Anders nooit

Zo ging het echt. We waren redelijk op tijd op Schiphol. Met ruimbagage van net onder de 23 kilo, een koffertje met tien kilo, een A4 schooltas die ik in 1999 in New York had gekocht en hond M. Man E parkeerde op P1, direct naast de bagagekarren. Afdeling Cow, vak 111. Het was net of ik naar Ajax ging. ‘Goed onthouden,’ zei de tienerdochter. Hond M dook de lange gang in. Op de loopband durfde ze niet. Op de roltrap evenmin. Toen we bijna bij de hal van het treinstation waren, ging ze in de welbekende houding zitten. Wel poep, geen zakjes. Man E rende terug naar de auto. De tienerdochter en ik stonden rond de poep te wachten. ‘Dat doet ie anders nooit’, zeiden man E en ik in koor.
De hal was ver. De rij was lang. De hond nerveus. Het afscheid warm.
Eenmaal in het Amsterdamse Bos probeerden we normaal te doen. Dat lukte alleen hond M. Af en toe keek een van ons op de telefoon. ‘Ze staat in de verkeerde rij!’ riep man E. ‘Het boarden is al over drie kwartier,’ ongerustte ik terug. We liepen verder, zagen niks. Hoorden ook niks, maar dat kwam omdat er op de A9 vanwege onderhoud geen auto’s reden. Bijna weer bij de auto stond er ‘Ik zit in het vliegtuig!’ in de groepsapp. Precies op dat moment begon hond M weer te poepen. ‘De opluchting’, zei man E en we lachten. Thuis in de hangmat ging het op afstand meereizen door. Het vliegtuig had drie kwartier vertraging. De koffers lieten lang op zich wachtten. De Spaanse overheid had een Civil Protection Alert gestuurd vanwege extreem risico op storm in de omgeving van Madrid. Zou de bus wel rijden? De geplande overstaptijd van vliegtuig naar bus was 2,5 uur. Zeven minuten voordat de bus vertrok stond de tienerdochter bij de halte en trokken wij een wel heel lekkere fles champagne open. ‘Alleen maar Pinot Noir, er zit geen Chardonnay in’, watertandde man E. Hij had er Franse geitenkaas en Italiaanse dipstokjes bij gekocht. Dat doet ie anders nooit.

Kwijt

Vorig jaar ben ik twee keer naar de voorstelling Gedeelde smart van Brigitte Kaandorp en Jenny Arean geweest. De eerste keer zat ik alleen in Carré en de tweede keer met moeder A. De naam van het theater is het vermelden waard want ik las net een recensie over de podcast Classy, die gaat over het ongemakkelijke fenomeen klassenverschil en hoe dat doorwerkt in iemands leven, waarbij mijn blik op het woord minderwaardigheidsgevoel bleef hangen. Een gevoel dat hoort bij én uit de provincie komen en opkijken tegen de ouders van het categoraal gymnasium én willen opscheppen dat je het zelf ook maar mooi in die grote stad gemaakt hebt en naar Carré gaan de normaalste zaak van de wereld is. Ik denk, precies waar die hele podcast over gaat. Nou ja, voer voor een ander stukje.
Brigitte zong in die voorstelling een lied over afscheid nemen van haar zoon op Schiphol waar ik om moest lachen en huilen tegelijk:
De twijfel die een moeder teistert
En ook van laat me niet alleen
Ik stortte radeloos ter aarde
Ik riep, mijn hart, toe breek het niet
Maar ja, wij komen uit de polder
Zo zingen wij hier niet

Maar de tranen stroomden mij pas echt over de wangen toen ze Let op haar zong, een lied over haar dochter:
Ik wist dat ze niet voor altijd mijn kleine meid zou zijn
Maar ik wist niet dat ik haar vandaag zo kwijt zou zijn

En al ligt de wereld open
Als je haar ziet lopen
Let op haar
Ze is wijs, ze is verstandig
Maar toch ook nog wat onhandig
Dus let op haar

