Heleentje Gereed

Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd.

Als ik beneden kom, zitten m’n ouders al aan tafel met de begrafenis-ondernemer. Hij ziet er zelf uit als een lijk: een grauw gezicht, grote wallen en kringen onder z’n ogen. Welke kist, wat voor bloemen, welke kaart, advertenties in het Groninger Dagblad, Nieuwsblad van het Noorden, moeten de klokken geluid? Eens zijn we het. Overal over. M’n vader wil een dubbel graf, ook alvast voor zichzelf. In Bellingwolde is dat eeuwigdurend en kost het 1600 gulden.
E en ik gaan boodschappen doen in Zuidlaren (AH – rijst vergeten -, drankenzaak en sigarenboer) en op een terras bel ik ex R om te vragen of hij tijdens de dienst wil zingen. Dat wil ie.
Als we weer thuis komen, is m’n broer dat ook. Hij ziet er mooi uit. Hij is het echt. Ik zet z’n horloge op de juiste datum en tijd. Ik ben blij dat dat ding gewoon doortikt.
Voor de rest gaan veel dingen langs me heen. Alles voelt als een waas. Alsof je er zelf niet echt bij bent.
’s Avonds na het eten – nasi, R is nog rijst gaan halen – gaat het nog weer even over de muziek. Ik wil in ieder geval een nummer van Helen Reddy waar we vroeger op de boerderij altijd naar luisterden. Heleentje Gereed.

Scherven brengen geluk

Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd.

Eén piepkleine glimp maar. Eén fractie van één seconde. Die kleur. Die vreselijke kleur van de dood. Die snoeiharde stilte. En dan komt E de ziekenhuiskamer binnen en doet z’n armen om me heen.
M’n vader, m’n moeder, hun partners, E en ik. Met z’n zessen zitten we een tijdje rond het bed. Dan komt er een arts langs die, ja wat moet die eigenlijk nog? Ons wordt gevraagd even naar de familiekamer te gaan. Maar dat wil niemand. Mijn ouders willen port en roken. Het oude gezinsgevoel komt boven: wij bepalen zelf wel hoe we de boel aanpakken. En dus gaan m’n ouders naar buiten te roken en halen E en ik glazen uit de ziekenhuiskantine. Als we geen colaglas meenemen, stromen m’n tranen alweer.
En toch is het mooi, met z’n allen zitten we om z’n bed en proosten we.
M’n vader vraagt m’n moeder waar we m’n broer nu heen brengen. Zij stelt voor dat hij bij ons in De Groeve komt. Dat vindt m’n vader geweldig en ook zijn ze het gelijk eens dat hij in Bellingwolde begraven moet worden.
M’n moeder en ik zoeken in de kleding die hij mee heeft naar het ziekenhuis of er iets geschikts in zit. Maar helaas. Ik ruim z’n spullen uit de badkamer op: douchegel, scheerschuim, lekkerroek. En ga weer plassen. Heel gek om nog geen twee meter van iemand die er niet meer is, op de wc te zitten.
Dan is het tijd om te gaan. E slaat met z’n jas een glas van tafel en m’n vader zegt: ‘Scherven brengen geluk.’
M’n broer blijft bij de scherven, m’n vader en R gaan een begrafenisondernemer regelen en wij gaan naar het tehuis om kleding uit te zoeken: een blauw spijkeroverhemd, een T-shirt uit Sint Maarten wat ie nog van papa heeft gekregen, een striepkoorn boxem, een best wel hippe onderbroek, en sokken waarop ‘Hi I’m 30’ staat.
In De Groeve heeft m’n vader al een foto op de schoorsteenmantel gezet, twee kaarsen branden ernaast. Morgen komt m’n broer thuis.

Niet nodeloos rekken

Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd.

