Ze had die avond langer voor de spiegel gestaan dan anders. Het haar met groene zeep omhoog. Een blauw oogpotlood, wat eyeliner, of zou hij daar niet van houden? En welk t-shirt zou ze aan doen? Van Doe Maar? Of toch gewoon een zwarte? Als hij dat maar niet te alternatief vond. Ze was al een tijdje heimelijk verliefd op hem, nou ja, haar vriendinnen wisten het natuurlijk wel. En het was uit tussen hem en Susan. Ze wist heus wel dat zij zijn grote liefde was, maar toch. Toen ze rond half elf de trap van het café op liep om op de eerste verdieping naar de dansvloer te gaan, was hij er al. Haar vriendinnen stootten haar aan, kijk daar. Ze kreeg een hoofd als een boei. Vlakbij de bar stond hij, met z’n prachtige rode haar en een kwajongensblik in zijn ogen. Omdat ze niet wist waar ze haar armen en benen moest laten, begon ze zich uit te sloven op de dansvloer. ‘Come back and stay’ van Paul Young, ‘Big in Japan’ van Alphaville. Bij elk nummer iets dichter bij hem in de buurt. Keek hij nu naar haar? Lachte hij? Of leek het maar zo? Toen de laatste tonen van ‘Do you wanna hold me’ van Bow Wow Wow klonken, trok hij voorzichtig aan haar arm. Of ze ook een pilsje wilde? Z’n stem kwam net boven de keiharde muziek uit. Ze had nog nooit bier gedronken, maar antwoordde zo stoer en nonchalant mogelijk: ‘Ja, lekker.’ Hij liep naar de bar en zij keek hem na. Aan de andere kant van de dansvloer stonden haar vriendinnen te seinen en te joelen. Ze voelde zich opgelaten. Zou het nu dan eindelijk gebeuren? Die eerste zoen waar ze zo naar verlangde en waar ze zo tegenop zag. Monique, haar vriendin met de meeste ervaring, had haar er van alles over verteld: hoe je je tong moest bewegen, dat je je hoofd wat schuin moest houden en dat je ook kon oefenen op je eigen arm, maar dat had ze niet gedaan.
Hij kwam terug met twee pilsjes in één hand. Misschien had ze liever boven met hem willen zitten, waar de muziek wat zachter was, maar zo was het ook goed. Hij leunde een beetje tegen haar aan, gaf haar het glas en proostte. Ze nam een slok en bleef lachen, ondanks de bittere smaak in haar mond. Hij keek opzij, met ogen vol bravoure, tenminste dat hoopte ze. Zo bleven ze een tijdje staan. Aan de zijkant van de drukke dansvloer. In een paar teugen had hij z’n glas leeg, toen keek hij haar echt heel lang en veelbelovend aan. Ze wilde haar glas wegzetten, maar durfde niet te bewegen. Alles gewoon over je heen laten komen, was het laatste wat ze dacht. Hij legde zijn linkerarm over haar schouder en trok haar zachtjes naar zich toe. Met zijn rechterhand raakte hij heel even haar wang aan. De vriendinnen waren weg, de dansvloer leek leeg en het geluid van de muziek was verdwenen. Zijn hoofd met het prachtige rode haar kwam dichterbij. Zijn lippen op die van haar. Eerst proefde ze alleen maar bier, maar al gauw was ze dat vergeten. En was er alleen het spel dat de tongen speelden. Toen ze elkaar eindelijk loslieten, had ze haar glas bier nog steeds vast. Ze nam een stevige slok. Het smaakte naar meer.
Net geen drie weken zou haar eerste echte verkering duren. Toen ze op een donderdagochtend naar school fietste, vond ze in het gras naast de weg een portemonnee. Met 20 gulden. Ze haalde het geld eruit, ook al knaagde haar geweten. Op het schoolplein nodigde ze haar vrienden allemaal uit om in de grote pauze mee te gaan naar het café. Zij trakteerde. Susan, Monique en Jasper bestelden koffie en cola, maar hij hoefde niks en zij kreeg buikpijn. Toen ze haar koffie op had, vroeg hij of ze even mee naar buiten ging. De knoop in haar maag werd nog groter. Ze liepen een stukje over het plein en stopten bij de kerk. Daar kwam het hoge woord eruit. Hij wilde niet meer. Natuurlijk wist ze het, ze had het al die tijd geweten. Het was Susan, het zou altijd Susan zijn. Ze begreep het, maar pijn deed het wel. Na de pauze ging ze nog naar Engels, maar toen ze het laatste uur wiskunde had, kon ze zich niet langer goed houden en meldde zich af bij de conciërge. Het was ver, de twaalf kilometer alleen op de fiets naar huis. Er leek geen einde te komen aan de rechte wegen. De brug over het kanaal was veel steiler dan anders. Ook nog tegenwind. Of verbeeldde ze zich dat?
Haar ouders zaten in de keuken koffie te drinken. Waarom ze nu al thuis was? Hortend en stotend kwam het verdriet eruit. Hij wilde niet meer. Om toch of omdat. Ze wist het niet. Het maakte ook niet uit. Er zat nog één amandelring in de trommel. ‘Die is voor jou,’ zei haar moeder.