Ja. Dus. Ik nog een keer naar dat theater waarvan ik de naam genoeg heb genoemd, samen met moeder A, om dat lied nog een keer live te horen. Weer die wangen met die tranen.
Gisteren, bij een post met tien tranentrekkende foto’s van de van-baby-naar-tienerdochter op Instagram, plakte ik die muziek er vetter dan vet onder. En ja, ik weet hoe dat moet een reel maken met muziek. Tenminste dat denk ik. En ja, ik doe mijn best om dit stukje wat luchtiger te maken, maar het lukt even niet. Sterker nog, ik ga het nog wat aandikken:
Het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, zo’n veertien jaar geleden. Zes keer, om de veertien dagen, gaan man E en ik naar de afdeling dagbehandeling. Er zijn daar grijze bedden en rode stoelen met veelal kale mensen erin. Er is een inpandige apotheek waar mensen in maanpakken rondlopen. Af en toe komt er iemand uit om een in blauw plastic gehulde verpleegkundige een zak met wit vloeibaar spul of een spuit met rood vloeibaar spul te brengen. Ik zit vijf keer op een grijs bed en één keer in een rode stoel. Uit mijn linkerarm hangt een slang. En ik denk, stond ik alvast maar op Schiphol.

Sneu

Het echte missen gaat in september beginnen, maar nu is ze ook weg. Anderhalve week, met een vriendin, interrail pas, een ID, duizend bladzijden en mijn oude zonnebril.
In onze gezinsapp zie ik een rave in Zürich langskomen, uitzichten vanuit de trein op de Alpen, koffie en kuikens in een Italiaans vakantiehuis. Overigens is het gebruik van die gezinsapp niet zo eenvoudig als het lijkt. Als gezin hebben wij vijf groepen: dochter en ouders, zoon en ouders, moeder en kinderen, vader en kinderen en dus de app waar we alle vier in zitten. Natuurlijk appen we elkaar ook nog één op één. En er is nog een iets uitgebreidere familieapp waarin ook oma A en opa R in zitten. Na meer dan twintig jaar blijft opa R een vreemde benaming, maar ik kan nu even niets beters bedenken en de insteek van dit stukje – en ook van de komende stukjes – is de relatie tussen moeder en dochter en het halflege nestsyndroom, dus dan is opa een prima rol en ik dwaal nu echt te ver af. Punt is: wanneer welke app te gebruiken? Echt leuke foto’s halen de familieapp, meer dagelijkse dingen worden in de groepsapp gezet, zaken die de zoon niets aan gaan komen in de dochter-ouders app en vice versa. Alleen met de dochter app ik over ‘wanneer gaan we samen naar Barbie’, ‘kijk wat een schattig hondje’, ‘weet jij nog een leuke caption voor m’n post?’ Maar voor je het weet gaat het ineens over een reisverzekering of een haalbreng-vraag en weet man E van niets. Terwijl hij het wel moet oplossen. Gedoe. Gezeik. Net als deze hele alinea trouwens.
Ondertussen overweeg ik dit jaar mijn verjaardag te vieren. Samen met man E heb ik afgelopen zomer drie verjaardagen georganiseerd, dus ik wil misschien zelf dan ook wel aan de beurt zijn. Twee: ik heb echt heel veel leuke oranje, paarse, witte, gele en blauwe lampionnen bewaard. Drie: vriendin Y bracht mij op het idee (met buikpijn) verschillende vrienden toch maar eens allemaal tegelijk uit te nodigen. Drie A: ik hou van cadeaus uitpakken. En vier: ik wil iedereen laten zien dat ondanks het halflege nest, mijn leven heus wel doorgaat. Sneu en bijna 55. Ook een prima omschrijving over hoe ik mij als moeder van twee volwassen kinderen voel. Gelukkig heb ik al m’n appgroepen nog.

