Hanen

‘Ik wil mie nait schoamen’, zei mijn vader in m’n hoofd. Met zo’n vieze auto naar de neven- en nichtenHaandag, dat kon echt niet. Dus was man E zo lief om door de wasstraat te rijden. Op de heenweg, in een glanzende auto zonder rotzooi op de vloer, bracht ik hem op de hoogte wie er allemaal wel en niet zouden zijn. Beginnend bij de kinderen van het oudste kind van oma Barbertje en opa Bertus, mijn vader, tot de kinderen van de jongste, mijn liefste tante H dus. Precies de twee die…
Nou ik was er dus met man E. Dan de kinderen van oom M, die kwamen helaas niet, nicht S kampte met gezondheidsproblemen en neef D’s vakantiehuis-verhuurseizoen in Griekenland was net begonnen. Jammer dat ze er niet waren, al was het alleen maar omdat ik nu de enige was die Haan heette. In het café, de escape room en het restaurant noemde het personeel ons steevast familie Haan en had ik het idee dat ik de enige was die zich aangesproken voelde.
Dan had je nog neef KR en neef B, beide met een nieuwe partner. Neef KR – die overigens tot z’n twaalfde zo genoemd werd, maar allang gewoon K heette – had in de groepsapp gevraagd of we konden melden of er nieuwe partners waren. Bleek dat iedereen nogal steady was in relaties, behalve hijzelf en z’n broer. De wisselbekers waren van hen. Ze hadden het nodige gedoe gehad met exen, maar nu oogden ze allebei blij met de nieuwe aangetrouwde nichten.
Nicht E was er ook, met haar man, ze hield een speech waarbij iedereen van de familie Haan langskwam. Dat vond ik echt mooi, want zo werd neef B, oftewel mijn broer, uitgebreid genoemd en had ze het over oom K en tante A, mijn ouders, alsof ze nog getrouwd waren. Neef M was er ook, hij zou bij ons blijven slapen, want dichtbij Schiphol dus makkelijk terug naar Zweden. Met hem praatten we op de terugweg uitgebreid bij. Ik was altijd nogal onder de indruk geweest van de verhalen van hun ouders over hen, over hoe geslaagd ze waren met meerdere huizen, een landgoed met een meer, een eigen praktijk, veel verdiend met de ontwikkeling van medische apparatuur… en dacht dat ze vonden dat het om status draaide in het leven. Maar niks was minder waar, zowel nicht E als neef M keken me verbaasd aan, vertelden eerlijke verhalen over hoe hun leven was gelopen. Bleek dat ik veel vatbaarder was voor status dan zij.
De jongste twee, neef J en nicht M waren zonder partner. Want nog jonge kinderen. Neef J was grappig als altijd. Hij zat in het team dat de escape room wel binnen de tijdslimiet had gehaald (ook al scheelde dat maar drie seconden) en kon het niet nalaten het andere team (daar zat ik in, met m’n wedstrijdmentaliteit) te dissen. Met nicht M ten slotte ging het fijn van gelakte nagels tot het missen van een ouder.
Dit stukje begint te veel op een opsomming te lijken, maar man E moest van tevoren toch echt weten voor wie hij de auto door de wasstraat had gehaald. Niemand die het zag overigens, want we stonden ergens achteraf geparkeerd en toen we weggingen wat het ook nog donker. Toch was ik blij, ik had me niet hoeven schamen.

