Confrontatie

In de stiltecoupé tussen Amsterdam Zuid en Zwolle vrat ik mezelf op. Altijd ga ik expres in zo’n coupé zitten. Altijd praatbeltmuziekt er wel iemand en altijd ben ik degene die er wat van wilmoetzal zeggen. De grote vraag is waarom? Maar daar kom ik later misschien op.
Bij Duivendrecht begon er iemand te bellen. Ik keek op van mijn boek. Dacht: daar gaan we weer. Zal het lang duren? Zal ik wachten? De persoon aanspreken? Ik las geen letter meer tot pak en beet Weesp. Stak mijn nek uit om te kijken waar de beller precies zat, hoe ze eruitzag. Vroeg mij af waarom niemand anders er wat van zei. Keek rond of ik non-verbale tekenen van medepassagiers kreeg die zich ook ergerden. Die zag ik niet. Raakte daar steeds geïrriteerder over. Probeerde het los te laten tot Almere Poort en las zogenaamd verder. Lukte niet, maar dat had zeker ook te maken met de abominabele schrijfstijl van best-selling, award-winning (!?) Julie Otsuka.
Ik hield het niet meer. Ging staan. De beller zat drie banken verderop. Vanaf mijn plek bij het raam was ik het gangpad nog niet ingestapt of ze keek me aan en zei: ‘Ja, ik weet het’ en bewoog haar niet bellende arm zachtjes op en neer. Ten teken dat ik wel weer kon gaan zitten. Wonder boven wonder reageerde ik ad rem. Alhoewel, zo wonderlijk was dat ook weer niet. De vrouw was ongeveer mijn leeftijd, ongeveer mijn soort. In een fractie van een seconde schatte ik in dat ik haar wel kon hebben. Dat mag een lelijke gedachte zijn, maar daar schaam ik me niet voor. Als ik geïmponeerd zou zijn, wat vaak voorkomt (hoe dichter bij de Randstad hoe vaker) dan zou ik het niet aan laten komen op een confrontatie. Waarbij we op het onderwerp van confrontaties aangaan komen. En hoe bang ik daarvoor ben. En dat die angst het antwoord is op de vraag eerder gesteld. En dat ik het daar voor nu maar even bij laat.
Ik ging mooi niet zitten, liep zelfs verder het gangpad in. Voelde me net zo badass als een van mijn favoriete karakters uit Better Call Saul, Nacho – ‘There is a guy. He has to go away’ – Varga en zei: ‘Wilt u dan stoppen, als u het weet?’
Ik voelde me goed, een winnaar. Totdat, bij de eerstvolgende stop in Almere Centrum, de coupé overspoeld werd met kakelende tienermeisjes.

Op

‘Nooit gedacht dat jij in dit huis de stabielste zou zijn’, zei de nestblijver. Maar zo vast voelde ik me niet, ik was alleen maar aan het wachten. Wachten op het moment dat man E het telefoongesprek met zijn zus zou beëindigen. Wachten tot ik zeker wist dat eend J alle vluchten, shuttles en koffers had gehaald. Tot het pakket met de juiste oplaadkabel bij de nestverlater was bezorgd.
Wachten tot hond M klaar was met poepen zodat ik het op kon ruimen. Wachten op het groene licht. En op de koerier die Thai kwam brengen. Wachten tot de nestverlater iets leuks op Insta zou posten. De nestblijver weer z’n normale ritme ging oppakken en het gedoe op de uni achter de rug zou zijn. Tot hond M weer rustig zou worden. En man E zichzelf.
Wachten tot ik het op zou kunnen brengen niet alle zinnen met wachten of tot te beginnen. Wachten tot ik weer zou bedenken dat in het nu leven toch het beste is. Wachten tot het vrijdag was. Wachten tot de koffie klaar was. En ik met m’n sokken in het plasje water naast de afwasmachine zou stappen. Wachten tot het zou stoppen met regenen. Tot ik de tijd zou nemen naar een uitzending van NPO Start te kijken en mijn campingvrienden B en F te appen. Ik wachtte zelfs tot ik bij de allerlaatste aflevering van het allerlaatste seizoen van Better Call Saul zou zijn aanbeland.
Eén uur wachtte ik niet. Tijdens de yin-yoga, toen ging het niet. Focus, naar binnen gekeerd en alles vergeten, kwijt en weg.
Wachten op een bevestigingsmail van de Spaanse Avanza-bus over mijn reis. Wachten op het moment dat ik een van de twee boeken voor de boekenclub zou gaan lezen. Of eerst nog zou gaan lenen. Wachten op een doelpunt van Ajax. Wachten tot ik weer zou bijpraten met vriendin O. Op de supermarktmedewerker die mijn gescande boodschappen zou komen checken. Wachten in de wachtrij van de servicedesk van de bank om de reisverzekering uit te breiden. Wachten op reacties van lezers van dit stukje die zouden zeggen dat ze echt zat van dat gewacht waren. Wachten op kerst. Op de klok voor- nee achteruit. Wachten tot ik weer kon sporten. Drinken. Wachten, wachten, wachten. Tot het zover was. Tot ik had bedacht waarom dit plaatje en deze laatste regels bij dit stukje pasten.
‘Jij hebt grijs haar, wil je dat?’
‘Ik ben niet gespierd genoeg.’
‘En ik lijk op een meisje en ik wil een groen pakje.’
‘Veliz Navidad.’
‘Ik lijk niet op haar.’
‘Feliz.’
‘No importa si.’