Onnatuurlijk

De vraag ‘Wat behelst opvoeden?’ kwam op in de groepsapp van de vier eerste liefdes. Twee mannen, twee vrouwen, halverwege de vijftig, met kinderen in leeftijden van een jaar of acht tot een jaar of dertig. Ervaring genoeg. Zou je zeggen.
De ene man die erover begonnen was, had het over de mythe van het ouderschap en dat ie van alles behelst. Tot nu toe had hij er weinig van gemerkt. De andere schreef dat ze hun eigen leven hebben en dat wij facilitaire dienstverleners zijn. De vrouw had het over diepgang, diepste dalen en hoogste bergen. En ook Lynn Anderson kwam nog langs met haar rozentuin die ze nooit beloofd had. Al snel ging het over het vallen van het kabinet, maar ik bleef hangen bij dat ouderschap en het behelzen.
Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar het album Speak Now, Taylor’s Version uiteraard, want ik heb een deel van alle verhalen van mijn tienerdochter over de mastertapes van Swift goed onthouden. Sterker nog, ik heb me ingeschreven in de pre-pre-presale voor Swifts bezoek aan Amsterdam volgend jaar. Hoe ouder je kinderen worden, hoe meer ze je leren. Dat zou dat behelzen kunnen zijn.
Op een wezenlijker niveau blijf ik hangen bij het woord onnatuurlijk. Voordat ze geboren worden, zitten ze in je buik. Negen maanden lang kunnen ze geen kant op en kunnen ze alleen overleven als jij dat zelf ook doet. Als ze geboren zijn, gaat dat nog zo een tijdje door. Tot ze erachter komen dat ze een eigen wil, een eigen leven, een eigen identiteit hebben. Dat gaat stukje bij beetje, maar ja als moeder die van het begin af aan gewend is ze vast te houden, moet je dat allemaal maar laten gebeuren. Contra instinctief. Zo bezien behelst het ouderschap maar één ding:  loslaten. Het laatste wat je zelf wilt.
Opvoeden kan alles zijn, maar uiteindelijk kun je vrij weinig. En zou je ook niet te veel moeten proberen. Je kunt ze nergens voor behoeden, hun keuzes niet beïnvloeden, niet in hun hoofd kijken en erger nog, hun leven niet leiden, terwijl je dat vanaf het prille begin juist wel gedaan hebt. Maar ja, daar komt je zelf pas achter als ze volwassen zijn.
Goddank, kun je met één ding van het ouderschap doorgaan tot je er zelf niet meer bent: je kunt ze, zo vaak als zij dat willen, omhelzen. Of misschien beter nog, vasthouden.

Perspectief – de laatste dagen

De volgende dag moesten we de campervan weer inleveren. We namen niet meer de slow road langs de kust, maar raceten over snelwegen naar een camping in de buurt van de afleverplek. Onderweg stopten we in dé muziekstad van het land om te lunchen. Het was een combinatie van Volendam, de Wallen en een fashion outlet inclusief te veel vrijgezellenfeestjes.
De camping lag middenin een dorpje, op kruipafstand van twee pubs waar die avond livemuziek was en gegeten kon worden. Bij de ingang stond een bord van de ANWB, dat verklaarde het teveel aan Nederlanders.
Na de laatste rest wijn uit een limonadeglas, kon het uitmesten en inpakken beginnen. Man E voorspelde dat het niet zou lukken, omdat we meer spullen hadden dan op de heenweg – dat was de schuld van mijn shoptempo – maar ik liet me niet kennen en de koffers ook niet.
Het eten in de pub smaakte, het zwarte bier ook, de locals naast ons waren weer eens superaardig, de kwaliteit van de singer-songwriter liet te wensen over.
De volgende ochtend goot het van de regen en vroegen we ons af hoe deze hele vakantie in het land waar het 250 dagen per jaar regende ook had kunnen verlopen. Waar zouden we de natte kleding in de kleine campervan hebben moeten laten drogen? Hoe had het met koken gemoeten, als je door de striemende regen geen raam of deur open kon doen en toch de etenslucht kwijt wilde? Zouden we vaker gepoept hebben op het chemisch toilet? Hoe glad zouden de paden en stenen geweest zijn waar we op gewandeld hadden? Hoe hadden de foto’s eruitgezien? De natuur? De uitzichten? We hadden geen idee en zouden er ook niet achter komen.
Thuis wachtte ons een uitslag van een examen, een doodvermoeide tiener uit Split die nog achttien moest worden, een twintiger die in onze afwezigheid een goed ritme voor zichzelf had gecreëerd, een groot feest ter ere van de liefste zestig jarige, een groot feest ter ere van tachtig jarige moeder A, het opzeggen van een baan, het kopen van een nieuwe auto, het zoeken naar andere huizen, het ophalen van hond M, het schrijven van nieuwe stukjes.