De koe der koeien

Tijdens het ontbijt praat ik met puberdochter over mijn broer. Dat hij goddomme alweer 18 jaar dood is. Vijf laar langer dan dat zij leeft. Een realiteit die wij allebei niet snappen. Ik vraag of ze koffie wil en terwijl ik de melk opschuim probeer ik me te herinneren of mijn broer ook koffie lustte. Ik weet het niet meer. Bel mijn vader, app mijn moeder, eet een zak Engels drop leeg – behalve de roze en blauw gespikkelde en de zwarte staafjes – en stap in de trein richting Den Haag. Nog een beetje misselijk loop ik het Mauritshuis binnen. Ik wil ‘Het melkmeisje’ zien, dat daar helemaal niet blijkt te hangen. Wel staan er heel veel mensen voor ‘Meisje met de parel’. Ze luisteren naar een gids die vertelt dat het meisje elke dag een andere uitdrukking op haar gezicht heeft. Alsof zij zijn stemming van die dag aanvoelt. Ik kijk nog eens goed, maar kan slechts een halve mond en een oog ontwaren.

‘Het puttertje’, het andere schilderij waarvoor ik kom, hangt er wel. Een onooglijk, donker portretje van een vogel die niet mag vliegen. Teleurgesteld loop ik verder langs bloemstukken, landschappen en zelfportretten van Rembrandt, tot ik met een schok tot stilstand kom voor een muurvullend schilderij waarop een koe staat afgebeeld. ‘De stier’ is de titel en die staat dan ook prominent afgebeeld, maar het is de koe in de bijrol die ik zie. Een koe! Op de sterfdag van mijn broer. Het is niet zomaar een koe, het is de koe der koeien. Tevreden herkauwend ligt ze in het schilderij. Ik hoor het pompende geluid van de melkstellen, die zich vastzuigen aan de uiers, ruik de ammoniakgeur die opstijgt uit de mestkelders. Helemaal rechtsachter in de stal staat mijn broer. In een oude winterjas, een vale spijkerbroek, op groene stevels, met een grijnslach om zijn mond. Hij buigt voorover en brengt zijn hoofd dicht naar een koe die haar kop door het voerhek heeft gestoken. Ik kan net niet horen wat hij fluistert. Dan trekt hij wat sprieten uit de kuilgrasbult, maakt er een toeve van en steekt het in de bek van de koe. Nog een toeve voert hij en nog één en nog één. Hij stopt pas als ik wegkijk van het schilderij.

 