Trouwfoto Lambertus Haan en Barbertje Haan-Bosveld, Ulrum, 6 december 1939

Papieren verleden

Behalve het trouwboekje en het echtscheidingsconvenant van mijn ouders vond ik in het bureaulaatje dat ik aan het opruimen was, ook het diploma van de Christelijke Middelbare Landbouwschool van mijn vader. Hij had het onderwijs aan voornoemde school met vrucht gevolgd en op 15 april 1959 z’n diploma gehaald, achttien was ie nog maar. Iemand had z’n initialen kunstig getekend met rode en zwarte inkt.
Toen ik z’n levensverhaal opschreef, vertelde hij mij dat het een tweejarige studie was, waar hij en z’n broer na elkaar naartoe gingen. Als de ene op de opleiding zat hielp de andere op de boerderij en andersom. Mijn vader was bij een familie aan het Hoge der A tegenover het Vissersbrugje in Groningen in de kost. Iedere maandagochtend ging hij met de trein van Winschoten regelrecht naar station Noord waar de school stond. Daar kreeg ie les in landbouw, veeteelt, economie en boekhouden. Tussen de middag warm eten in het huis bij het Vissersbrugje en dan tot een uur of vier weer naar school en flink wat huiswerk maken. Heel soms ging hij uit, met andere aanstaande boeren naar een boerenkroegje in de buurt. Ik weet nog dat ie daarom lachte en zei: ‘Zaten wie hail degelk te wezen mit aal die boeren.’ Nu lach ik daar ook om, want later zat ie in allesbehalve degelijke kroegen aan het Hoge der A.
Mijn vader had liever naar de HBS gewild en dan diergeneeskunde studeren in Utrecht. Oma Barbertje had er wel begrip voor, maar opa Bertus dacht er anders over: ‘ULO en de landbouwschool, dat is genog.’ M’n vader legde zich daarbij neer, want ja, zo ging dat vroeger.
Een vriendin van de dochter studeert dat en daar nu, diergeneeskunde in Utrecht. Altijd als ik daar iets over hoor, denk ik aan mijn vader en wie weet had mijn broer dat ook wel gestudeerd als ie.
Om mijzelf niet weer te verliezen in het verleden en wat-als vragen, ging ik verder met opruimen. Oude foto’s, mijn inentingsboekje uit 1968, een A4tje met uitspraken van opa Bertus – verzameld door de kippenoom – waaronder ik bin gloeiend vergreld (ik ben loeikwaad) en as hoar op n hond (als iets heel dichtbegroeid is, bijvoorbeeld gras).
Maar waar moest ik dat papieren verleden laten? Weggooien kon niet. Terug stoppen in het laatje, maar dan netjes?
Binnenkort zouden man E en ik het oude cilinderbureau dat van mijn vader en opa was geweest ophalen bij familie R. Ooit had ik daar de foto’s en papieren uitgehaald, kon ik ze er straks mooi weer instoppen.

Neven en nichten

{Brieven aan mijn broer}

Ha broer,

Ik blijf je maar brieven schrijven, ook al kun je na al die jaren nog steeds niet lezen. Nou ja, dat is dan maar zo. Wat ik wilde vertellen, volgend jaar hebben we een neven- en nichtendag. Van papa’s kant van de familie. Dus dat zijn er tien. Tenminste dat zei ik tegen mama toen ze ernaar vroeg. Bij papa thuis waren ze vroeger met z’n vijven en die hebben allemaal twee kinderen gekregen, dus tien neven en nichten. Ik was even vergeten dat je niet kunt komen. Maar goed, er kunnen misschien wel meer niet komen. De neef die vroeger vlakbij de boerderij woonde, woont inmiddels in Griekenland waar hij vakantievilla’s verhuurt en we hebben ook een neef in Zweden, die schijnt een heel eigen bos te hebben, met dieren erin. Ik weet ook niet of hij komt.
De anderen wonen gewoon hier hoor. Ik weet zeker dat je ze allemaal nog kent. Ik denk de laatste keer dat de neven en nichten bij elkaar waren, was toen opa Bertus nog leefde en oma Barbertje niet meer. Halverwege de jaren negentig denk ik. Opa had ons bij hem thuis in Bellingwolde uitgenodigd en gaf ons allemaal een briefje van honderd gulden. Toen hij jou dat geld gaf, gaf je het direct aan mij om het te bewaren. Weet je nog wat je met dat geld gedaan hebt? Misschien wel ons getrakteerd in de kroeg.
Maar goed, nu zijn we dus nog met negen en is de jongste ook al ouder dan veertig. We zijn getrouwd, een paar gescheiden, hebben een stuk of twintig kinderen gekregen. Waarom vertel ik je al die cijfers en getallen? Dat zegt je helemaal niks. Wat zou je willen weten over onze neven en nichten? Nee, er is niemand boer geworden, dus dat is saai. En wat voor auto’s ze hebben? Ik weet het niet. De meesten heb ik lang niet gezien. Ik hoop gewoon dat we gezellig gaan bijpraten, eten en drinken. Saté, patat, een colaatje, pudding…
Tenminste dat zou jij bestellen, want je zwager en ik zouden je ophalen met de auto, tuurlijk mocht je voorin. En als we dan met z’n allen in het restaurant zouden zitten, zou je in je handen wrijven van plezier, alleen iets korts zeggen als je wat gevraagd werd, af en toe een slok nemen en om je heen kijken met een grote grijns op je gezicht. Zeker weten!