Bezijden de waarheid

En ineens ging het minder. Ik maakte mij zorgen om mijn sportmaatjes G en D die weer van alles voor hun kiezen kregen, zoals mijn vader zou zeggen. Met de nadruk op weer. En liever in het Gronings: dij kriegen ’t wel weer veur de koezen.
Ik had niet meer gereageerd op een kwetsbaar levensantwoord van vriendin M. Een doodnormale vraag van vriendin I over levensinvulling had al mijn verdedigingslinies opgetrokken. Vriend J had het moeilijk met zichzelf en ik wist niet hoe te reageren in de app. Beste vriend R kwam zichzelf tegen op zijn geliefde vakantie-eiland.
De nestverlater had haar ouders nodig. Heimwee? Wat deed ze daar? Wat zocht ze? Hoopte ze te vinden?
De nestblijver stond op het punt lang afscheid van zijn eend te nemen.
En zelfs hond M leek wankel te lopen.
Ikzelf lag lethargisch op de bank Better Call Saul te kijken. Schreef te weinig, las te weinig, zeemde de ramen niet, ruimde de boekenkast niet op en maaide ook geen gras. Wel stopte ik urenlang met een lange stompe naald loszittende draadjes uit een van onze banken terug in de stof om er de volgende dag achter te komen dat iemand erop was gaan zitten (!) en alle draadjes ‘Sliep-uit, sliep-uit!’ roepend, weer omhoogstaken.
Altijd alles maar uit jezelf moeten halen. Ik was er klaar mee. Aldoor maar verantwoording afleggen aan jezelf. Je best doen. Er zelf wat van maken. Maar ik deed het toch maar weer. Voor even. Bakte de glucose- (oh nee, lactose) en glutenvrije afscheidstaart voor eend J. Vond het belangrijk om de woorden gluut, glucose en lactose te gebruiken omdat ik a niet begrijp wat dat zijn en b nooit had gedacht dat ik er een taart zonder zou bakken. Tilde een uur lang gewichten op. Maakte me zorgen om de gezondheden van moeder A en schoonmoeder J en vond mezelf weer eens te dik en te oud.
Ik weet dat deze fases overgaan, ik weet niet of je het er in schrijfstukjes over moet hebben. Ik weet dat je ‘het’ zelf moet doen. Maar soms gaat het gewoon niet, zelfs niet met pillen, yin-yoga en openstaande chakra’s. Ik lachte wel om de nieuwe gewoonte van man E: het gebruik van oudhollandse zegswijzen. ‘Bezijden de waarheid’, zei hij gisteren in een gesprek over wat er wel en niet waar was in een boek waarvan we niet op de titel en ook niet op de naam van de schrijver konden komen. Wel wisten we, omdat de nestblijver daar vlak in de buurt in een café werkt, dat het verhaal zich afspeelt in Hotel Victoria aan het Damrak. Ik zocht naam en titel op. Wisten we dat ook weer. ‘IJs en weder dienende’, zei man E ook nog toen het over de leveringsdatum van zijn nieuwe fiets ging. Wie was hier nu de stukjesschrijver?

