Bezijden de waarheid

En ineens ging het minder. Ik maakte mij zorgen om mijn sportmaatjes G en D die weer van alles voor hun kiezen kregen, zoals mijn vader zou zeggen. Met de nadruk op weer. En liever in het Gronings: dij kriegen ’t wel weer veur de koezen.
Ik had niet meer gereageerd op een kwetsbaar levensantwoord van vriendin M. Een doodnormale vraag van vriendin I over levensinvulling had al mijn verdedigingslinies opgetrokken. Vriend J had het moeilijk met zichzelf en ik wist niet hoe te reageren in de app. Beste vriend R kwam zichzelf tegen op zijn geliefde vakantie-eiland.
De nestverlater had haar ouders nodig. Heimwee? Wat deed ze daar? Wat zocht ze? Hoopte ze te vinden?
De nestblijver stond op het punt lang afscheid van zijn eend te nemen.
En zelfs hond M leek wankel te lopen.
Ikzelf lag lethargisch op de bank Better Call Saul te kijken. Schreef te weinig, las te weinig, zeemde de ramen niet, ruimde de boekenkast niet op en maaide ook geen gras. Wel stopte ik urenlang met een lange stompe naald loszittende draadjes uit een van onze banken terug in de stof om er de volgende dag achter te komen dat iemand erop was gaan zitten (!) en alle draadjes ‘Sliep-uit, sliep-uit!’ roepend, weer omhoogstaken.
Altijd alles maar uit jezelf moeten halen. Ik was er klaar mee. Aldoor maar verantwoording afleggen aan jezelf. Je best doen. Er zelf wat van maken. Maar ik deed het toch maar weer. Voor even. Bakte de glucose- (oh nee, lactose) en glutenvrije afscheidstaart voor eend J. Vond het belangrijk om de woorden gluut, glucose en lactose te gebruiken omdat ik a niet begrijp wat dat zijn en b nooit had gedacht dat ik er een taart zonder zou bakken. Tilde een uur lang gewichten op. Maakte me zorgen om de gezondheden van moeder A en schoonmoeder J en vond mezelf weer eens te dik en te oud.
Ik weet dat deze fases overgaan, ik weet niet of je het er in schrijfstukjes over moet hebben. Ik weet dat je ‘het’ zelf moet doen. Maar soms gaat het gewoon niet, zelfs niet met pillen, yin-yoga en openstaande chakra’s. Ik lachte wel om de nieuwe gewoonte van man E: het gebruik van oudhollandse zegswijzen. ‘Bezijden de waarheid’, zei hij gisteren in een gesprek over wat er wel en niet waar was in een boek waarvan we niet op de titel en ook niet op de naam van de schrijver konden komen. Wel wisten we, omdat de nestblijver daar vlak in de buurt in een café werkt, dat het verhaal zich afspeelt in Hotel Victoria aan het Damrak. Ik zocht naam en titel op. Wisten we dat ook weer. ‘IJs en weder dienende’, zei man E ook nog toen het over de leveringsdatum van zijn nieuwe fiets ging. Wie was hier nu de stukjesschrijver?

Bang voor rood, geel en blauw

Vriendin M had het al vaker over haar gehad. Over natuurtherapeut F. Ze ging er, met of zonder kinderen af en toe naartoe, vooral in tijden van verdriet. Als ze bij F was geweest voelde ze zich lichter, vertelde ze. Het leek mij maar niks: chakra’s, handen die boven je lichaam zweven… Het leek mij maar alles: herstel van energiebalans, ontspanning…
Dus vorige week ging ik ook. En toen, tja en toen. Dat is moeilijk. Probeer maar eens woorden te vinden voor zielen, vage gevoelens, de dingen tussen hemel en aarde.
Van tevoren had ik een beetje gegoogeld en gelezen dat je lichaam zeven energiecentra oftewel chakra’s heeft. Ze zitten tussen je bekken en je kruin en hebben alle kleuren van de regenboog. Ik was vooral bang voor de gele, die bij je navel zit en over zelfwaardering gaat. Als het daar rommelt, bekritiseer en beoordeel je jezelf. Ook op de rode zat ik niet te wachten. Dat is de eerste, de wortelchakra en als die uit balans is kun je je angstig, rusteloos en onveilig voelen. En nu ik het er toch over heb, de blauwe zat me ook niet lekker. Die zit in je keel en gaat over communicatie. Stroomt ie niet lekker, dan ben je gevoelig voor de mening van anderen.
Tijdens de behandeling – F zette inheemse muziek op en ik moest op mijn rug op een massagetafel liggen – kreeg ik het vlak onder mijn navel heel warm, kwam er hoofdpijn opzetten en had mijn lymfoedeem-arm het zwaar te verduren.
Nadat mijn chakra’s in balans waren gebracht – ik geloof niet dat ik dit schrijf – had ik last van mijn keel. F zei weinig, maar vertelde wel dat mijn chakra’s goed openstonden en dat ze lief, mooi en een rommeltje waren. Daar kon ik het mee doen. Of beter, daar kon ik wat mee.
Thuis vertelde ik er schuchter over. Man E had het over kwakzalverij, met de zoon kwam ik in een vruchteloze discussie over religie en chakra’s terecht en op mijn verjaardagsfeest zoomde iemand in op de ethische aspecten van een natuurgenezer. Zo vond iedereen er weer van alles over. Al die meningen, ze kwamen me de keel uit.