Amandelring

Ze had die avond langer voor de spiegel gestaan dan anders. Het haar met groene zeep omhoog. Een blauw oogpotlood, wat eyeliner, of zou hij daar niet van houden? En welk t-shirt zou ze aan doen? Van Doe Maar? Of toch gewoon een zwarte? Als hij dat maar niet te alternatief vond. Ze was al een tijdje heimelijk verliefd op hem, nou ja, haar vriendinnen wisten het natuurlijk wel. En het was uit tussen hem en Susan. Ze wist heus wel dat zij zijn grote liefde was, maar toch. Toen ze rond half elf de trap van het café op liep om op de eerste verdieping naar de dansvloer te gaan, was hij er al. Haar vriendinnen stootten haar aan, kijk daar. Ze kreeg een hoofd als een boei. Vlakbij de bar stond hij, met z’n prachtige rode haar en een kwajongensblik in zijn ogen. Omdat ze niet wist waar ze haar armen en benen moest laten, begon ze zich uit te sloven op de dansvloer. ‘Come back and stay’ van Paul Young, ‘Big in Japan’ van Alphaville. Bij elk nummer iets dichter bij hem in de buurt. Keek hij nu naar haar? Lachte hij? Of leek het maar zo? Toen de laatste tonen van ‘Do you wanna hold me’ van Bow Wow Wow klonken, trok hij voorzichtig aan haar arm. Of ze ook een pilsje wilde? Z’n stem kwam net boven de keiharde muziek uit. Ze had nog nooit bier gedronken, maar antwoordde zo stoer en nonchalant mogelijk: ‘Ja, lekker.’ Hij liep naar de bar en zij keek hem na. Aan de andere kant van de dansvloer stonden haar vriendinnen te seinen en te joelen. Ze voelde zich opgelaten. Zou het nu dan eindelijk gebeuren? Die eerste zoen waar ze zo naar verlangde en waar ze zo tegenop zag. Monique, haar vriendin met de meeste ervaring, had haar er van alles over verteld: hoe je je tong moest bewegen, dat je je hoofd wat schuin moest houden en dat je ook kon oefenen op je eigen arm, maar dat had ze niet gedaan.
Hij kwam terug met twee pilsjes in één hand. Misschien had ze liever boven met hem willen zitten, waar de muziek wat zachter was, maar zo was het ook goed. Hij leunde een beetje tegen haar aan, gaf haar het glas en proostte. Ze nam een slok en bleef lachen, ondanks de bittere smaak in haar mond. Hij keek opzij, met ogen vol bravoure, tenminste dat hoopte ze. Zo bleven ze een tijdje staan. Aan de zijkant van de drukke dansvloer. In een paar teugen had hij z’n glas leeg, toen keek hij haar echt heel lang en veelbelovend aan. Ze wilde haar glas wegzetten, maar durfde niet te bewegen. Alles gewoon over je heen laten komen, was het laatste wat ze dacht. Hij legde zijn linkerarm over haar schouder en trok haar zachtjes naar zich toe. Met zijn rechterhand raakte hij heel even haar wang aan. De vriendinnen waren weg, de dansvloer leek leeg en het geluid van de muziek was verdwenen. Zijn hoofd met het prachtige rode haar kwam dichterbij. Zijn lippen op die van haar. Eerst proefde ze alleen maar bier, maar al gauw was ze dat vergeten. En was er alleen het spel dat de tongen speelden. Toen ze elkaar eindelijk loslieten, had ze haar glas bier nog steeds vast. Ze nam een stevige slok. Het smaakte naar meer.
Net geen drie weken zou haar eerste echte verkering duren. Toen ze op een donderdagochtend naar school fietste, vond ze in het gras naast de weg een portemonnee. Met 20 gulden. Ze haalde het geld eruit, ook al knaagde haar geweten. Op het schoolplein nodigde ze haar vrienden allemaal uit om in de grote pauze mee te gaan naar het café. Zij trakteerde. Susan, Monique en Jasper bestelden koffie en cola, maar hij hoefde niks en zij kreeg buikpijn. Toen ze haar koffie op had, vroeg hij of ze even mee naar buiten ging. De knoop in haar maag werd nog groter. Ze liepen een stukje over het plein en stopten bij de kerk. Daar kwam het hoge woord eruit. Hij wilde niet meer. Natuurlijk wist ze het, ze had het al die tijd geweten. Het was Susan, het zou altijd Susan zijn. Ze begreep het, maar pijn deed het wel. Na de pauze ging ze nog naar Engels, maar toen ze het laatste uur wiskunde had, kon ze zich niet langer goed houden en meldde zich af bij de conciërge. Het was ver, de twaalf kilometer alleen op de fiets naar huis. Er leek geen einde te komen aan de rechte wegen. De brug over het kanaal was veel steiler dan anders. Ook nog tegenwind. Of verbeeldde ze zich dat?
Haar ouders zaten in de keuken koffie te drinken. Waarom ze nu al thuis was? Hortend en stotend kwam het verdriet eruit. Hij wilde niet meer. Om toch of omdat. Ze wist het niet. Het maakte ook niet uit. Er zat nog één amandelring in de trommel. ‘Die is voor jou,’ zei haar moeder.

Barbie

Maaike was negen jaar, tien misschien. Haar Barbie was haar heldin. Met lang blond haar, korte roze jurkjes en hoge hakken. Oeverloos kleedde ze Barbie uit en weer aan en kamde haar haren met een speciale Barbie-borstel. Haar eigen haren kammen, dat vond ze nog moeilijk. De achterkant, daar kon ze niet goed bij. De moeder had er geen zin meer in. Altijd maar die knopen en die klitten. De moeder trok haar jas aan, wees naar de houtje touwtje jas en zei dat het best wel mee zou vallen. Maaike stopte Barbie in haar zak. Ze liepen een paar honderd meter naar links, over het voetpad aan de overkant van de weg, naar de plaatselijke kapper. De kapper had een bijzondere naam die ze niet kon onthouden. Hij vroeg hoe ze haar haar wilde. Ze liet hem haar Barbie zien. ‘Knip er maar een flink stuk af,’ zei de moeder. Maaike kreeg een kapmantel om, stopte Barbie eronder en aaide bij elke knip van de schaar Barbies lange haren. Toen de kapper klaar was, weigerde ze in de spiegel te kijken. Dat was ook fraai zei de moeder, het zat echt mooi, ze kon toch wel even kijken? Maaike wreef over haar blote nek, begon te huilen en hield er niet mee op. Dan moest ze maar doorlopen naar de oma, zei de moeder. De oma hoorde haar kleindochter al van verre aankomen. Ze wachtte haar op en nam haar mee naar de grote ovalen spiegel in de gang. Heel dicht ging ze achter Maaike staan en zei: ‘Doe je ogen maar dicht.’ Dat deed ze en haar oma hield ook nog haar handen voor de dichte ogen. Toen mocht ze kiezen, eerst de handen weg en dan de ogen open of andersom. Ze koos andersom en deed een voor een haar ogen open. De handen van oma bewogen in slow motion opzij. Er stond een jongen voor de spiegel.

