Perspectief – dag 11

Ook de volgende dag konden we de rat goed zien, sterker nog, we reden er dwars overheen naar het meest westelijke puntje van West-Europa. Daar kwam natuurlijk weer de nodige discussie over, want IJsland, Canarische eilanden en ga zo maar door. We klommen een bergrug op en liepen over de kam. Rechts een vallei met schapen, rododendrons en meren, links diep-dieper-diepst onder ons de oceaan. De aangeschafte nieuwe wandelbroeken zaten nog steeds heerlijk, de schoenen ook. Het was een en al genieten. Toen was het tijd voor wat perspectief. Voorzichtig ging ik op mijn buik liggen, hoofd een stukje over de rand en keek dik vierhonderd meter (echt waar, opgezocht) de afgrond in. Ver, echt heel ver onder me vloog een meeuw. En nog dieper zag ik zeewater tegen de rotsen klotsen. Het gaf een hele andere kijk op de dingen. Op de tiener, de twintiger, op man E en op mezelf. In mijn hoofd ging het er filosofisch en spiritueel aan toe. Wie was ik nou helemaal? Met m’n meningen, m’n gelijkhebberij, m’n wil om te winnen, m’n aannames?
De afwezigheid van man E haalde me uit m’n gepeins. Hij was van het pad af verder gelopen, een soort van recht naar beneden de vallei met de schapen in, recht op een ruïne af. Ook hij voelde zich klein, nietig en vrij en ik voelde de hoop voor een huis samen in Groningen opkomen. En zo zweefde het net verkregen nieuwe perspectief alweer weg.
We deden nog een allerlaatste toeristisch rondje over het eiland wat geen eiland was en kwamen bij een uitzichtpunt met de onuitspreekbare naam: Cuan na hAisléime. Man E appte een Ierse collega en die spraakberichtte terug: ‘Koe-in nahash lahimme.’
Het was tijd om mijn badpak weer eens aan te trekken en daarna voor het eerst onze nette kleding. We aten uit: oesters, zalm en lam, het kon niet op.

Perspectief – dag 10

Het ritme ging er vandoor. We hadden nauwelijks oog en tijd voor het langste fjord van het land, zag ik toen ik later thuis de foto’s zat te bekijken. Het shop-tempo zat er wel goed in. We kochten schapenwollen sokken voor de twintiger, puffin handschoenen met zonder vingers voor de tiener en een zachte sjaal met bijen voor mij. Man E ondertussen, was bezig zijn zoommeeting voor die middag waar hij niet onder uit kon voor te bereiden.
We dronken vieze koffie in een klassieke pub, ik telde veertien taps en één barkeeper die nauwelijks te verstaan was. Net echte locals voelden we ons. Man E installeerde zich op een kampeerstoel voor de Joyce’s Garage en ik pakte mijn shop-tempo weer op: tandenborstels want lader kapot, een koffiemok, want stuk gevallen door het gehots en gebots van de campervan. Ik bestelde een kop thee en een scone met cream en jam. En voelde me een net echte local part two.
Nog een uur rijden en we waren bij de eindbestemming van vandaag. Het was een eiland, het heette ook eiland, maar we gingen er toch over een brug naartoe. We boekten een camping aan zee voor twee nachten en papten aan met buren die een geweldige kampeerkeuken hadden. In bed lag ik me af te vragen waarom we toch niet eerder twee nachten op één plek waren gebleven. Man E kon ik het niet vragen. Hij was een praatje met de campingeigenaar aan het maken die vertelde dat de berg in de verte, ten westen van de camping de vorm van een rat met een lange staart had. ‘When you can see the rat, it is a good day on Achill.’

Perspectief – dag 8 en 9

Het peil van de watervoorraad stond op 5% en dat chemisch toilet moest natuurlijk ook nog geleegd worden. De banking holiday was finally over dus we gingen tam kamperen. Echt te ver rijden was het langs de eindeloze kust, maar dat wisten we toen nog niet. We stopten bij een koffietentje met te smalle okergele zitjes én wifi. Ik kocht daar een ‘Happy Birthday 18 Hooray, drinks are finally on you’-kaartje voor de de tienerdochter en vouwde me op zo’n ellendig bankje. Man E ging gelukkig daar naar de wc. Halverwege de dag deden we boodschappen op een troosteloos industrieterrein en haalden we broodjes bij de Subway. Ik ging naar de wc in een gokhal.
Toen was het nog een heel stuk rijden met onderweg koffie van de Off the Beaten Truck en kregen we een fijne achteraf plek op een camping waar het naar dennennaalden rook. Man E leegde het toilet, spande de waslijn en ik deed de was en dat was de bedoeling.
De volgende ochtend bezochten we weer een eiland waar je met eb naar toe kon lopen of zelfs rijden en beklommen we via een aangeharkt pad een berg in de buurt van Letterfrack. Een dorpsnaam die weer vaak uitgesproken moest worden. In de tot dan toe strakblauwe lucht verschenen witte wolken en dat was ook de bedoeling. Weer een camping met de voeten in het gras, weer een zee met een ondergaande zon erin. Weer smakelijk eten van man E en mijn nieuwe badpak stond me goed. Weer, weer, weer, we kwamen eindelijk in een ritme.