Dikke kus van je zus

Waalze bonen

{Gesprek met mijn vader}
Aardappelen, bieten, rogge, maar dit? Wat is dit? Jij weet vast wel hoe dit heet. Oh, het zijn tuinbonen. Dat heb ik nog nooit gezien, hier in Westerwolde. Een hele akker vol. Sowieso prachtig deze omgeving. Ik vraag me af of we hier ooit wel eens samen zijn geweest. Die theetuin, ken je die? Vanuit Bellingwolde rij je langs het hertenkamp – dat is er nog steeds! -helemaal door Vriescheloo en dan nog een klein stukje en dan ben je d’r. Net alsof je thuis op vakantie bent.
Het was zo’n mooie dag vandaag pap, daar was ik ook wel aan toe. Na dat feest van je schoonzoon. Met 35 mensen over de vloer en alles zelf gedaan en geregeld (je schoonzoon hoestend en ik herstellend van een griep) en geen afwasmachine en een verstopte gootsteen en ook niet echt mooi weer.
We hadden die zangeres weer gevraagd die er ook was met ons 1-jarig huwelijk. Smartlappen leren, met glijers en een snik. Was echt superleuk. Had jij toen ook uit volle borst meegedaan of stond je lekker achteraf te roken? Ik herinner me het niet meer.
Het was een mooi feest, met een speech, heerlijke pulled pork, een winnend Nederlands elftal, blije gasten, je kleindochter die meer dan tientallen cocktails maakte en een lachende kleinzoon. Gelukkig.
En nu zit ik hier bij je steen met je te praten. Tuinbonen zijn het dus. Hoe zeg je dat in het Gronings? Waikschilde bonen of Waalze bonen? En had ik je al verteld dat ze er niet meer is? Ja inderdaad, dat maakt mijn leven een stuk gemakkelijker. Ook al trek ik nu vaker de zorgmantel voor mama aan. Maar af en toe hang ik ‘m ook aan de kapstok hoor.
Het is gek, zo laat ‘s avonds ben ik hier op het kerkhof nog nooit geweest. Dus dan liggen jullie hier ook gewoon? Ook als het donker wordt?
Je man en ik zagen net een ree, hij leek wel oranje. Hij liep op z’n dooie gemak door het weiland dat achter de tuin ligt. Wij keken en barbecueden, zaten bij de houtkachel, lachten en praatten. En ook over jou.

Wedstrijdje

In de huur-Skoda op weg van Žabljak naar Perast zat ik een wedstrijdje te doen. Alleen. Man E deed niet mee. Van alle auto’s die we onderweg zagen, moest ik de plaats waar ze vandaan kwamen goed hebben. De Montenegrijnse kentekens begonnen met een afkorting van de plaats van herkomst: KO Kotor, PG Podgorica, BU Budva, HN Herceg Novi. Ik genoot van het wedstrijdje, ik had alles goed en alles wat ik niet wist telde niet, want die auto’s kwamen uit Bosnië en Herzegovina, Servië, Kroatië…
Het was best een lang tripje want haarspeldbochten en werk aan de weg, dus we zetten de playlist ‘Nederlands’ van man E aan. Daar schalde StAD al door de speakers: Hou roar je ook binnen, t is beter as gewoon.
En Jeroen van Merwijk, ook prachtig: Je komt er, het is niet anders, steeds meer achter in je leven, niets is voor altijd.
Maar toen stak het mes toe, Bram Vermeulen zong:
Het is een wedstrijd
Die je niet winnen kan
Het is een wedstrijd
Die niemand winnen kan
Papa, kijk dan
Papa, kijk dan naar mij

Maar papa keek niet naar mij, hij keek naar zijn zoon. 55 jaar en ik liep er voor de 555e keer tegenaan. Oh ja… dáár kwam dat competitieve vandaan. Winnen is belangrijker dan meedoen.
Ondertussen hadden we onze bestemming, de baai van Kotor, bereikt. Een kleine vijf jaar geleden was ik daar ook met diezelfde papa. We voeren toen van het grote schip met een tender naar de kade en vandaar met een klein bootje naar het beroemde eilandje met de kerk met de knalblauwe koepel in Perast. In de smorende hitte lunchten we op het mooiste zeeterras ooit. Na het eten rustte papa uit in de schaduw van de kerk en ik ging shoppen. Er was een boerin uit de bergen met zelfgebreide schapenwollen mutsen en handschoenen die ik niet kocht. Spijt.
De eerste avond zaten man E en ik op ons privé strandje in de baai, we dronken wijn uit de omgeving en aten net gevangen garnalen en dorade van de grill. Ik staarde de bocht om, daar waar de cruiseschepen aanmeerden. Daar zaten we, pap en ik, op het bovenste dek met een glas witte wijn en een baco. We proostten en hij keek naar mij.
‘s Nachts deed ik weer een wedstrijdje, deze keer was wondroos mijn tegenstander. Na een dikke 48 uur won ik, met behulp van mijn antibiotica vrienden. Oké, ik had valsgespeeld, maar het alternatief was geen optie.
Op dag drie reden we naar Perast. ‘BR Bar,’ zei man E, toen hij het kenteken van de geparkeerde auto naast ons zag. De boerin was er niet, het terras nog wel.