefoon die zegt dat hij er alles aan gaat doen om hen te waarschuwen. Ondertussen pak ik chaotisch spullen in voor m’n moeder en A: kleren, schoenen, sigaren, port…
M’n vader belt weer, hij moet een beslissing nemen over wel of geen bloedverdunners die het leven van m’n broer kunnen rekken. Hij heeft bovenop de hersenvliesontsteking ook nog een longembolie gekregen. M’n vader wil die beslissing samen met z’n ex nemen, maar dat kan dus niet. Hij vraagt of E en ik alvast kunnen komen, terwijl ik eerst m’n moeder uit het Concertgebouw wil halen. Zo sterk heb ik nog nooit tussen m’n ouders in gestaan.
E en ik racen naar het Museumplein, pikken A en m’n moeder op en ik duw de telefoon in haar handen. Gelukkig kunnen m’n ouders samen wat dingen bespreken: geen bloedverdunners, niet nodeloos rekken.
A moet naar de wc en we stoppen bij een tankstation. Het lijkt een eeuwigheid te duren. Hoe dichter we bij het ziekenhuis komen, hoe meer ik voel hoe nodig ook ik moet plassen. M’n vader staat buiten bij de hoofdingang. M’n moeder en ik gaan naar ’m toe en hij zegt: ‘Hij is overleden, om 17. 35 uur.’
Het is nu 17.53 uur. M’n moeder stormt naar binnen. Ik troost mijn vader en ga dan naar de wc. Al plassend blijf ik maar denken: ‘M’n broer is dood, m’n broer is dood, m’n broer is dood. Ik hou er niet mee op en wil er niet mee ophouden.

Gras is koeien

Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd.

Thuis bij m’n vader in De Groeve viel E in slaap en al luisterend naar z’n ademhaling ik wonder boven wonder ook. M’n moeder had vannacht in datzelfde huis geslapen, in de slaapkamer van m’n broer in het bed van m’n broer onder de dekens van m’n broer. Bizar: na zoveel jaar weer in hetzelfde huis als m’n vader. Wat een doodzieke broer wel niet teweeg kan brengen.
Na het ontbijt rijden we naar het ziekenhuis in Emmen. M’n broer ziet er beter uit dan gisteren. Z’n rare kleur is weg en hij is niet epileptisch. Komt het misschien van de medicatie? Hij is bij, maar zegt niks. E kust ’m op z’n voorhoofd. Vindt hem onrustig. De verpleegkundige vertelt dat hij vis heeft gegeten. Vis?! Hij lust helemaal geen vis.
Omdat het iets beter lijkt te gaan, gaan E en ik terug naar Amsterdam. Van m’n ouders moet dat ook, ‘omdat dat beter voor me is’. Ineens zorgen ze weer samen voor me. Ongelooflijk is het en compleet normaal.
We doen boodschappen en ’s avonds bel ik met m’n moeder. Ze hebben een gesprek met de neuroloog gehad. Hij heeft hersenvliesontsteking en lijkt goed te reageren op de nieuwe antibiotica.
Ik heb zo m’n twijfels. Pak een groen fotolijstje en stop er een foto van mezelf en m’n broer in, gemaakt in mei op z’n 30e verjaardag. Een waxinelichtje in een groene houder ernaast. Groen is gras. Gras is koeien. Koeien is m’n broer.
Als we naar bed gaan doe ik zoals altijd de voordeur op slot. Alleen barst ik er nu in huilen bij uit. Elke dag is de deur op slot een automatisme en nu begrijp ik nergens meer wat van.