Perspectief – dag 7

Het wildkamperen was onwennig. Elke keer als ik ’s nachts een auto hoorde, werd ik wakker. Man E had als een blok geslapen. We gingen weer eens op pad. Ik wilde weer eens naar een eiland. En met mij nog een paar honderd locals. Op de stille pier even de banking holiday vergeten. Er was nauwelijks parkeerplaats bij de ferry. Laat staan voor een campervan. Man E wilde op de eerste de verste plek gaan staan, ik wilde doorrijden tot dichter bij de boot, maar ja ik zat niet achter het stuur. En ik had nog geen koffie gehad. Mokkend zaten we uiteindelijk toch op tijd op de ferry, ik had voorgedrongen. Toen ging de telefoon van man E, hij nam op en ik werd nog chagrijniger.
Het bleek het telefoontje waar hij al heel lang op wachtte. Ja, hij was het geworden, hij werd de nieuwe global procesmanager van de zakenbank. Of zoiets. Ook dit leverde weer de nodige stress op, maar dan positief: pensioen, auto, salaris, uren, contract, buitenlandse trips. En gedoe over het onderste uit de kan slepen (ik) of niet (hij).
Moe kwamen we aan op het eiland, we huurden een fiets en gingen automatisch aan de linkerkant rijden. Er was een scheepswrak, een zeehondenkolonie, een ketting eraf, schapen, en ik kocht een trui van een merk waar Taylor Swift ook een trui van had. Het passen was nog een toestand, want bijna 30 graden en van schapenwol. Ik stuurde foto’s naar de tienerdochter, oranje of toch blauw.
De ferry bleek een stuk eerder terug te gaan dan verwacht en wij waren er wel klaar mee. Bovendien had ik toch zin gekregen in nog een nacht wildkamperen, man E had een geweldige plek in de buurt op z’n app gevonden. Er waren ook andere wildkampeerders en daar werd ik rustig van. Een kabbelende zee, een ondergaande zon, een ruïne en in de ochtend noodgedwongen poepen op het chemisch toilet.

Perspectief – dag 6

Voordat we van dé bezienswaardigheid van het land gingen genieten, moest eerst het lampje nog gefikst. Op een parkeerterrein aan de oceaan wachtten we op de campervan guy. Het was de eerste dag van de banking holiday, zowel de lucht als de zee waren strakblauw. Hordes spierwitte, roodharige mensen spoedden zich op slippers naar het strand. Op de boulevard speelden de straatmuzikanten. Versterkt en unplugged.
De campervan guy drukte ons een 50 eurobiljet in de handen, raadde een ontbijttent aan en reed met alles erop en eraan en vooral erin weg. Man E had het zelfs goed gevonden dat de paspoorten in de auto bleven. Ik bestelde een enorme cappuccino en schraapte het kaneelsuiker laagje eraf. Waarom serveerden ze in dit land toch alle cappuccino’s met dit vervelende laagje? Al gauw kwam ook de stack of pancakes en ik sprak dat heel vaak uit omdat het dan nog lekkerder smaakte. Man E verorberde een soort van hippe vega uitsmijter.
Een uurtje later zagen we onze camper door de straat rijden. Lampje weer uit, niks aan de hand, have a nice trip.
De kliffen waren zoals kliffen horen te zijn: hoog en machtig. We liepen richting het zuiden naar een punt dat Hag’s Head heette. Saaie info, mooie naam.
De camping die we nog hadden kunnen reserveren voor één nacht van het banking holiday weekend was van Kitty en was cosy. Zo heette ie ook. Er was een hond, een zweverige Kitty, er waren pipohuisjes, er waren alleen maar vrouwen met en zonder kinderen, en het mooist was de wc. Die moest je zelf doorspoelen met een emmer water. Je mocht er vuur stoken en ook al was het warm genoeg, ik deed het toch. Elout zat met mij en nog meer vrouwen om het vuur en we aten s’mores.
ZweefKitty tipte ons wildkampeerplekken voor de volgende dag, onze buurmeisjes die op weg waren naar een festival wisten er ook nog een paar, man E installeerde de Park for Night app en toen durfden we het aan. Maar eerst diende er nog gewandeld te worden. De omgeving was kaal, de berg te doen en de temperatuur te hoog.
Man E parkeerde de campervan wild aan het begin van een pier. Het was stil, het was vloed en ik ging zwemmen. Ook locals kwamen op dat idee, een stuk of twintig pubers kwamen aan gesjeesd op fietsen, gevolgd door twintigers en vaders met zonen die allemaal de zee in sprongen. Weg was de stilte, wild bleef het wel. Gelukkig werd het eb en toen was het met het zwemmen snel gedaan. De oesters kwamen boven water, in de verte loeiden koeien en de maan scheen vol op het slik.