Barbie
De moeder de vrouw
Alle belangrijke vrouwen in mijn leven zijn in juni jarig. Gisteren puberdochter, vandaag mijn moeder en een dikke week geleden oma Barbertje. Een oma, een moeder, een vrouw die alleen maar luisterde. Mij altijd opving en nog vaker begreep. En al haar meningen voor zich hield. Ze zei ‘Hai hai kind toch’, als ik het moeilijk had en ‘Even deurzetten’ als het echt niet anders kon.
Mijn moeder met wie ik het hardst in mijn broek kan plassen van het lachen is het tegenovergestelde verhaal. Zij is het levend bewijs dat het ook anders kan. Maar of het werkt?
Van puberdochter valt het meest te leren. Op haar verjaardag ging ze bij haar beste vriendin die in het ziekenhuis ligt op bezoek om het te vieren. Ze kwam lachend thuis en keek mij niet begrijpend aan toen ik bezorgd vroeg hoe het was geweest. ‘Dûh, superleuk natuurlijk’, zei ze en dook achter de iPad. Of ze nu samen thuis in een puberkamer hangen of op een ziekenhuisbed chillen, het maakt haar niet uit. Ik weet niet of ze het ooit wil of kan worden, maar wat een moeder zal zij zijn.
In boekenland maken schrijvers zich boos over het thema van de Boekenweek van volgend jaar: De moeder de vrouw. ‘Waarom wordt de vrouw geïdentificeerd met de moeder en niet met bijvoorbeeld de huisarts of de postbode?’ vragen bijna 300 schrijvers zich af.
Ik vraag mij af waarom niet.
Imponerend
De website van het kunstfestival in onze wijk staat sinds kort online. Je kunt kijken op www.somerlustfestijn.nl maar ik heb liever niet dat je dat doet. Het is een mooie site, daar niet van en alles staat erop, maar een foto van mij ontbreekt. En mijn jaartal is verkeerd, 1968 moet het zijn. Dit is het jaar dat ik 50 word. Dat weet toch iedereen?! Wat ik niet ga vieren, maar dat is weer een heel ander verhaal.
Als een van de deelnemers van het festival mag ik meedoen aan de Literaire Salon waarvan alleen al de hoofdletters mij imponeren. Aan het ‘boekenpraatje’ doen ook schrijvers mee die echte boeken hebben gepubliceerd. Ik zou trots willen zijn, maar focus mij liever op het feit dat zij wel op tijd een foto hebben ingeleverd en ik niet. Dat is vast ook de reden dat zij wel gepubliceerd hebben en ik niet. Om het goed te maken, mailde ik vanmorgen nog voor het ontbijt, (‘Maham, waar zijn de boterhammen,’ puberden de kinderen erop los) een foto naar de organisatie. Met nog haar van vorig jaar, maar goed.
Onder de foto’s staan korte stukjes over de schrijvers, bij de ene lees ik dat zijn verhalenbundel goed ontvangen is. Ik heb mijn stukje zelf geschreven en neem aan dat de echte schrijvers dat ook hebben gedaan. Je kunt dus over jezelf schrijven dat je boek goed ontvangen is. Mocht dat bij mij zover komen, dan ga ik dat natuurlijk niet doen. Dan heb ik het over de tikfouten die er toch nog in staan, een personage wat net niet goed genoeg is uitgewerkt, een saaie verhaallijn… Het is maar hoe je het bekijkt.
Jarig
Ha broer,
Vandaag zou je jarig zijn geweest. 48 Kaarsjes op een heule grote slagroomtaart. E en ik, misschien hadden we je opgehaald en had je je verjaardag bij ons thuis gevierd. In de grote stad, in ons huis waar je nooit geweest bent, maar altijd zult wonen. Puberzoon en puberdochter hadden voor je gerend en gedraafd met chips en cola, dat weet ik zeker. Want ook al hebben ze je niet gekend, ze weten als geen ander wie je was. Ze lachen met ons als we telkens weer dezelfde anekdotes over je vertellen. Dat je nooit naar bed wilde, ‘Gister al gedaan’. Of dat je steevast eerst cola en dan cassis wilde drinken en als we je dan vroegen: ‘Hoe noemen wij dit gedrag?’ dat je dan grijnzend zei: ‘Dwangmatig!’
Ja, die grijnslach, die mis ik nog het meest. En het ongecompliceerde in het nu zijn. Ik zou er een standbeeld voor willen oprichten, voor mensen die anders zijn en hoeveel je daarvan kunt leren. Ik zou willen dat ik daar veel vaker bij stilstond, maar de dagen overspoelen mij met pubergesodemieter en relatiesores.
Kijk je daar nu zitten broer, onder de slingers, naast de ballonnen. Je hebt een stoer spijkerjack aan, bent geschoren en hebt voor de feestelijke gelegenheid lekkerroek op gedaan. Samen met je neef en nicht blaas je de 48 kaarsjes uit. Papa geeft je je zoveelste puzzel cadeau en mama heeft een nieuwe pet voor je gekocht. Als een kind zo blij pak je je cadeaus uit, neemt af en toe een slok cola en propt je mond vol taart. Ik ga even heel dicht naast je zitten, veeg wat slagroom van je kin en vraag om een knuffel. Vooruit dan maar, zeggen je ogen. Heel even sla je je armen om me heen en ik voel dat het zo moet zijn. Als ik weer eens opgesloten zit in mijn eigen hoofd, in mijn eigen leven, zal ik met een grijns op m’n gezicht aan je denken.
Dikke smok, broer!