Vijfenvijftig

{Brieven aan mijn broer}

Hé broer,

‘Gefeliciflapsteert’, zou je zwager E zeggen. En ik sluit me daar van harte bij aan. Vijfenvijftig jaar, dat is toch niet te geloven. Jammer genoeg kunnen we het niet uitbundig vieren. Maar ik drink er wel een glas cola op. Proost.
Ik heb je nog niet verteld dat mama in het ziekenhuis ligt. Ze heeft last van haar hart en kan niet goed ademhalen. Het gaat in het ziekenhuis met slangetjes in haar neus wel een stuk beter gelukkig, maar ze weten nog niet precies hoe het komt. Op haar kamer liggen nog drie andere vrouwen en een ervan zit ons aldoor af te luisteren als ik op bezoek ben. Dus nu praten mama en ik Gronings met elkaar, zodat die vrouw dat niet verstaat. Lekker puh. Het lukt best goed met dat Gronings van mij, soms weet ik niet of het nu buuk of buik of boek is, maar dan zegt mama pokkel en pins en lachen we ons weer slap.
Af en toe kruip ik bij haar in bed en dan kijken we samen televisie of doen we een spelletje, dat is best gezellig. We weten niet hoelang ze daar nog moet blijven, maar we kunnen sowieso niet naar Frankrijk. R zou ook mee. Dus daar heb ik de smoor over in. Maar ik denk dat jou dat verder weinig kan schelen.
Mama heeft een nieuwe badjas, die ga ik vandaag ophalen. Blauwelucht-kleur met rozevarken-kleur takjes en bloemetjes erop. En ik geef haar aardbeien en chocola, maar dat laatste wil ze niet, omdat alle lekkeren er al uitgegeten zijn. Dat had ze trouwens zelf gedaan. Ze vermaakt zich wel goed in het ziekenhuis, met tennis kijken en puzzels maken. En het is ook wel beter dat ze geen port kan drinken of sigaren roken, maar ik hoop eigenlijk stiekem wel dat als ze weer thuis is, ze dat toch gewoon weer gaat doen. Dat snap je zeker wel?
Dus tja, die verjaardag van jou die valt wat in het water vandaag. Misschien moet je het maar samen met papa vieren in Bellingwolde. Met jullie prachtige uitzicht daar over het gruinlaand.

Dikke kus van je zus

Op de dag dat

{Brieven aan mijn vader}

Lieve pap,

Half mei was het vijf jaar geleden dat. Maar ik had tijd noch aandacht voor je, het was precies de week dat Ajax misschien nog. Mijn emoties waren bij Lang, Blokzijl en die godvergeten groen-witte keeper. Zeldzaam ziek was ik ervan. Bleef mezelf maar afvragen waarom ik het niet een beetje kon relativeren. Waarom ik me niet druk maakte om de écht belangrijke dingen in het leven. De clubliefde nam, vond ik, te veel plaats in. Ik denk dat je erom had gelachen en je had afgevraagd ‘Woar ze nou wel mit bezig is’.
Natuurlijk was ik wel bij R, op de dag dat. We regelden met de beheerder van de begraafplaats dat de aarde bij jou en broer B zou worden opgehoogd, kochten een blauwpaarse petunia voor je en barbecueden à la papa (hamburger, huzarensalade, stokbrood) in R’s achtertuin. Het was allemaal fijn en goed.
Een dag later rende ik met hond M langs het B.L. Tijdenskanaal, tot de Rhederbrug en weer terug, hemelsbreed lag er maar twee kilometer tussen de plek waar ik nu intervalde, waar ik was geboren, opgegroeid en waar jij met oom M de boerderij runde. Zo dichtbij, maar ook zo ver.
Het is net als met die vijf jaar. Je kunt er niks mee, met tijd. Niet achteraf, niet in de toekomst en in het nu al helemaal niet.
Toen ik na m’n training – ja training, want ik ga weer eens meedoen met een wedstrijd, 7,5 km op de Ring van Amsterdam – terugreed over de Kerkweg, stopte ik bij jullie plek. Ze waren flink aan het snoeien geweest, er was veel meer zicht vanaf de weg. Mooi. En andersom konden jullie nu ook beter naar het land aan de andere kant van de weg kijken. Er werd beregend, er reed een trekker en een of ander gewas kwam net boven het maaiveld uit. Rogge? Tarwe? Haver? Jij zou het vast herkennen. Mijn emoties waren daar waar ik vond dat ze moesten zijn. Even.
Toen vertrok de trainer, vond ik een bierdop in de auto, moest ik te vaak naar de apotheek, was de sla op, het gras te hoog, m’n paspoort niet meer geldig en natuurlijk het aanrecht vol en de afwasmachine leeg. M’n leven ging blijkbaar gewoon weer door. Ik denk dat je dat wel had begrepen, behalve die clubliefde dan.