’s Morgens gaan E en ik naar de IKEA om fotolijstjes te kopen. Idioot, maar ik wil nu dingen doen die ik leuk vind en dat is blijkbaar foto’s inlijsten. Daarna vertrekken we naar Den Haag waar we vriendin I ophalen en gaan wandelen in Meijendel. Lekker de natuur in, de duinen, het bos, de zee. Het is erg warm voor de tijd van het jaar. I praat veel over haar werk en ik luister nauwelijks, ben in mezelf gekeerd. Toch is de wandeling heerlijk en verdwijnt m’n hoofdpijn. I voelt dichtbij.
Weer thuis bel ik De Groeve. M’n ouders blijken allebei nog in het ziekenhuis te zijn omdat m’n broer hersenvliesontsteking heeft. Weg rust, weg energie, weg alles. We zullen gegeten hebben, we zullen zijn gaan slapen…
Volgens E die dit stukje leest, is dit allemaal al gisteren gebeurd en hebben we na Den Haag helemaal niks meer gedaan, alleen wat tv gekeken en redelijk op tijd naar bed. Vreemd dat ik de dagen door elkaar haal. Ik weet wel hoe ik me voel, maar ik weet niet welk gevoel bij welke dag hoort.

Een dag later gaat in het begin van de middag de telefoon. M’n vader zegt dat het slechter gaat en dat het verstandig is om vanavond wel op het bezoekuur te komen. Hij kan mama niet bereiken. Ik probeer het op haar vaste nummer en mobiel, maar ook geen gehoor. Tien minuten later belt m’n vader alweer, we moeten direct komen.
Ik laat m’n broodje kaas vallen en ga als een gek de meest vreemde dingen inpakken. Ook ruim ik de fotolijstjes die overal verspreid op de vloer liggen op. En denk maar één ding: m’n moeder moet het weten voor we naar het ziekenhuis in Emmen vertrekken.
Gisteren heeft ze laten vallen dat ze naar het Concertgebouw zou met A. Op hun koelkast hangt een overzicht met culturele uitjes, dus E en ik rijden naar hun huis en zien dat ze inderdaad vanmiddag in het Concertgebouw zijn. E belt daarnaartoe, krijgt een bedrijfsleider aan de telefoon die zegt dat hij er alles aan gaat doen om hen te waarschuwen. Ondertussen pak ik chaotisch spullen in voor m’n moeder en A: kleren, schoenen, sigaren, port…
M’n vader belt weer, hij moet een beslissing nemen over wel of geen bloedverdunners die het leven van m’n broer kunnen rekken. Hij heeft bovenop de hersenvliesontsteking ook nog een longembolie gekregen. M’n vader wil die beslissing samen met z’n ex nemen, maar dat kan dus niet. Hij vraagt of E en ik alvast kunnen komen, terwijl ik eerst m’n moeder uit het Concertgebouw wil halen. Zo sterk heb ik nog nooit tussen m’n ouders in gestaan.
E en ik racen naar het Museumplein, pikken A en m’n moeder op en ik duw de telefoon in haar handen. Gelukkig kunnen m’n ouders samen wat dingen bespreken: geen bloedverdunners, niet nodeloos rekken.
A moet naar de wc en we stoppen bij een tankstation. Het lijkt een eeuwigheid te duren. Hoe dichter we bij het ziekenhuis komen, hoe meer ik voel hoe nodig ook ik moet plassen. M’n vader staat buiten bij de hoofdingang. M’n moeder en ik gaan naar ’m toe en hij zegt: ‘Hij is overleden, om 17. 35 uur.’
Het is nu 17.53 uur. M’n moeder stormt naar binnen. Ik troost mijn vader en ga dan naar de wc. Al plassend blijf ik maar denken: ‘M’n broer is dood, m’n broer is dood, m’n broer is dood. Ik hou er niet mee op en wil er niet mee ophouden.

Gras is koeien

Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd.

