Stoorvogel

Mijn kop spatte uit elkaar. Een soort van tegelijkertijd hield ik mij bezig met vier ingewikkelde dingen. Die ik ook nog allemaal in dit stukje moest en zou proppen. Desnoods in kromme zinnen.
Eerst was daar de discussie over waar het heen zou moeten met het land in de groepsapp van de eerste liefdes. Op de verkiezingsdag vlogen er maar liefst 126 apps waarvan één verwijderde, tussen Winschoten, Nieuw Scheemda, Amsterdam en Valencia, waarvan er twee bleven hangen. Het gedicht ‘Roeping’ van Gerard Reve dat met de kennis van nu de uitslag al goed voorspelde.
Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,

en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

En de foto van vriendin M: haar kleinkind in de wandelwagen met op de achtergrond de middelbare school waar we elkaars eerste liefdes werden.
Het tweede wat me deed duizelen was een betoog van acteur en schrijver Ramsey Nasr over waardigheid. Iets wat de kern van ons mens-zijn is. En waar geen sprake was tijdens de slavernij, de Tweede Wereldoorlog en recenter nu in Gaza waar kinderen hun eigen naam op hun lichaam schrijven zodat ze als ze eenmaal zijn gedood geïdentificeerd kunnen worden.
Op nummer drie, het verhaal van cabaretier en filosoof Tim Franssen over de rol die waarden spelen in de democratie. Hij vindt dat politiek met een op waarden gebaseerde visie de enige manier is waarop een democratie op termijn levensvatbaar blijft. Dan hebben, wederom met de kennis van nu, 2,5 miljoen mensen gestemd op conservatieve waarden als Joods-christelijke en humanistische wortels die de dominante en leidende cultuur moeten vormen, boeren die moeten blijven boeren en geen samenwerking binnen de EU, maar nationalisme. Is natuurlijk gemakkelijk, hier achter m’n bureau wat PVV-standpunten kopiëren. Ik heb een dak van een miljoen boven mijn hoofd, ben hoog opgeleid en kan kopen, vliegen, uitgaan wat ik wil. En heb dus tijd en verstand om na te denken over klimaat en racisme. Elitair, jazeker.
De laatste hoofdbreker was de onopvouwbare kandidatenlijst waarvan ik alle namen afging, op zoek naar vogel- en andere dierenachternamen. Waarom? Omdat het mij, vanwege de combinatie van mijn eigen achternaam en die van de vrouw op wie ik heb gestemd – Haan Koekkoek – een goed idee leek voor zwevende kiezers om op iemand met een dierenachternaam te stemmen. Ongeacht de partij. Ik kwam uit op 31 achternamen met een dier erin. Veel vossen, een paar leeuwen, een schelvis en zeven vogels, waaronder de stoorvogel. Helaas geen echte vogel, maar een predikant van de vrije evangelisatie gemeente. De zondagavond is heilig voor hem en zijn vrouw lees ik in een interview. In de zin dat ze die avond vrij voor elkaar houden. Wat ze dan doen? ‘Dan kijken we een preek via YouTube, nemen we de dagen door die voor ons liggen en bidden we samen.’ Man E en ik plannen ook regelmatig zo’n dag, EI-dag heet het bij ons. ‘Dan kijken we een serie op Netflix, nemen we de dagen door die voor ons liggen en laten we samen de hond uit.’
Dit alles raasde door mijn hoofd en dat terwijl de verkiezingsuitslag nog moest komen. Maar dat gaf niet. Want toen ik bij schoonzus L op bezoek was, wist ik weer hoe het allemaal zat. Schoorvoetend vroeg ze me of ze mijn litteken mocht zien. Staand in mijn ontblote bovenlijf keek in haar ogen. Dat was waardevol en weerloos.

