Rood met witte stippen

{Indachtig m’n moeder}

Voor, ik denk, de vijfde keer sta ik met een rol vuilniszakken voor je kledingkast. Uitbundig hangen en liggen je broeken, truien, polo’s en jassen te wachten op hun einde. Rood, gekleurd en bont kijken ze me vragend aan. Ik val op je bed dat recht tegenover de kast staat, de grijze rol machteloos in m’n hand. Ik kan dit niet, mam. Ik ga het niet doen ook.
Tot het vandaag moet. Het huis is officieel verkocht en bonuszus L komt dit weekend de kast ophalen. Man E wil me helpen, de dochter ook en nicht M, maar ik sla het af. Het moet alleen. Ook al ga ik het niet doen.
Eerst maar eens hond M uitlaten. Voor onderweg wil ik een banaan uit de koelkast pakken, haar teken om kwispelend naar de voordeur te rennen, maar dat lukt niet. M’n arm is te zwaar om omhoog te reiken en ook de tien stappen van de woonkamer naar het schoenenrek zijn van lood. Bizar hoe een lichaam kan protesteren. Mooi ook wel.
Na het rondje Ring en de lunch moet het toch. De jas aan, de auto in, de garage uit. Als ik je straat inrijd komt de zwaarte van toen tenminste je lichaam daar nog was terug. Bizar hoe je daar naar terug kunt verlangen.
‘Dit is toch heel anders’, sus ik mezelf. ‘Het zijn maar kleren.’
Maar sussen is niet verstandig, heb ik van de dochter geleerd. Het is gewoon zwaar. En dat is prima.
Naar binnen, de trap bezaaid met herfstbladeren. Geen herfst meer voor jou mam, geen kerst, geen…
‘Hou op’, beveel ik mezelf.
Jas uit, kachel aan, slaapkamer in. Ik doe de lelijke kanten gordijnen die voor je kast hangen open. Die vond je zelf ook niks, maar ja, ze waren daar nou eenmaal opgehangen. Plof weer op je bed, daar waar het allemaal…
Het moet. Het kan niet.
Een kop thee. In je stoel, die ik overigens aan de Marktplaats-straatstenen niet kwijt kan. Echt Scandinavisch design hè? En niemand wil ’m. Moet ik die stoel dan straks bij het grof vuil zetten?!
Jij moet me meehelpen mam, met het leegruimen van die kast. Want alleen gaat het niet. Ik zet de geluidsopname die ik van een van onze laatste gesprekken heb gemaakt aan en daar is je stem, vanaf je poef, in je erker, in je huis.
Ik sta op, pak een vuilniszak en begin. En weet je wat je zegt?!
‘Wat ga je met die kledingkast doen eigenlijk? Het is een mooie kast. Je kunt ’m losschroeven. Hij zit vast met beugels in de muur en er zijn later zijwandjes bijgemaakt.’
En weet je wat ik zeg?
‘Ik ben dit nu allemaal aan het opnemen mam, ik wil het nu niet over die kast hebben.’
En daar komen ze, de tranen van het lachen. Stuk voor stuk haal ik je kleren uit de kast, het ene na het andere kledingstuk verdwijnt in een zak. Behalve je rood met witte stippen regenjas en je rood met witte stippen broek die je aanhad toen we je 80e verjaardag vierden op de camping. En die rode kunstzinnige hoed die je op had met de presentatie van je boek ‘De sigaar is Koning’. Die kan ik ook niet wegdoen.
Je rode winterjas is moeilijk, daar zit nog een gebruikte zakdoek in. Je lelijke kersttrui is ook lastig en je gewatteerde rode joggingbroek die ik eind vorig jaar voor je kocht omdat je het steeds zo koud had.
Je stem is stil. Je kleurrijke garderobe is in het grauwe plastic verdwenen. Eén voor één gooi ik de zakken de trap af. De auto in. De container in. Bedankt voor uw textiel! staat er op.
Thuis rent hond M me tegemoet. Ze snuffelt een tijdje in de tas vol rood met witte stippen. Dan springt ze naast me op de bank.

Eén gedachte over “Rood met witte stippen”

Geef een reactie