Ha broer,
Ik heb een tijdje niks van me laten horen, nee. Omdat ik niet wist hoe het moest. En omdat ik het niet kon. Het is vreemd allemaal. Heeft iemand jou wel verteld hoe de wereld er nu uitziet? Alsof iemand dat ook weet… In ieder geval, ik wil het er wel even met je over hebben eigenlijk. Je mag bijna niet naar buiten, je moet anderhalve meter afstand houden en als je een keer hatsjie niest moet je gelijk binnenblijven… Oh, vind je dat saai allemaal? Je wilt weten hoe het papa en mama gaat. Ja, dat kan ik ook een stuk beter uitleggen. Gister was ik met mama naar het ziekenhuis voor haar tweede kuur, ik ging niet mee naar binnen, dat mocht niet. Maar toen ze klaar was, vertelde ze dat er een hele lieve zuster was oet ‘t Knoal die vond dat ze zo’n mooi accent had. Op weg naar huis hebben we nog erg gelachen om Brigitte Kaandorp op de radio. Die heeft pas echt een heel zwaar leven. Ja echt heel zwaar. Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Of in jouw woorden heul moeke.
Pap ligt nog in het ziekenhuis, morgen gaat hij naar huis. Dan gaat ie in een bed in de kamer. Ik moest er best om huilen, maar jij vindt het vast grappig. En handig is het zeker. Hoeft ie ook niet meer traplopen en kan ie vanuit zijn bed lekker tv kijken, ik denk naar Chateau Meiland, met die hysterische homo. Homo ja, dat mag ik best wel zeggen. Er komen mensen om hem te helpen met wassen, aankleden en medicijnen en zo. Eigenlijk net zoals bij jou. Precies-dezelfde-als-net-zo-één.
Nou broer, dat is het wel zo’n beetje. Ik weet ook niet hoe het verder gaat. Maar je hoort gauw weer van me. Dikke smok.
De oudste en de jongste
Al die jaren hadden ze elkaars bestaan voor kennisgeving aangenomen. Zoals dat eenmaal ging met broers en zussen. Die waren er gewoon. Maar nu, na bijna 70 jaar oudste broer en jongste zus zijn, was het gewone eraf.
Elf jaar zat er tussen, samen opgroeien, dat hadden ze niet gedaan. Toen zij op de lagere school begon, was hij al klaar met de ulo en toen hij trouwde, was zij nog een bakvis. Zijn dochter was bruidsmeisje geweest bij haar huwelijk, een zwarte jurk hadden ze allebei aangehad, hij zag het nog zo voor zich.
Ze schonk hem een kop thee in, met een klein schepje suiker en wachtte tot hij te lang ging roeren. Toen ze nog met alle broers en zussen samen op de boerderij woonden, had ze zich vaak gestoord aan dat geroer, nu gniffelde ze erom. Ze wees hem op het laatste schilderij dat ze had gemaakt, een Gronings landschap met veel blauw en groen. Hij vond er eigenlijk niet zoveel van, lachte vriendelijk. Samen stonden ze stil bij de spullen die zij al die jaren geleden van thuis had meegenomen: de porseleinen pop die van hun moeder was geweest, de spiegel die altijd bij hun ouders in de gang had gehangen… Of hij die zeis van pa nog had, vroeg ze.
Hij knikte, keek haar aan en klopte op het kussen naast hem op de bank. Ze ging zitten. Stoef tegen hem aan.
Hetzelfde
Ha broer,
‘Weet je hè, ik heb het er met veel mensen over, mensen die je nog kent zoals man E en nicht M. En met mensen die er niet meer zijn, zoals oma Barbertje. Ook met mensen die nieuw voor jou zijn, puberzoon, puberdochter, vriendin I… Hele apps schrijf ik vol, uren praat ik erover, ben zelfs bij een haptonoom die me aanraakt om dichter bij mijn gevoel te komen. Zeg dat wel, brrrr. Maar ik ben helemaal vergeten het jou te vertellen, terwijl wij toch hetzelfde zijn.
Nou ja, dat van mama had je vast wel verwacht, je weet toch nog wel dat ze vaker ziek was? Nu dus voor de zoveelste keer, ja sorry hoor, bij haar komt er geen einde aan, ik word er moe van. Moet je daarom lachen? Nou vooruit, het gaat eigenlijk best goed met haar, mensen zeggen dan altijd gezien de omstandigheden, maar dat vind ik een kutuitspraak. Kut ja. Mag niet. Ze leeft bij de dag en doet heel veel leuke dingen met haar vriendin. Ja, nog steeds dezelfde, die ken je nog.