Hoop in bange dagen

Man E had het allemaal weer eens goed op een rijtje. Ik haat dat rijtje, maar heb het te vaak ook hard nodig. In duidelijke, vriendelijke taal legde hij mij weer eens uit hoe de mens in het algemeen en het leven in het bijzonder in elkaar steken. Altijd is één plus één twee. Oorzaak hoort bij gevolg. Op gedrag volgt consequentie. Na actie komt reactie. Risico’s, afwegingen en scenario’s horen bij het leven. Nou oké, dat laatste dat begreep ik nog wel.
‘Je went overal aan’, zegt hij vaak. Of ‘het komt goed’. En de ergste: ‘Valt wel mee.’ Ja, als je net ontspannen uit de yin yoga-klas loopt of een fles wijn achter de kiezen hebt, dan valt het wel mee. Een beetje.
Het is soms moeilijk elkaar hierin te vinden, terwijl ik mij tegelijkertijd geen betere man had kunnen wensen. Hij zet de boel in perspectief, probeert naar mijn chaos te luisteren, laat me los als ik zwelg in zelfmedelijden en laat in de kletterende regen hond M uit als ik geen zin heb. Hij haalt me waar vandaan ook op en brengt me waarheen dan ook toe. Is er altijd voor de kinderen en weet dan ook nog de goede dingen tegen ze te zeggen. En kan ook nog eens ontzettend goed koken.
Jammer dat we daarom bijna nooit uit eten gaan, wil ik schrijven, maar ik zou deze negatieve gedachte niet eens moeten hebben.
Ik weet niet zeker of ie me hoop kan geven als mijn gedachten vastzitten. Maar daar heb ik gelukkig Ajax weer voor. Sinds gisteren. En de groepsapp van de vier eerste liefdes (‘Leuk, die discussies over clubs in het rechterrijtje’), de uitspraken van augurkenkoning Oos Kesbeke (‘Als ik gemekker wil horen, koop ik wel een geit’), de fantasie die ik met de nestverlater had op een terras op de Plaza Mayor (er liepen twee mensen voorbij met een reusachtige golfplaat tussen hen in, lekkage? pannetjes? kippenhok?) en het ochtendritueel met de nestblijver (ik maak koffie en hij snijdt een homp cake af).
En ik hoop natuurlijk dat man E dit weer een mooi stukje vindt.

Niet mijn probleem

In twee levens die niet de mijne, maar wel dichtbij zijn, is een toestand gaande. Het zijn niet mijn problemen, maar het raakt mij dat deze toestanden hen moeten overkomen. Als dingen mij raken wil ik dat graag delen met mensen waarvan ik hou. Aandacht zoeken, begrip, een warm bad of hoe je het ook wilt noemen. Vroeger vond ik dat bij oma Barbertje, later bij H en A, de liefste ouders van ex R en nu heb ik thuis een eigen badkuip waarin man E en twee kuikens rondzwemmen en mochten zij niet thuisgeven, dan is er altijd wel een vriendin.
Er zijn ook mensen die als dingen hen raken, dat verzwijgen of ontkennen. Prima, ieder haar eigen manier. Maar je kunt jouw manier van omgaan met dingen niet opdringen aan iemand anders. Als ik dingen wel wil vertellen en delen, kan iemand anders mij niet verbieden dat te doen. Tenzij, in vertrouwen verteld natuurlijk. En andersom kan ik ook niet zeggen dat ze niet goed bezig zijn als ze alles voor zichzelf willen houden, alhoewel ik dat natuurlijk wel vind.
Toch zijn er altijd mensen die hun mening keer op keer aan jou willen opdringen, hun problemen de jouwe willen maken. En waarvan ik keer op keer in de gordijnen én in de fik vlieg. En dat is natuurlijk wél mijn probleem. Waarom vlieg ik jaar na jaar, incident na incident in de fikkende gordijnen als mensen de consequenties van hun eigen gedrag op mij proberen te verhalen? Mijn gedrag willen controleren?
Je kunt toch gewoon je schouders ophalen, denken, ‘niet mijn probleem’ zoals man E mij elke keer weer voorhoudt. Hij kan het mooi zeggen. En dat doet ie ook. Dit weekend nog, had ie het over de paradox van het niet belasten. Als ouder wil je je kind niet belasten. Uit bescherming hou je iets voor ze achter en daarmee richt je dan juist schade aan. Want kind boos, hoezo heb je me dit niet eerder verteld? Aan de andere kant doe je als ouder dingen die je zelf onschuldig vindt, maar waarbij je je kind juist pijn doet. Je doet het dus nooit goed. Ik begrijp ineens niet meer waarom dit een paradox is, maar nogmaals, man E kan het mooi zeggen.
Door al dit gezeik is er geen ruimte meer om het over zeg, de kelderkraker te hebben, of naar welke restaurants de nestverlater en ik komend weekend zouden kunnen. Hoe mooi de mist de Amstel vanochtend maakte, hoe prachtig het romantische en onrechtvaardige verhaal over het Osage volk wordt verteld in Killers of the Flower Moon. Over jarige hond M die een lange duurloop cadeau kreeg en hond B moest en zou trakteren op een jamón Ibérico bot. Of over het innemen van een standpunt inzake het Israëlisch-Palestijns conflict. Nou voorruit, doe ik dat laatste op de valreep nog even en aap Sander Schimmelpenninck na: ‘Ergens je mond over houden, wanneer het niet over jou gaat, of je er geen verstand van hebt, is nog altijd een deugd.’ Kromme zin, rechte praat.