Thuis bij m’n vader in De Groeve viel E in slaap en al luisterend naar z’n ademhaling ik wonder boven wonder ook. M’n moeder had vannacht in datzelfde huis geslapen, in de slaapkamer van m’n broer in het bed van m’n broer onder de dekens van m’n broer. Bizar: na zoveel jaar weer in hetzelfde huis als m’n vader. Wat een doodzieke broer wel niet teweeg kan brengen.
Na het ontbijt rijden we naar het ziekenhuis in Emmen. M’n broer ziet er beter uit dan gisteren. Z’n rare kleur is weg en hij is niet epileptisch. Komt het misschien van de medicatie? Hij is bij, maar zegt niks. E kust ’m op z’n voorhoofd. Vindt hem onrustig. De verpleegkundige vertelt dat hij vis heeft gegeten. Vis?! Hij lust helemaal geen vis.
Omdat het iets beter lijkt te gaan, gaan E en ik terug naar Amsterdam. Van m’n ouders moet dat ook, ‘omdat dat beter voor me is’. Ineens zorgen ze weer samen voor me. Ongelooflijk is het en compleet normaal.
We doen boodschappen en ’s avonds bel ik met m’n moeder. Ze hebben een gesprek met de neuroloog gehad. Hij heeft hersenvliesontsteking en lijkt goed te reageren op de nieuwe antibiotica.
Ik heb zo m’n twijfels. Pak een groen fotolijstje en stop er een foto van mezelf en m’n broer in, gemaakt in mei op z’n 30e verjaardag. Een waxinelichtje in een groene houder ernaast. Groen is gras. Gras is koeien. Koeien is m’n broer.
Als we naar bed gaan doe ik zoals altijd de voordeur op slot. Alleen barst ik er nu in huilen bij uit. Elke dag is de deur op slot een automatisme en nu begrijp ik nergens meer wat van.

jadeanna

‘Hoezo volg jij haar?!’, vroegen de twee twintigers zich af.
‘Ik volg allerlei voetbalvrouwen, omdat ik er zo achter kan komen of hun partner misschien een transfer van Ajax naar een buitenlandse club of andersom gaat maken.’
Die jadeanna bijvoorbeeld was mij iets te enthousiast over Portugal en specifieker Porto geweest. Oh FC Porto, met onze oude coach, wat gun ik het die man, maar wat doet het pijn. Acht wedstrijden gespeeld nu, 22 punten. 19 doelpunten voor, 1 tegen… en wij maar doorploeteren met die Heitinga. En nee, nu even niet lollig doen met die laatste twee letters van z’n naam in kapitalen.
Hé 57-jarige vrouw, dwaal nou niet teveel af.
De voetbalvrouwen. laura.benschop, is druk met haar nieuwe baby en haar haar. Die baby trouwens is een meisje en ik vraag me af of die voetbalvaders daar niet van balen, hadden ze echt niet liever een jongen gehad? Mijn favoriete plaatjes van haar zijn die van Davy met z’n Franse Buldog.
Dan heb je nog carocalvagni, ook met honden, zij post exotische oorden, talrijke billen, en af en toe man Nicolás die de wereldbeker vast heeft. Ze hebben nog steeds een appartement in Amsterdam, maar het ziet er op insta nog niet naar uit dat Nicóóó hier weer komt voetballen.
Mijn favo vrouwvan is jadeanna.
Hé 57-jarige vrouw, doe eens niet zo ouderwets, ze is heus wel meer dan voetbalvrouw.
Zij laat veel gezond voedsel zien en ingewikkelde matcha’s, beauty producten, workouts en outfits. Heb ik niet veel mee.
Hé 57-jarige vrouw, je mag dan wel een helix hebben, je bent niet haar doelgroep. Wel heel interessant aan haar is dat ze vaak foto’s van zichzelf in de lift post. Ik begrijp alleen niet waarom? Hoezo fotografeer je jezelf in zo’n lelijk hokje met een telefoon voor je hoofd? De twintigers boden uitkomst. De zoon legde uit: ‘Met al die spiegels om je heen kun je precies zien hoe je eruit ziet.’
De dochter die de lift emoji vrouwonvriendelijk vond (eens, eens, eens) vulde aan: ‘Je staat vaak alleen in de lift, dus je kunt zonder voor schut te staan allerlei selfies nemen en dan de mooiste uitkiezen.’
Dat beschouwde ik als een tip, want ik wil ook beter worden in selfies maken. Oefenen in de lift dus. Maar ja, ik leid een leven zonder liften. En die enkele keer dat ik erin sta, is het een hele grote, zonder spiegels. Bovendien ben ik dan altijd samen met moeder A en vaak moeten we er ook nog uit, omdat patiënten in bedden voorrang hebben.
Hé 57-jarige vrouw, als je nou slim bezig wilt zijn, gebruik je hashtag jadeanna als je dit stukje deelt.