Doordeweeks

Man E was voor het eerst voor zijn nieuwe baan op pad naar het buitenland. Hij appte dat ie in dezelfde wijnbar zat die wij eind mei in het regenachtige land hadden ontdekt. Die wijnbar met dat logo van dat mannetje die in de stormende (geen typefout) regen onder een paraplu een glas wijn drinkt. Ik zal er denk ik nooit achter komen wat ie precies voor werk doet, maar goed doet ie het wel. Ook met de naam van zijn nieuwe werkgever heb ik moeite, het is een afkorting en een combi van Curaçao, internationaal en trustcompany. Als je het snel uitspreekt, klinkt het als sitcom en dat is niet alleen makkelijk te onthouden, ik weet ook wat dat is. Cheers, Friends.
De nestverlater had haar eerste examen, ging wel goed spraakberichtte ze, en was voor het eerst naar een Spaanse sportschool geweest. Bijna vier weken is ze weg nu en het voelt als vier jaar. Maar ook als vier minuten. Ik heb een aftelkalender gemaakt en die boven haar bureau gehangen. Elke dag is het weer een nachtje minder en stuur ik haar een foto. Helpt dat? Ja, dat helpt.
De nestblijver typ ik, maar ik vind nestbevuiler eigenlijk grappiger, nam een homp cake, ging mee met het uitlaten van hond M en vertelde over het ongewenste gedrag van een meisje dat hem was overkomen.
Zelf zocht ik een recept voor vegan glutenvrije kwarktaart en had ik, indachtig mijn chakra-sessie van een paar weken geleden, mijn eerste yin-yoga les. Een woord dat je met Wordfeud niet eens kunt leggen. Het is gericht op het versterken en versoepelen van je bindweefsel en gewrichten. Je gebruikt je lichaam niet om in een houding te komen, maar de statische houding zorgt er juist voor dat je je lichaam beter voelt. De juf had het steeds over joints, wat ik niet begreep en zei na afloop dat dat bindweefsel was, maar gelukkig wist de nestblijver het beter: gewrichten. In de yy-les ging het ook over de herfst, loslaten, meridianen en het zacht maken van je lichaam. Kwakzalverij? Nou en.

Het nest is halfvol

Ondertussen is er in mijn halflege nest nog wel een kuiken achtergebleven. Met een biceps waar je u tegen zegt, maar dat terzijde. Een kuiken waar ik graag koffie voor maak en waarmee ik in het mooiste Spaans praat en zing. ¡Ola supermercado! Een kuiken dat blij is met mijn huishoudelijke systeempjes en niet meer met me mee wil naar Ajax, maar misschien heeft ie wel gelijk. Een kuiken dat allang kan vliegen, maar lekker in het nest blijft zitten. Misschien heeft ie wel gelijk.
Over precies 117 dagen vlieg ik met dat kuiken een oceaan over, op naar de liefde. Ja, ik formuleer dat nu maar even zo, omdat woorden als relatie, vriendin, verkering de lading misschien niet dekken en ik er voorzichtig en goed mee om wil gaan. Hoe dan? Nou, met google natuurlijk.
Er zijn veel benamingen voor allerlei stadia waarin een relatie kan verkeren, leer ik online. Voor al deze voor mij nieuwe vormen van rela’s valt veel te zeggen. Als je er niet direct het label van relatie aanhangt, heb je langer de tijd om na te denken wat je wilt en kun je je indekken als je het niet zeker weet. Social media spelen natuurlijk een grote rol, omdat je liefde minder privé is en alles perfect moet zijn en hoe weet je nu wanneer je rela perfect is? Dan is het maar goed dat je de liefde over allerlei stadia uit kunt smeren. Ik lees over een twarrel, een twijfelscharrel, dat is iemand waarmee je regelmatig afspreekt, niet exclusief mee aan het daten bent, maar die potentieel wel tot een rela of prela (pre-relatie, periode net voordat een relatie een relatie wordt) zou kunnen uitgroeien. Een situ (afko van situationship) heb je ook, dat is ongeveer hetzelfde als een scharrel. Twee personen die misschien sex hebben en of romantische gevoelens , maar niet officieel samen zijn. Dan is er nog de ignorela, de ignore relatie. Die komt mij bekend voor. Dat is een relatie die geen relatie wordt genoemd. Toch ziet iedereen in de omgeving dat het een relatie is of gaat worden. De geliefden in kwestie ontkennen het alleen nog voor zichzelf. Of zoals rela E maanden heeft geroepen: ‘If it looks like a duck, swims like a duck, and quacks like a duck, then it probably is a duck.’
Wat mij weer terugbrengt bij het onderwerp van dit stukje: nesten. Toen ik vorige week in Frankrijk was, om het huisje van moeder A winterklaar te maken, vond ik een leeg nest. Ingenieus in elkaar gevlochten takjes, met kleine witte veertjes erin. Uit een boom gevallen. Maar dat gaf niks, het had haar dienst gedaan. Gelukkig zit mijn nest nog lekker vast. Komend weekend komt de eend van mijn oudste kuiken langs. Ga ik lekker wat voor haar bakken. Ze had zin in kwarktaart, zei ze. Me schoondochter.