Januari

De vintage Merry Christmas lichtbak lag in losse onderdelen te wachten op wat komen ging. Het zou mooi zijn deze zin op mezelf te betrekken, maar helaas mijn delen zaten lekker stevig en aan het wachten was ik ook niet. Ik beitste de boekenkast die we bij familie R in Bellingwolde hadden opgehaald en die moeder A eind jaren zeventig had laten maken door een timmerman. Omdat man E met grote letters ‘espressomachine ontkalken’ op het whiteboard had gekalkt, deed ik dat ook maar. Ik poetste de tanden van hond M omdat ze na een peperdure mondhygiëne alweer last kreeg van tandsteen. Waste en droogde het dekbedovertrek van de zoon omdat ie geen plek had om grote lakens op te hangen en had het met man E over redenen waarom mensen drinken. Dat deden we in het schilderachtige Harlingen, hij aan de rooibos (dry january), ik met een esma (nice january) voor m’n neus. Drinken doe je om te verdoven, om te belonen. Maar wat viel er in mijn geval te verdoven? Het oude zeer misschien, wat de vrouw van moeder A had achtergelaten? De mantelzorgen? Moest voor de zoveelste keer toch weer die hele jeugd worden opgerakeld?
Ik had geen idee en ook geen zin en trok een dag later – weer thuis van het weekend mist op de Noordzee, mist langs het IJsselmeer, mist op de Waddenzee, mist op de Afsluitdijk en nota bene mist in de Helderse duinen – weer een fles open. Het leven moest gevierd. We stonden op nog maar één puntje van de ploeg uit de lichtstad (het was een zes-punten weekend geweest) én ik had mijn eerste column voor het fanzine De Meersche Helden geschreven. ‘Als het maar over Ajax gaat’ was de enige eis. Ik was het stukje over BV Veendam begonnen, maar het werd toch goedgekeurd. Op papier te lezen en te koop voor aanvang van Ajax-010, zondag 2 februari.

Meemaken

Dit stukje had eigenlijk over rituelen moeten gaan. Dat woord dook op in de appgroep van de vier eerste liefdes en bracht iets teweeg. Maar zoals dat gaat met dingen die gaan moeten, die gaan niet. Mensen trouwens ook niet. Alhoewel. De mensen in de kleine kring om mij heen renden zichzelf voorbij. Ze sprongen als hordelopers over zichzelf heen met tentamens, resits, papers, het vormen van roeiploegjes, gala’s, ontgroeningen, het regelen van nieuwe kamers, afscheids-, kerst- en verjaardagsborrels, rijlessen, eindejaarsparty’s, extra ingelaste vergaderingen over laadpalen en het wel of niet verhogen van de eigen bezoldiging, ellenlange discussies over tegelijk speler én coach zijn of juist niet…
Ondertussen maakte ik in de dagen die bekend staan als de logistieke hel voor de kerst niks mee. De dingen die in mijn agenda stonden gingen niet door wegens van alles. De dingen die wel doorgingen, waaronder de kerstshow van Brigitte Kaandorp, waren slecht, saai en of slurpten m’n fut weg. Ajax speelde steeds belabberder, verloor zelfs en zakte naar de derde plek. Ik las: ‘Het gebrek aan gratie ook. Nooit eens iets moois doen of iets onverwachts.’ En was blij dat het nog geen donderdag was en ik naar de wedstrijd tegen SS Lazio moest.
Ik onderging de sleur van alledag en wende aan het gevoel van drie keer per dag natgeregend zijn, te veel bagger kijken op Netflix (absolute afrader: Christmas on Windmill Way met die enge gladjakker van een Chad Michael Murray) en uit de diepvries eten, want alleen thuis en geen zin in koken.
In het Parool vond ik mijn gelijk: ‘Druk zijn is een vorm van verdoving.’ Anderzijds, verdoofd zijn is een fijn gevoel. Maar hoe? Doorjakkeren was geen optie voor mij.
De zoon had de manier waarop paraat: day drinking. Ik was meteen enthousiast: het klonk net zo lekker als dagdromen. En had volgens de zoon vele voordelen: je ging eerder naar bed, was eerder wakker, de volgende dag een stuk minder brak. Klein minpuntje, ik was wellicht te oud om dat de hele dag vol te houden.