En pap is dus nu ook ziek, toch van het roken helaas. Hij wordt niet meer beter. Eerst was hij daar erg van in de war, maar dat kwam ook omdat de ziekte in zijn hoofd zit. Gelukkig krijgt hij daar nu medicijnen voor en is hij weer zichzelf. Daar ben ik heel blij mee en zijn vriend trouwens ook. Precies die ja, papa is nog altijd samen met hem. Om pap maak ik me zorgen, ik weet niet hoe lang het allemaal nog duurt. Nog een tijdje en dan zijn jullie weer hetzelfde. Dat vind ik een fijn idee. Jij ook hè? Ik zie het aan je.
Tevergeefs
Nee, ik wil niet dat je te dichtbij komt. Dat je alleen maar zendt, zendt en nog eens zendt en dat ik dat allemaal op moet vangen. Dat alles wat je doet, zegt en vraagt zich op mij richt. Dat je als een zuignap aan me vastplakt. Dat ik stik, terwijl jij alleen maar aardig doet. Ik wil niks vertellen als je toch niet luistert. Iets met je delen als je toch alleen maar over jezelf praat. En als een olifant in mijn porseleinkast ronddendert.
Ik begrijp niet dat je niet luistert als ik zeg dat ik even tijd nodig heb. Of ruimte. Of gewoon even niet wil of kan. Ik snap niet dat je niet voelt wat ik voel. Steken in mijn borst, een klomp in mijn maag, schouders die strak van de spanning staan en een hoofd wat kolkt en bruist en barst.
Ik snap vooral ook niet dat het mij niet lukt het je duidelijk te maken. Of ik je nu probeer te negeren, om de tuin te leiden, mezelf onzichtbaar probeer te maken of juist te overschreeuwen, of ik verdwijn, met gestrekt been tegen je inga… Het lukt me niet.
Ik snap ook niet dat ik na tig keer tevergeefs mijn grenzen aangeven, het gewoon nog een keer probeer. En nog een keer. Terwijl jij alles uit liefde doet en met de beste bedoelingen.
Berghuizen ’76

Eindelijk, eindelijk was het kerstvakantie en brachten haar ouders haar naar het oude, tochtige maar o zo gezellige huis in Berghuizen. Alles was daar anders dan thuis, spannend ook. Haar oom en tante – de stumperds werden ze in de familie genoemd, maar dat had het nichtje nooit begrepen – deden leuke, nieuwe dingen met haar. Ze waren meester en juf, misschien kwam het daar wel van. Samen met haar tante, die knoepergoed kon handwerken, ging ze een wandkleed maken. Ze knipten vogels uit oranje en bruine vilt, naaiden er oogjes van pailletjes op en maakten de vogels vast op jute. Het nichtje deed alles een beetje scheef, ‘Scheetje beef’ zei haar oom altijd, maar dat gaf niks. Soms stapten ze met z’n drieën de eend in, op weg naar Meppel of Hoogeveen en dan zongen haar oom en tante keihard mee met ‘Een heel gelukkig kerstfeest, voor jou, voor mij, voor iedereen’. Eenmaal in de stad aangekomen, gingen ze bij een cafeetje in de winkelstraat wat drinken en kreeg het nichtje appeltaart met slagroom.
Op de dag dat het nichtje weer naar huis zou gaan, het was 31 december, lag er een pak sneeuw van een meter. Haar ouders vonden het te gevaarlijk om haar op te halen. En zo moest ze met Oud en Nieuw wel in Berghuizen blijven! Midden in de nacht, vlak voor 12 uur, zou haar oom haar wakker maken. Voor deze ene keer mocht ze in hun grote bed in slaap vallen. Ze droomde van kerstbomen, van taarten en van vogels. In haar schemerslaap drongen langzaam geluiden door. Haar oom floot zachtjes, steeds een beetje harder, tot het nichtje wakker werd. Ze sprong uit bed, brrr, de vloer was ijskoud aan haar voeten. Snel trok ze haar grijze wollen sokken aan. Had oma voor haar gebreid, haar oom en tante hadden precies dezelfde, maar dan wat groter. Dat vond ze stiekem nog het leukst van alles.