Fernweh

In de laatste aflevering van Oogappels zei een van de opa’s: ‘Het is een mooi woord, heimwee, maar een vreselijk gevoel.’ Dat vond man E mooi en ik had er last van.
Heimwee is een Duits leenwoord en betekent letterlijk het pijnlijke gemis van thuis of wat algemener dat je de geborgenheid en de zekerheid van het bekende mist. Op internet vond ik ook dat Duitsers een woord voor het tegenovergestelde van heimwee hebben: Fernweh, het verlangen naar onbekende situaties. Of een beetje anders uitgelegd, de tegenzin die je kunt hebben als je bijvoorbeeld van vakantie terug naar huis moet. Jammer dat wij zo’n woord niet hebben.
Betekenis, daar gaat het niet om, het gaat over gevoel en zachte zinnen. Die had de nestverlater over heimwee geschreven. Zinnen die gingen over weten dat je ergens niet hoort, en toch blijven gelovenhopendromen dat je vindt wat je zoekt. Vriend J uit de appgroep van de eerste liefdes stuurde het nummer ‘Ik kom weer thuis’ van Isabèl Usher. Best een mooie tekst over Eastpak rugzakken, de FEBO en Johan Cruijff, maar die accent grave op de e in haar naam vond ik eelsk. Eelsk. Te mooi om maar één keer in te typen. De Nederlandse betekenis van eelsk is aanstellerig (K. ter Laan in het Nieuw Groninger Woordenboek), helaas een woord met minder ziel. En een mening die in dit stukje niet thuishoort.
Heimwee, Fernweh, wat heb je eraan? Het is zinloos te verlangen naar mensen en dingen die er niet meer zijn, plekken waar je bent geweest of graag naartoe zou willen. Het gaat alleen om nu. Er is alleen maar nu. Dat zei niet alleen een oma in Oogappels, maar ook de yin-yoga juf (had ik ook graag met een y geschreven, maar wederom ook niet op z’n plek in dit stukje) en zelfs de augurkenkoning van Amsterdam.
Nu? Nu, me reet. Nu wil ik mijn vader bellen, de nestverlater een knuffel geven en een huis in Den Andel op Funda bekijken.

Omnis comparitio claudicat

Een dikke zes weken later lag ik er weer. Op de tafel bij het chakra vrouwtje. Ze zette indianenmuziek op, tenminste het klonk als mannen die geluiden uitstootten en tegelijk ritmisch met hun hand tegen hun mond klapten. Wreef een tijdje in haar handen en deed haar chakra ding. Er gebeurde van alles: ik kreeg het warm in mijn buik, er kwam hoofpijn opzetten en mijn handen en onderarmen begonnen los te raken van de tafel. Bij volle verstand dacht ik, straks zweef ik hier à la een act van Hans Klok echt een paar centimeter boven de tafel. Er gebeurde natuurlijk ook een heleboel niks en na afloop zei het chakra vrouwtje dat ik mijn arm moest loslaten. Alsof ik dat zelf niet wist?! Twee kuikens loslaten, een eend loslaten en ook nog lichaamsdelen loslaten? Ja, duh. Rustig aan. Graag. En ook graag stap voor stap.
Ik leg even uit waarom. Kijk, eerst zat ik alleen in het nest, toen kwam man E aanvliegen, er kwam een kuiken bij en na een dikke twee jaar nog één, twintig jaar later stapte er ook nog een eend in. En nu was mijn dikke linkerarm daar ook nog bijgekomen? Alleen maar, zoals alles in dat nest, om losgelaten te worden? Oh nee, zoals elke, gaat ook deze vergelijking mank.
Hoe dan ook, ik ben natuurlijk zelf het nest. Een nest zonder kuikens, maar met een dikke linkerarm. Nou zo’n nest bedank ik voor.
Het chakra vrouwtje zei ook dat ik nog heel veel liefde te geven had en dat is mooi. Maar ik bleef nog lang bij die arm in dat nest hangen, het glas is tenslotte halfleeg. En omdat het ook nog oktober is, de maand van mijn diagnose, de maand dat we afscheid namen van mijn broer, bleef ik extra lang bij die arm hangen. Om erachter te komen dat vasthouden heel logisch is. Hoe kun je je eigen arm ook loslaten?!
Nog een uitleg: het woekerweefsel en alles wat daar destijds bij hoorde kun je zien als een hele zware, zwarte taart. Eentje die ik alleen op moest eten. Dat heb ik gedaan. Maar de kers die erop zat, die was ik vergeten. Die zag ik pas een jaar of tien later. En toen lustte ik echt niet meer. En nog steeds wil ik ’m niet opeten. Omnis comparitio claudicat. Elke vergelijking gaat mank.
Zo wordt het toch nog een ongezellig stukje. Maar het is deze keer wel één geheel. In tegenstelling tot het vorige, waarin ik per se een quote over een hond en iets in het Latijn wilde frommelen. Een beetje los zand op het einde, daar zou ik wel mee wegkomen. Nou, mooi niet. Vanuit Spanje werd ik op het matje geroepen. De nestverlater legde feilloos haar vinger op mijn zere plek. Dat is wat ze doen, kuikens, of ze nu in of buiten het nest zitten.