Hanen

‘Ik wil mie nait schoamen’, zei mijn vader in m’n hoofd. Met zo’n vieze auto naar de neven- en nichtenHaandag, dat kon echt niet. Dus was man E zo lief om door de wasstraat te rijden. Op de heenweg, in een glanzende auto zonder rotzooi op de vloer, bracht ik hem op de hoogte wie er allemaal wel en niet zouden zijn. Beginnend bij de kinderen van het oudste kind van oma Barbertje en opa Bertus, mijn vader, tot de kinderen van de jongste, mijn liefste tante H dus. Precies de twee die…
Nou ik was er dus met man E. Dan de kinderen van oom M, die kwamen helaas niet, nicht S kampte met gezondheidsproblemen en neef D’s vakantiehuis-verhuurseizoen in Griekenland was net begonnen. Jammer dat ze er niet waren, al was het alleen maar omdat ik nu de enige was die Haan heette. In het café, de escape room en het restaurant noemde het personeel ons steevast familie Haan en had ik het idee dat ik de enige was die zich aangesproken voelde.
Dan had je nog neef KR en neef B, beide met een nieuwe partner. Neef KR – die overigens tot z’n twaalfde zo genoemd werd, maar allang gewoon K heette – had in de groepsapp gevraagd of we konden melden of er nieuwe partners waren. Bleek dat iedereen nogal steady was in relaties, behalve hijzelf en z’n broer. De wisselbekers waren van hen. Ze hadden het nodige gedoe gehad met exen, maar nu oogden ze allebei blij met de nieuwe aangetrouwde nichten.
Nicht E was er ook, met haar man, ze hield een speech waarbij iedereen van de familie Haan langskwam. Dat vond ik echt mooi, want zo werd neef B, oftewel mijn broer, uitgebreid genoemd en had ze het over oom K en tante A, mijn ouders, alsof ze nog getrouwd waren. Neef M was er ook, hij zou bij ons blijven slapen, want dichtbij Schiphol dus makkelijk terug naar Zweden. Met hem praatten we op de terugweg uitgebreid bij. Ik was altijd nogal onder de indruk geweest van de verhalen van hun ouders over hen, over hoe geslaagd ze waren met meerdere huizen, een landgoed met een meer, een eigen praktijk, veel verdiend met de ontwikkeling van medische apparatuur… en dacht dat ze vonden dat het om status draaide in het leven. Maar niks was minder waar, zowel nicht E als neef M keken me verbaasd aan, vertelden eerlijke verhalen over hoe hun leven was gelopen. Bleek dat ik veel vatbaarder was voor status dan zij.
De jongste twee, neef J en nicht M waren zonder partner. Want nog jonge kinderen. Neef J was grappig als altijd. Hij zat in het team dat de escape room wel binnen de tijdslimiet had gehaald (ook al scheelde dat maar drie seconden) en kon het niet nalaten het andere team (daar zat ik in, met m’n wedstrijdmentaliteit) te dissen. Met nicht M ten slotte ging het fijn van gelakte nagels tot het missen van een ouder.
Dit stukje begint te veel op een opsomming te lijken, maar man E moest van tevoren toch echt weten voor wie hij de auto door de wasstraat had gehaald. Niemand die het zag overigens, want we stonden ergens achteraf geparkeerd en toen we weggingen wat het ook nog donker. Toch was ik blij, ik had me niet hoeven schamen.

Trouwfoto Lambertus Haan en Barbertje Haan-Bosveld, Ulrum, 6 december 1939