
Facebook had uitgeknobbeld dat ik deze week, vijftien jaar geleden, geopereerd was in het Antoni van Leeuwenhoek. Moest dat gevierd? Bleek hieruit dat ik al zolang mijn tijd verdeed op social media? Watwatwat moest ik met deze reminder?
Op de foto waarmee het platform mij terugbracht naar 2010 zat ik op de grond in de slaapkamer van de kinderen. De zoon (7 jaar) op schoot, z’n beentjes aan weerszijden van mijn heupen, z’n hoofd wat afgedraaid naar links, z’n blik wat afwezig. De dochter (van 4) met haar buikje tegen haar broertje aan, haar armpjes om ons beide heen en haar lippen op mijn wang. Zelf had ik een kaal hoofd en terneergeslagen ogen. Besefte ik toen al dat kinderen hun ouders niet behoren te troosten maar andersom? Eh, nee. Ik was alleen met mezelf bezig. Zie hier de kiem van allerlei ellende.
De bedoeling is dat je als kind bezig bent met jezelf. En als ouder met je kind. Dat heet dan opvoeding denk ik, en als ze het huis uit zijn is dat klaar denk je. Maar dat blijft zo!
Maar soms ook niet. Blijken ze ineens gelijkwaardig te zijn, met rijbewijzen, vergevorderde kookkunsten, piercings, bachelorsminorsmasters en compleet eigen levens op de koop toe.
Tijdens het etentje afgelopen weekend, ter meerdere eer en glorie van ons 12,5-jarige huwelijk, zaten we met z’n vieren bij een sjieke Italiaan in de Jordaan. Iedereen nam het wijnarrangement en man E legde de boel beter uit dan de sommelier. We aten echt lekker, maar wel wat ingewikkeld, de wijn was, ja wat was de wijn, de gesprekken waren waarachtig. De zoon nodigde de dochter uit om een keer mee te gaan naar z’n roeivereniging, de dochter vroeg wanneer hij bij haar in Utrecht kwam, man E dronk de wijn op die de kinderen niet lekker vonden en ik was jaloers op de broer-zus-band.
We fietsten naar het ouderlijk huis en ik keek tegen de leren ruggen van de zoon en de dochter aan. Het leer van de zoon was van z’n vader geweest. Voor de kenners: gekocht bij Zaal, Oude Ebbinge, Groningen. Leuk detail: ze hadden toen een actie als je één leren jas kocht, kon je er nog één voor vijfentwintig gulden of zo bij kopen, dat deed ik en die heeft de dochter nu ’s zomers aan.
Eenmaal thuis werd ik overvrouwd door emoties van waar is de tijd toch gebleven en wat vliegt ie en hij heelt ook nog alle wonden en kwamen beide kinderen bij me zitten. De zoon op m’n schoot, de dochter met haar lippen op m’n wang. Dit laatste is helemaal niet waar, veel te dik aangezet en ook nog geforceerd lollig. Maar dat kan tegenwoordig allemaal prima.