Panda

Over een paar dagen zouden de hechtingen eruit mogen. Daar had ik zin in.
Al met al was ik er nogal naïef ingestapt, in die hele ooglidcorrectie. Ook al was het nicht E die het deed en kwam er geen operatiekamer aan te pas, het was toch een kwestie van snijden-branden-hechten geweest. Op mijn verzoek hadden nicht E en haar assistente K de huid die was weggehaald bewaard. Dat was best veel. Twee reepjes vel lagen op een groen doekje met daaronder twee rode draadjes waarvan ik maar niet meer heb gevraagd wat dat dan waren. Hier stoppen dan ook de kille, klinische woorden.
Het mentale aspect was, zoals viel te verwachten, ingewikkelder. Ik vond het zelf wat overdreven, maar er kwamen toch herinneringen van mijn borstoperatie boven. En tijdens de ingreep vroeg ik mij een paar keer af waar ik geheel en al vrijwillig en totaal overbodig aan begonnen was. Maar goed, alles is altijd een momentopname. Zo ook de rit in de bus en de trein naar Bellingwolde. Nicht E bracht me naar P+R Hoogkerk en dat was alweer maar goed, want ik had moeite met focussen, voelde me suf en was onder de indruk van wat er met me gebeurd was. Ik was blij dat de computerstem in de bus ‘Hoofdstation’ omriep, ik de weg van bus naar trein in Stad al duizend keer had gelopen en familie R me op het station van Winschoten opving.
De eerste dag op de bank koelde ik m’n oogleden elk uur vijf minuten met diepvriesdoperwten. Lang naar een scherm kijken was vermoeiend. Toch bleven mijn ogen hangen op een uitspraak van de nieuwe Amerikaanse minister van Justitie: ‘Waarom zijn de vrouwen die het minste kans maken om zwanger te worden – want, en ik verzin dit niet, dik en lelijk – degenen die zich de meeste zorgen maken over het verliezen van abortusrechten?’
In de dagen die volgden zwol de heleboel onder m’n ogen op en werd het blauwpaarsgeel, maar gelukkig voelde m’n gezicht ook steeds meer als dat van mezelf.
De zoon stuurde een emoji van een panda, de dochter reageerde blij op mijn emoji’s van één oog en twee appels en man E vond het fijn dat ik de hele nacht op m’n rug moest liggen (want veiliger voor de hechtingen). Ook kocht hij 15 aandelen Ajax voor me. Zodat ik in december naar de aandeelhoudersvergadering kon.
Nicht E was meer dan tevreden tijdens de nacontrole en appte me foto’s van ons op de schommel van de galerij waar ze begin jaren zeventig woonde. Zij drie, ik zes jaar oud. Ik zoomde in op m’n oogleden.

Ingreepje

Vandaag zou het gaan gebeuren. Ik had er nogal luchtig over gedaan, over de ooglidcorrectie die mij te wachten stond, maar had toch slecht geslapen. Dat had ook te maken met man E die voor z’n werk in Canada was en terwijl ik sliep, een binnenlandse vlucht van Toronto naar Halifax maakte. Middenin de nacht emojiede hij me Canadese vlag-vliegtuig-Canadese vlag. Drie uur later gevolgd door ‘Veilig geland’.
De operatie zou plaatsvinden in Roden. ‘Roden?’, vroeg sportmaatje G mij na de les. ‘Daar komt de dichteres Vasalis vandaan.’ Vrijwel automatisch lepelde hij een paar mooie regels op van een gedicht over haar dementerende moeder, waaronder: Is het vandaag of gistren, vraagt mijn moeder.
Ik zocht de rest thuis op:
Is het vandaag of gistren, vraagt mijn moeder,
bladstil, gewichtloos drijvend op haar witte bed.
Altijd vandaag, zeg ik. Ze glimlacht vaag
en zegt: zijn we in Roden of Den Haag?