Normaal

Zoals elke vrouw van boven de 50 was ik opgeroepen voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Voor de afspraak moest ik op de achterkant van de uitnodigingsbrief invullen of ik een operatie aan de borsten had gehad en zo ja wat daar de reden voor was. Je kon kiezen uit A Borstprothesen en B Anders, namelijk… Ik begon te fantaseren wat dat Anders behalve kanker kon zijn, maar kwam niet verder dan verkleining.
Vanmorgen fietste ik naar de afspraak, 600 meter van mijn huis. Ik liet de brief zien, wachtte even op de verpleegkundige die me naar de kleedkamer bracht en trok mijn jas, trui, shirt en beha uit. Het was allemaal doodnormaal.
Terwijl de verpleegkundige mijn borst zo goed mogelijk op de glazen plaat drapeerde , vroeg ze hoe lang het geleden was. Daarna schakelde ze snel over op haar routine: ‘Even niet ademen, mevrouw.’ ‘Schouder zakken, kin omhoog.’ ‘Ik ga twee of drie foto’s van uw borsten maken.’ Ai.
Mijn borst werd drie keer geplet, maar het deed lang niet zoveel pijn als bij het Antoni van Leeuwenhoek wat mij direct deed twijfelen aan de kwaliteit van het onderzoek. Alsof ik van de Champions League in de Kelderklasse was beland. Aan de andere kant, moest ik niet blij zijn dat ik nu bij de massa hoorde en dat ik mee mocht doen aan een gratis medisch onderzoek?
Toen ik mijn fiets van het slot deed, drong het een beetje tot me door. Ik was dertien jaar verder, ik was toegelaten tot het bevolkingsonderzoek. Ik keek nog eens goed naar het pand, het logo en de vlag om bij deze mijlpaal stil te staan. Er liep een vrouw langs met een kat aan de lijn.