De moeder de vrouw

Alle belangrijke vrouwen in mijn leven zijn in juni jarig. Gisteren puberdochter, vandaag mijn moeder en een dikke week geleden oma Barbertje. Een oma, een moeder, een vrouw die alleen maar luisterde. Mij altijd opving en nog vaker begreep. En al haar meningen voor zich hield. Ze zei ‘Hai hai kind toch’, als ik het moeilijk had en ‘Even deurzetten’ als het echt niet anders kon.
Mijn moeder met wie ik het hardst in mijn broek kan plassen van het lachen is het tegenovergestelde verhaal. Zij is het levend bewijs dat het ook anders kan. Maar of het werkt?
Van puberdochter valt het meest te leren. Op haar verjaardag ging ze bij haar beste vriendin die in het ziekenhuis ligt op bezoek om het te vieren. Ze kwam lachend thuis en keek mij niet begrijpend aan toen ik bezorgd vroeg hoe het was geweest. ‘Dûh, superleuk natuurlijk’, zei ze en dook achter de iPad. Of ze nu samen thuis in een puberkamer hangen of op een ziekenhuisbed chillen, het maakt haar niet uit. Ik weet niet of ze het ooit wil of kan worden, maar wat een moeder zal zij zijn.
In boekenland maken schrijvers zich boos over het thema van de Boekenweek van volgend jaar: De moeder de vrouw. ‘Waarom wordt de vrouw geïdentificeerd met de moeder en niet met bijvoorbeeld de huisarts of de postbode?’ vragen bijna 300 schrijvers zich af.
Ik vraag mij af waarom niet.

Imponerend

De website van het kunstfestival in onze wijk staat sinds kort online. Je kunt kijken op www.somerlustfestijn.nl maar ik heb liever niet dat je dat doet. Het is een mooie site, daar niet van en alles staat erop, maar een foto van mij ontbreekt. En mijn jaartal is verkeerd, 1968 moet het zijn. Dit is het jaar dat ik 50 word. Dat weet toch iedereen?! Wat ik niet ga vieren, maar dat is weer een heel ander verhaal.
Als een van de deelnemers van het festival mag ik meedoen aan de Literaire Salon waarvan alleen al de hoofdletters mij imponeren. Aan het ‘boekenpraatje’ doen ook schrijvers mee die echte boeken hebben gepubliceerd. Ik zou trots willen zijn, maar focus mij liever op het feit dat zij wel op tijd een foto hebben ingeleverd en ik niet. Dat is vast ook de reden dat zij wel gepubliceerd hebben en ik niet. Om het goed te maken, mailde ik vanmorgen nog voor het ontbijt, (‘Maham, waar zijn de boterhammen,’ puberden de kinderen erop los) een foto naar de organisatie. Met nog haar van vorig jaar, maar goed.
Onder de foto’s staan korte stukjes over de schrijvers, bij de ene lees ik dat zijn verhalenbundel goed ontvangen is. Ik heb mijn stukje zelf geschreven en neem aan dat de echte schrijvers dat ook hebben gedaan. Je kunt dus over jezelf schrijven dat je boek goed ontvangen is. Mocht dat bij mij zover komen, dan ga ik dat natuurlijk niet doen. Dan heb ik het over de tikfouten die er toch nog in staan, een personage wat net niet goed genoeg is uitgewerkt, een saaie verhaallijn… Het is maar hoe je het bekijkt.