De chirurg zou mijn bloedeigen nicht E zijn. Chirurg was wat overdreven wellicht, huisarts gespecialiseerd in ooglidcorrecties van de bovenste oogleden stond er op haar website.
Ik herinner me dat ik vijftig jaar geleden bij haar ging logeren. Ze woonde met haar ouders en broer in een flat in Stadskanaal, ik was onder de indruk, want nog nooit in een flat geweest. Met ook nog een schommel op de galerij. Dat logeren was ook wat overdreven, want ’s avonds laat moesten mijn ouders me ophalen, omdat ik niet in de flat durfde slapen.
In de aanloop naar de correctie ontving ik per app vaak de emoji van twee verbaasde ogen. Vriendinnen bleken iemand te kennen die het ook had gedaan, hadden zelf plannen in die richting, hadden het al gedaan of vonden het helemaal niks. Ik vond het ook lastig, qua snijden in een gezond lichaam. Geen borstreconstructie hoeven, rondlopen met een dikke oedeemarm en dan wel een wat wakkerdere blik willen. Tja. Uitleggen kon ik het niet goed, het was meer een gevoel. En, ‘tegen emoties valt niet op te lullen’, aldus man E’s nieuwste oneliner. Wat mij nog bracht op de gedachte van een oogbesnijdenis. En toen was het nog maar één stap naar de Volkskrantcolumn van Sylvia Witteman afgelopen maandag, waarin ze de aannemer citeert die bij haar een wasbakje in de wc kwam aanleggen: ‘Onderkant zak is bovenkant bak.’
Ik dwaal af, zullen de zenuwen wel zijn.

Wedstrijdje

In de huur-Skoda op weg van Žabljak naar Perast zat ik een wedstrijdje te doen. Alleen. Man E deed niet mee. Van alle auto’s die we onderweg zagen, moest ik de plaats waar ze vandaan kwamen goed hebben. De Montenegrijnse kentekens begonnen met een afkorting van de plaats van herkomst: KO Kotor, PG Podgorica, BU Budva, HN Herceg Novi. Ik genoot van het wedstrijdje, ik had alles goed en alles wat ik niet wist telde niet, want die auto’s kwamen uit Bosnië en Herzegovina, Servië, Kroatië…
Het was best een lang tripje want haarspeldbochten en werk aan de weg, dus we zetten de playlist ‘Nederlands’ van man E aan. Daar schalde StAD al door de speakers: Hou roar je ook binnen, t is beter as gewoon.
En Jeroen van Merwijk, ook prachtig: Je komt er, het is niet anders, steeds meer achter in je leven, niets is voor altijd.
Maar toen stak het mes toe, Bram Vermeulen zong:
Het is een wedstrijd
Die je niet winnen kan
Het is een wedstrijd
Die niemand winnen kan
Papa, kijk dan
Papa, kijk dan naar mij

Maar papa keek niet naar mij, hij keek naar zijn zoon. 55 jaar en ik liep er voor de 555e keer tegenaan. Oh ja… dáár kwam dat competitieve vandaan. Winnen is belangrijker dan meedoen.
Ondertussen hadden we onze bestemming, de baai van Kotor, bereikt. Een kleine vijf jaar geleden was ik daar ook met diezelfde papa. We voeren toen van het grote schip met een tender naar de kade en vandaar met een klein bootje naar het beroemde eilandje met de kerk met de knalblauwe koepel in Perast. In de smorende hitte lunchten we op het mooiste zeeterras ooit. Na het eten rustte papa uit in de schaduw van de kerk en ik ging shoppen. Er was een boerin uit de bergen met zelfgebreide schapenwollen mutsen en handschoenen die ik niet kocht. Spijt.
De eerste avond zaten man E en ik op ons privé strandje in de baai, we dronken wijn uit de omgeving en aten net gevangen garnalen en dorade van de grill. Ik staarde de bocht om, daar waar de cruiseschepen aanmeerden. Daar zaten we, pap en ik, op het bovenste dek met een glas witte wijn en een baco. We proostten en hij keek naar mij.
‘s Nachts deed ik weer een wedstrijdje, deze keer was wondroos mijn tegenstander. Na een dikke 48 uur won ik, met behulp van mijn antibiotica vrienden. Oké, ik had valsgespeeld, maar het alternatief was geen optie.
Op dag drie reden we naar Perast. ‘BR Bar,’ zei man E, toen hij het kenteken van de geparkeerde auto naast ons zag. De boerin was er niet, het terras nog wel.