Do en vr – Appelsap

Nou nog één keer dan: het ziekenhuis zet hoog in, als je hier weggaat is je arm zo dun mogelijk en de kous perfect. Thuis, als ie dikker is geworden kun je de volgende dag meten en eroverheen zwachtelen. Een halve dag of zo en dan is het vast weer afgenomen. De arm kan alleen maar verontrustend toenemen als je wondroos krijgt. Verder niet. Onthoud dit Ingrid!
In de ochtend laat ik bed 1 foto’s uit Florence zien. Overal benadruk ik de kous, de handschoen (toen nog zonder vingers) of iets anders lelijks. Wil je echt zo’n persoon zijn? Al die energie die ik kwijt ben aan mijn vijand de handschoen… Bed 1 laat me de site van de kousenfabrikant zien, ze zijn er in allerlei kleuren. Ik schrik van de afbeelding van een lachende, jonge vrouw met een kersenrode armkous en handschoen. Wil je echt zo’n persoon zijn, deel 2? Qua acceptatie ben ik volgens de vragenlijsten van een 4 naar een 5 gegaan, gemeten voor en aan het einde van de opname. Stapje vooruit. Qua vertrouwen dat ik zelf de ups en downs van de arm en hand kan regelen van een 1 naar een 7. Yeah! Nog meer cijfers, ben ik daar ook van af: de laatste ochtend onthoud ik eindelijk de vitale metingen, ik denk voor mijn bèta-gezin. Hartslag 52, temperatuur 36,6, saturatie 98 en bloeddruk toch weer vergeten, maar dat zijn ook twee getallen. Bij de laatste waterbakmeting blijkt dat er nauwelijks verschil in begin- en eindsituatie van de linkerarm zit, maar dat had ik ook niet verwacht. Het verschil tussen links en rechts is iets van 225 ml, dat is een glas drinken. Maar dan gestold. De hoofdbehandelaar heeft alle tijd en geeft mij een compliment dat ik zo goed was voorbereid met vragen. Mijn opname is geslaagd. Ik glim vanbinnen.
De donderdag is saai, de beweegsessies hetzelfde, het eten aardappelenvleesgroente. Tegen vijf uur haal ik de fles wijn (gezwachteld in aluminiumfolie) uit de koelkast en schenk ’m over in de lege fles appelsap. Tijdens het laatste avondmaal gaan de flessen prosecco en appelsap rond. De Amsterdamse bedden drinken het meest. Het oudste bed trakteert op een toetje. De bonte avond is begonnen! Er is ook nog rode wijn, verrassing van het Zeeuwse bed dat al naar huis is, hij had het onder het kussen van het andere Amsterdamse bed gelegd. Onze favoriete avonduitdeler komt met stapels bifi-worstjes, kaas en nootjes. Sjoelen, ik word laatste, maar dat komt omdat ik de enige ben met een oedeemarm, dan sta je met sjoelen al 1-0 achter. Enorm gelachen.
Oké vrijdag nog even Pilatessen – Hazes zingt Zij gelooft in mij en ik denk ineens dat die zij mijn arm is – en een vegetarisch prutje. Twee bananen, ook een voor man E voor onderweg. De kousen willen vandaag maar niet komen. Ook al zijn er vier zendingen per dag in het ziekenhuis, Uiteindelijk ga ik zonder naar huis, maar met zelf ingezwachtelde vingers, hand en arm. Man E stopt bij Tút en derút, net als twee weken geleden. Mokum likt de ziekenhuisgeur van mijn gezicht. Thuis zie ik bloemen van buurvrouw A, een shirt met XXX6 en hoor ik: ‘MAMA!’

Woensdag – Dwaarsligger

Net als de vitale functie-brigade mij weer eens naar de ontlasting vraagt, stuurt man E me een app: Goedemorgen mevrouw De Haan, hoe is het met uw ontlasting? Deze gein neemt niet weg dat ik geen zin meer heb. De dagen beginnen door elkaar heen te lopen en ik kijk nauwelijks meer op van patiënten met verband om de polsen, een man in onderbroek op de gang met een infuus aan zijn arm, het woord cytostatica op een deur… het begint allemaal te wennen. Te vervelen?
Ineens doemt de handschoen op. Huilbankje. Koffie.
Bij de strenge woensdag therapeut komt de wondroos weer aan de orde. Is je levensstijl gezond, dan is dat goed voor je immuunsysteem en heb je minder kans op wondroos. Een gezonde levensstijl is echt overal goed voor. Niet zo cynisch graag. Ze heeft nog nooit een patiënt gezien wiens oedeem in één dag of nacht ineens enorm toenam. Ik hoef echt niet bang zijn dat ik ontplof.
Alle afspraken van de ochtend zijn uitgelopen, ik ben net weer op tijd gezwachteld voor het beweegprogramma begint. Hardlopen met een vers verbonden arm is geen goed idee.
Na het middageten vertrekt het Zeeuwse bed, we krijgen allemaal een boodschappentas bedrukt met groente en fruit. Als we bij z’n kraam langskomen, gaat hij ’m vullen.
Tijdens de middag-beweegsessie mogen we niet van het terrein af in verband met personeelstekort bij de oefenzaal. Ik had mij nogal verheugd op de wandeling buiten de muren, tja. En die hand met die vingers zit mij nog steeds dwars. Hardnekkig Ingrid. Op FB staat een tegeltje met een Groningse wijsheid: Zunder dwaarsliggers gain spoor. Ha! Mijn vaste oedeemtherapeut is er morgen weer, dan ga ik haar toch maar weer eens vragen of het echt nodig is.
In plaats van buiten wandelen gaan we hakken en tae-bo achtige dingen doen en een spel met een bal. En ja het is kinderachtig, maar ik sta overal voor open en lach.
De infosessie gaat over leefstijl. 80% van wat je doet gaat op de automatische piloot. Nieuw gedrag is na zes maanden tot één jaar een gewoonte geworden. Wat ook blijft hangen is zingeving en het slijpen van een diamant, welk facet van je leven wil je slijpen?
Oh ja, m’n fles wijn en de bubbels van het andere Amsterdamse bed staan koud. Woorden: thoraxvestje (hoeft niet meer), pyrometing (voor benen), waterbakmeting (voor armen).